Armoede en grondverkoop: ‘Eigen bevolking raakt buitengesloten op eigen eiland’

WILLEMSTAD - In deze bijdrage van Erwin Raphaëla uit hij zijn zorgen over de sociale en economische toekomst van Curaçao. Aan de hand van internationale ontwikkelingen en de situatie op het eiland betoogt hij dat groeiende armoede, ongelijkheid en de verkoop van grond en natuurgebieden aan buitenlandse investeerders vragen om meer maatschappelijke en politieke aandacht. De inhoud en standpunten in deze bijdrage zijn voor rekening van de auteur.
Door | Erwin Raphaëla
Aan de vooravond van het WK Voetbal 2026 sloeg oud-international en invloedrijk boegbeeld Ruud Gullit alarm. Hij stelde dat FIFA-voorzitter Gianni Infantino beter kan vertrekken. Dit temidden van een enorme controverse: de denigrerende behandeling van Iraanse supporters die het toernooi willen bezoeken, de vernedering van een scheidsrechter uit Somalië, en meer. Met die uitspraak maakt Gullit pijnlijk duidelijk dat de missie van de FIFA om volkeren via sport te verenigen, op zo’n manier volstrekt faalt.
Wereldwijd klinkt al langer luid protest tegen de Amerikaanse president Donald Trump en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu vanwege de massale slachtingen op onschuldige, weerloze burgers in Gaza en Iran. Even wreed is de wijze waarop het Cubaanse volk al decennialang via een opgelegde boycot in voortdurende, onmenselijke ellende wordt gehouden. En laten we de ernstige problemen niet vergeten waarmee Afrikaanse landen worstelen in hun relatie met Europa, dat grondstoffen, mineralen en andere natuurlijke rijkdommen uitsluitend voor eigen gewin weghaalt.
Maar hoe staat Curaçao ervoor?
Ook al worden wij hier niet direct met de dood bedreigd, de situatie op Curaçao is verre van rooskleurig. Het is bewezen, kijkend naar de hoogte van de AOV, bijstand, het minimumloon en andere inkomensbronnen van de grote meerderheid: de Curaçaose gemeenschap is de armste binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Volgens officiële cijfers leeft 40 procent van de bevolking op of onder de armoedegrens. Daaronder duizenden gepensioneerden die elke dag in bittere armoede leven, zonder de financiële middelen om het hoofd boven water te houden.
Systematisch wordt de grond onder de voeten van de lokale burger weggetrokken. Terreinen verdwijnen in handen van buitenlandse investeerders en grootkapitaal. Stranden en belangrijke natuurgebieden zijn plotseling niet meer toegankelijk voor de eigen bevolking.
Onze jeugd, zich ervan bewust dat haar toekomst hier niet is gegarandeerd, keert het geboorte-eiland definitief de rug toe. Voedselprijzen in winkels en supermarkten stijgen zonder enige vorm van mededogen, waardoor een grote groep burgers regelrecht in ondervoeding wordt geduwd.
En tot overmaat van ramp: totale ontwrichting van instituten en instanties die juist zouden moeten ingrijpen, vragen stellen of op zijn minst tegenwicht bieden. Uit pure angst of vrees voor represailles laten zij na het werk te doen waarvoor zij zijn aangesteld.
De belangstelling en het verantwoordelijkheidsgevoel voor vorming en opvoeding van de burger lijken te zijn ingeruild voor een dagelijkse strijd om enkel te eten, te drinken en vertier te zoeken in feest.
Burger en beleidsmaker: denk na over deze vraag.
Wat voor Curaçao hebben wij over vijf tot tien jaar als deze trend doorzet? Curaçao stevent af op een samenleving met een gigantische kloof tussen rijk en arm. Hoe ziet het leven er dan uit?
Welke verhoudingen ontstaan er tussen onze mensen? Wat wordt de leefsituatie in onze wijken, de sfeer op scholen, de omgang op de werkvloer? Men schreeuwt moord en brand dat Curaçao vuil is, maar waarom begint men niet simpelweg met het opzetten van organisaties in de wijken om dit soort problemen grondig aan te pakken?
Als wij vandaag onze ogen blijven sluiten, accepteren wij dat Curaçao een eiland wordt waar de eigen bevolking buitengesloten raakt in eigen land.
Het is tijd om diep na te denken over onze toekomst.




































