Opinie: toeristen in woonwijken hoeven geen probleem te zijn als bewoners meeprofiteren

· - leestijd 4 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD - De snelle groei van vakantieverhuur op Curaçao roept zorgen op over betaalbare woningen en de leefbaarheid van woonwijken. Maar volgens Orlando Meulens is dat slechts één kant van het verhaal. In deze opiniebijdrage betoogt hij dat toerisme in buurten ook economische kansen kan creëren, mits de overheid ervoor zorgt dat bewoners meeprofiteren en niet uit hun eigen wijk worden verdrongen.


Door | Orlando Meulens

Een artikel van journalist Dick Drayer over de snelle groei van vakantieverhuur op Curaçao zette mij aan het denken. Niet omdat ik zijn zorgen niet begrijp. Integendeel. Wanneer steeds meer woningen worden gebruikt voor vakantieverhuur, moeten we ons afvragen wat dit doet met de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen voor onze eigen bevolking.

Maar terwijl ik zijn artikel las, bleef bij mij een andere vraag hangen: wat gebeurt er als we deze ontwikkeling niet alleen als bedreiging bekijken, maar ook proberen te begrijpen welke kansen zij kan creëren voor de wijken waar toeristen nu ineens verschijnen?

Want het toerisme op Curaçao verandert. De toerist blijft niet meer alleen rond Jan Thiel, Pietermaai, Mambo of grote hotels. Wie goed kijkt, ziet hem tegenwoordig ook in gewone woonwijken. In Santa Maria, Abrahamsz en andere buurten zie je bezoekers met hun koffers achter zich aan op weg naar een appartement of vakantiewoning.

Economische mogelijkheden

Voor sommige bewoners zal dat misschien het angstzweet doen uitbreken. Daar gaat onze wijk, zullen sommigen denken. Ik begrijp die reactie. Maar misschien moeten we ons tegelijkertijd een andere vraag stellen: wat als juist die koffer economische mogelijkheden onze wijk binnentrekt?

Een toerist heeft namelijk meer nodig dan een bed. Hij moet eten. Hij drinkt koffie. Hij doet boodschappen. Hij heeft vervoer nodig. De woning waarin hij verblijft moet worden schoongemaakt, onderhouden, geschilderd en soms verbouwd. De airconditioning moet worden gerepareerd. De tuin moet worden onderhouden.

Lakens moeten worden gewassen. Iemand moet de gasten ontvangen. Een andere ondernemer kan fietsen verhuren, maaltijden bereiden, excursies organiseren of een kleine ontbijtgelegenheid beginnen. En waarom zou een creatieve jongere uit de wijk geen digitale gids ontwikkelen waarmee toeristen juist de geschiedenis, cultuur en verhalen van die buurt leren kennen?

Dan begint toerisme ineens iets anders te betekenen. Het wordt niet alleen een hotelkamer aan de kust, maar een economische keten die zich door een wijk kan bewegen.

Zichtbaarheid

Daar komt nog iets bij waar we misschien te weinig over nadenken: zichtbaarheid. Een wijk waar vrijwel nooit bezoekers komen, kan jarenlang te maken hebben met slechte trottoirs, gebrekkige verlichting, afval, vervallen panden en slecht onderhouden openbare ruimte. Zodra buitenlandse bezoekers daar dagelijks rondlopen, foto’s maken, reviews schrijven en hun ervaringen via sociale media delen, verandert de situatie.

Die straat wordt ineens onderdeel van het toeristische product Curaçao. En een overheid die Curaçao internationaal als bestemming verkoopt, zal niet graag zien dat bezoekers foto’s verspreiden van vuilnis, kapotte wegen en donkere straten. Daar ligt dus een kans. Niet om Santa Maria of Abrahamsz mooi te maken voor de toerist, maar om de komst van de toerist te gebruiken om eindelijk investeringen af te dwingen waarvan in de eerste plaats de bewoners profiteren.

Dat is geen vreemde gedachte. Ook internationaal wordt steeds meer gekeken naar toerisme als instrument voor lokale ontwikkeling. Wanneer toeristische bestedingen lokaal blijven, kunnen kleine ondernemingen ontstaan, banen worden gecreëerd en publieke voorzieningen verbeteren.

Waarschuwing

Maar daar hoort onmiddellijk een waarschuwing bij. Want dezelfde ontwikkeling kan volledig verkeerd uitpakken. Wanneer een eigenaar met vakantieverhuur veel meer kan verdienen dan met normale verhuur, verdwijnen woningen uit de lokale woningmarkt. Vastgoedprijzen kunnen stijgen. Huren kunnen omhooggaan. Buitenlandse investeerders kunnen woningen opkopen. En uiteindelijk kan precies de bewoner die jarenlang in de wijk heeft gewoond zich zijn eigen wijk niet meer veroorloven. Dan hebben we geen wijkontwikkeling gerealiseerd. Dan hebben we de bevolking langzaam vervangen door een economisch aantrekkelijker publiek. Dat moeten we voorkomen.

Daarom geloof ik niet in de simpele discussie: vakantieverhuur toestaan of verbieden. Daarvoor is deze ontwikkeling inmiddels te groot en economisch te interessant. Ik zou veel liever zien dat Curaçao onderzoekt hoe vakantieverhuur gekoppeld kan worden aan een bewuste strategie voor wijkontwikkeling.

Waarom bijvoorbeeld niet experimenteren met enkele wijken waar toeristische verhuur wordt toegestaan onder duidelijke voorwaarden? Iedere vakantiewoning geregistreerd. Regels voor veiligheid en leefbaarheid. Grenzen waar de woningmarkt onder druk komt te staan. En vooral: een aantoonbaar deel van de toeristische inkomsten die in zo’n wijk worden gegenereerd, moet terugvloeien naar diezelfde wijk.

Dan praten we over betere straatverlichting, trottoirs, groen, afvalverwerking en veiligheid. Maar ook over ondersteuning van bewoners die een kleine onderneming willen beginnen. Een vrouw die goed kan koken moet geholpen kunnen worden om een kleine catering- of ontbijtservice op te zetten. Een handige jongeman kan een onderhoudsbedrijf beginnen. Jongeren kunnen worden opgeleid voor hospitality, digitale dienstverlening, toeristische begeleiding of technisch onderhoud.

Een gepensioneerde bewoner die de geschiedenis van zijn buurt kent, kan misschien wandelingen organiseren en verhalen vertellen die in geen enkele toeristische brochure staan. Dan ontstaat een ander economisch patroon: de toerist komt, besteedt geld, de bewoner verdient eraan, lokale bedrijven ontstaan, woningen en straten worden onderhouden en de wijk wordt aantrekkelijker. De economische waarde blijft voor een groter gedeelte in de gemeenschap.

Eén principe

Maar daarvoor moet de overheid één principe bewaken: toerisme mag een wijk versterken, maar mag de wijk niet overnemen. Dat betekent dat we vanaf het begin moeten meten. Hoeveel woningen worden aan de reguliere woningmarkt onttrokken? Wat gebeurt er met huurprijzen? Hoeveel bewoners verdienen daadwerkelijk aan het toerisme? Hoeveel lokale ondernemingen ontstaan? Hoeveel van de toeristische opbrengsten blijven in de wijk? En verbetert de leefomgeving daadwerkelijk voor de mensen die daar wonen?

Want daar zit voor mij de werkelijke discussie. We hebben toerisme op Curaçao jarenlang vooral bekeken vanuit aantallen bezoekers, hotelkamers, cruiseschepen en bezettingsgraden. Misschien moeten we een nieuwe KPI toevoegen: hoeveel beter wordt het leven van de Curaçaoënaar doordat er meer toeristen komen? Als we die vraag niet kunnen beantwoorden, groeit misschien ons toerisme, maar ontwikkelen wij onze samenleving onvoldoende mee.

De toerist die vandaag met zijn koffer door Santa Maria loopt, kan daarom zowel een waarschuwing als een kans zijn. Welke van de twee het wordt, wordt uiteindelijk niet bepaald door Airbnb, de toerist of de huiseigenaar. Dat wordt bepaald door de kwaliteit van ons beleid.


Orlando Meulens is bedrijfskundige en ondernemer en doceerde International Business en Sustainable Business aan De Haagse Hogeschool. Hij publiceert regelmatig over de Curaçaose economie, duurzame ontwikkeling en toerisme en was als bestuurslid van GreenTown Curaçao betrokken bij plannen voor economische diversificatie.


180 keer gelezen

Deel dit artikel: