OPINIE Opinie

Schorsing zeeactiviteiten Baoase

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD - De beslissing van de rechter om de werkzaamheden van Baoase in zee voorlopig stil te leggen, roept volgens Edwin ‘Makambi’ Flameling fundamentele vragen op over natuurbeheer, behoorlijk bestuur en de grenzen van toeristische ontwikkeling op Curaçao. In onderstaande bijdrage zet Flameling vraagtekens bij de juridische onderbouwing van de vergunningverlening en vraagt hij zich af welk algemeen belang precies wordt gediend met verdere commerciële uitbreiding aan de kust.


Door | Edwin ‘Makambi’ Flameling

Werkzaamheden voorlopig stilgelegd

Gisteren werd in de krant bericht dat de rechter heeft bepaald dat de werkzaamheden van Baoase in zee voorlopig geschorst blijven, ondanks een door de minister van GMN verleende vergunning. Tegen die vergunning is bezwaar gemaakt en in afwachting van de beslissing van de Lar-rechter op het verzoek om een voorlopige voorziening, blijft de schorsing van kracht.

Baoase wil uitbreiden richting zee, onder meer door aanleg van een pier en uitbreiding van het strand. Dergelijke ingrepen zijn uitsluitend toegestaan met vergunning van de overheid. Daarbij spelen twee ministeries een rol: VVRP op grond van de Landsverordening maritiem beheer en GMN op basis van de Rifbeheersverordening.

Bescherming van koralen

In deze kwestie staat vooral die laatste verordening centraal. Artikel 2 van de Rifbeheersverordening verbiedt expliciet het afbreken, afzagen of op enige wijze losmaken van koralen in de territoriale wateren van Curaçao. Slechts bij hoge uitzondering kan daarvan ontheffing worden verleend. Artikel 5 bepaalt immers dat de minister uitsluitend schriftelijk ontheffing kan verlenen voor wetenschappelijke of opvoedkundige doeleinden, dan wel op gronden aan het algemeen belang ontleend.

Juist daar wringt de schoen.

Vergunning achteraf?

Uit de berichtgeving blijkt namelijk dat mogelijk reeds vóór afgifte van de vergunning pogingen zijn ondernomen om koralen los te maken en te verplaatsen. Indien dat juist is, dan is sprake van handelen in strijd met de wet nog vóórdat toestemming was verleend. Dat roept de vraag op of de vergunning niet achteraf is gebruikt om reeds aangevangen, mogelijk illegale werkzaamheden alsnog te legitimeren; mosterd na de maaltijd dus.

Welk algemeen belang?

Daarnaast rijst een fundamentelere vraag: welk algemeen belang wordt hier eigenlijk gediend?

De uitbreiding van Baoase betreft in de eerste plaats een commercieel belang van een private onderneming. Dat is op zichzelf legitiem, maar nog geen algemeen belang in de zin van de wet. Mogelijk beroept GMN zich op economische argumenten, zoals stimulering van toerisme en extra inkomsten voor het eiland. Maar juist die redenering wordt steeds moeilijker houdbaar.

Grenzen aan toeristische groei

De samenleving wordt immers al geruime tijd geconfronteerd met waarschuwingen dat de toeristische sector haar grenzen bereikt. De media staan vol berichten over overbelasting van infrastructuur, druk op natuurgebieden, aantasting van de kustlijn en verlies van publieke ruimte. Tegen die achtergrond is het moeilijk vol te houden dat verdere commerciële bebouwing van de kust en aantasting van het mariene ecosysteem thans in het algemeen belang van Curaçao zouden zijn.

Behoorlijk bestuur

De vraag is daarom niet alleen of deze vergunning juridisch houdbaar is, maar ook of de overheid nog bereid en in staat is grenzen te stellen aan economische belangen wanneer natuurbehoud en publieke belangen onder druk komen te staan. In het kader van behoorlijk bestuur speelt daarom het motiveringsbeginsel een steeds sterkere rol.


239 keer gelezen

Deel dit artikel: