Gat in de weg, instortende muur: burger betaalt de rekening van procederen tegen het Land

· - leestijd 5 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD - Wanneer de overheid verantwoordelijk is voor schade, klinkt vergoeding vanzelfsprekend. In de praktijk blijkt dat vaak anders: burgers moeten soms jarenlang procederen voordat aansprakelijkheid wordt erkend en geld wordt uitgekeerd. In deze bijdrage vraagt Makambi zich af hoeveel een belofte als ‘schade wordt vergoed’ werkelijk waard is wanneer de burger eerst een juridische strijd met diezelfde overheid moet voeren.


door Robert ‘Makambi’ Flemeling

Onlangs stond in de krant dat een Amerikaanse toerist op Sint Maarten een schadevergoeding van US$ 44.000 kreeg toegekend, omdat zij gewond was geraakt door een misstap in een “pothole” (gat in de weg) op weg naar haar hotel. De reactie van een politicus was dat, wanneer een toerist of een lokale inwoner een ongeval krijgt waarvoor de overheid verantwoordelijk is, altijd een schadevergoeding zal worden uitbetaald.

Dat klinkt geruststellend. De overheid neemt haar verantwoordelijkheid en de burger hoeft zich dus kennelijk geen zorgen te maken. Maar tussen het ontstaan van de schade en het daadwerkelijk ontvangen van een schadevergoeding zitten in de praktijk wel een paar flinke hobbels.

Batterij aan juristen

Allereerst de toevoeging: ‘waarvoor de overheid verantwoordelijk is’. De overheid zal namelijk niet snel zeggen dat zij verantwoordelijk is voor de schade die een burger heeft geleden. De overheid heeft een batterij aan eigen juristen en schakelt daarnaast, wanneer het haar uitkomt, externe advocatenkantoren in die voor veel geld juridische opinies schrijven over de vraag of die verantwoordelijkheid inderdaad bestaat. De burger staat daar doorgaans tegenover met aanzienlijk minder middelen, minder kennis en minder tijd.

De Amerikaanse toeriste op Sint Maarten kreeg haar schadevergoeding bovendien niet zomaar. Zij moest eerst naar de rechter en uiteindelijk zelfs in hoger beroep om haar gelijk te halen. Pas daarna werd vastgesteld dat zij recht had op een schadevergoeding. ‘Schade wordt vergoed’ klinkt dan toch iets minder vanzelfsprekend. De overheid betaalt dus kennelijk wanneer zij verantwoordelijk is. En als de overheid dat ontkent, resteert uiteindelijk maar één weg: naar de rechter.

Zo raakte een vrouw op Curaçao in 2014 verlamd toen tijdens de ‘Marcha di Despedida’ een muur van een bouwval langs de carnavalsroute instortte. Het Land wist al jaren van de gevaarlijke situatie. Van de gebouwen langs de route van de carnavalsoptocht was vóór de optocht al een inspectierapport opgemaakt. Daarin stond dat de muur in zeer slechte staat verkeerde en dat het gevaar bestond dat deze op ieder moment kon omvallen.

Je zou denken: als de overheid vooraf weet dat een muur op een plek waar duizenden mensen langs trekken ieder moment kan instorten, dan is het niet zo ingewikkeld om vast te stellen dat daar een verantwoordelijkheid ligt. Maar zo eenvoudig was het niet. Curaçao erkende geen aansprakelijkheid en stelde dat de eigenaar van de bouwval verantwoordelijk was. Het slachtoffer zag zich daardoor genoodzaakt gerechtelijke procedures aan te spannen.

Zowel in kort geding als in de bodemprocedure werd zij door de rechter in het gelijk gesteld. En toch duurde het tot 2023 voordat het Hof een schadevergoeding van CMg 2,3 miljoen toekende. Negen jaar later. Negen jaar nadat een vrouw door een bij de overheid bekende en voorzienbare gevaarlijke situatie voor de rest van haar leven zwaar lichamelijk letsel had opgelopen.

Wat wordt bedoeld

Dat roept toch de vraag op wat eigenlijk bedoeld wordt wanneer gezegd wordt dat ‘schade wordt vergoed’. Want voor iemand die door een ongeval verlamd raakt, is een schadevergoeding niet slechts een juridisch-technische kwestie. Het gaat om een leven dat volledig verandert. Om medische kosten, verlies van inkomen, aanpassingen aan de woning, hulpmiddelen, verzorging en begeleiding, maar ook om immateriële schade en het verlies van een deel van de zelfstandigheid en levenskwaliteit.

Letselschade omvat immers alle schade die iemand lijdt als gevolg van lichamelijk of geestelijk letsel dat door een ander is veroorzaakt. Daaronder vallen onder meer medische kosten, inkomensverlies en smartengeld.

Maar ook bij minder dramatische gevallen kan een burger materiele schade lijden die rechtstreeks of indirect te herleiden is tot nalatigheid van de overheid. Ook dan kan een schadeclaim worden ingediend. Maar opnieuw geldt: eerst moet worden aangetoond dat de overheid verantwoordelijk is. En als de overheid die verantwoordelijkheid niet erkent, begint opnieuw het bekende traject. Brieven schrijven, bewijs verzamelen, procedures voeren en uiteindelijk naar de rechter.

De vraag is dan gerechtvaardigd of de overheid niet te gemakkelijk in de verdedigingsstand schiet. Een overheid zou toch ook kunnen zeggen: wij hebben hier kennelijk een fout gemaakt; laten we eerst kijken hoe we de schade voor de burger zo snel en fatsoenlijk mogelijk kunnen oplossen. Dat lijkt echter lang niet altijd de reflex te zijn.

Pothole

Als typerend voorbeeld zien we een vergelijkbare ‘pothole’, maar nu in Curaçao. Een automobilist raakte met zijn auto in een dergelijk gat, waardoor zijn band en auto beschadigd raakten. De overheid ontkende aansprakelijkheid en zelfs de rechter wees de schadeclaim af. De overweging daarbij was onder meer dat verzakkingen zoals deze op Curaçao niet ongebruikelijk zijn en dat vooraf niet duidelijk is waar en wanneer ze zullen ontstaan.

Automobilisten moeten daar dus steeds rekening mee houden en hun snelheid en oplettendheid daarop aanpassen. Uiteraard moet het Land onderhoud plegen en reparaties uitvoeren, maar mag daarbij keuzes maken en prioriteiten stellen. Het Land beschikt over onvoldoende middelen om alle verzakkingen te voorkomen of onmiddellijk te repareren en doet in het algemeen voldoende aan onderhoud, aldus de rechter.

Daarom was volgens de rechter geen sprake van een weg die niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen.

Het zal je maar gebeuren. Je rijdt over een openbare weg, betaalt wegenbelasting en andere belastingen, rijdt in een gat in die weg, beschadigt je auto en krijgt vervolgens te horen dat gaten in de weg op Curaçao nu eenmaal voorkomen en dat je als automobilist daar rekening mee moet houden. Dat is juridisch misschien verdedigbaar. Maar maatschappelijk roept het wel een ongemakkelijk gevoel op.

Waar ligt dan de grens tussen wat een burger redelijkerwijs moet accepteren en wat hij van de overheid mag verwachten? Er bestaat een verschil tussen een incidentele, onverwachte beschadiging van het wegdek en een structureel probleem waarvan de overheid weet of behoort te weten dat het gevaar oplevert. Dat verschil verdient meer aandacht dan alleen de constatering dat de overheid ‘onvoldoende middelen’ heeft.

Want gebrek aan middelen kan niet automatisch een vrijbrief worden voor gebrekkig onderhoud. Als financiële beperkingen iedere tekortkoming kunnen rechtvaardigen, wordt de zorgplicht van de overheid wel erg gemakkelijk gerelativeerd.

Maatschappelijk probleem

En daar zit dus een belangrijk maatschappelijk probleem. Recht hebben is namelijk iets anders dan je recht daadwerkelijk kunnen halen. Als je weet dat een procedure veel tijd kost, bewijs vereist en mogelijk juridische bijstand noodzakelijk maakt, zal men niet iedere schadeclaim doorzetten. Zeker niet wanneer het om een bedrag gaat waarvoor het inschakelen van een advocaat economisch nauwelijks verantwoord is. Een formeel recht kan daardoor in de praktijk een papieren recht worden.

En dat is misschien wel het meest ongemakkelijke onderdeel van dit verhaal. De overheid beschikt over juridische kennis, personeel en middelen. De individuele burger heeft die niet. Dat is geen gelijk speelveld. Een inwoner die in een gat in de weg rijdt, heeft recht op een veilige openbare infrastructuur. Een burger die door overheidshandelen schade lijdt, heeft recht op een behoorlijke behandeling en vergoeding.

En misschien moeten we daarom de uitspraak ‘schade wordt vergoed’ iets anders formuleren. Niet: schade wordt vergoed als de overheid verantwoordelijk is. Maar: de overheid moet zich daadwerkelijk inspannen om verantwoordelijkheid te nemen wanneer zij daarvoor reden heeft en de burger niet eerst jarenlang naar de rechter sturen om die verantwoordelijkheid af te dwingen.

Want uiteindelijk gaat het niet alleen om geld. Het gaat om vertrouwen. Vertrouwen dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt wanneer dat nodig is. Vertrouwen dat een burger niet eerst een juridische veldslag hoeft te winnen om serieus te worden genomen. Een overheid die zegt dat schade wordt vergoed, moet daarom vooral laten zien dat zij haar verantwoordelijkheid neemt. Niet pas nadat de rechter haar daartoe heeft gedwongen.


382 keer gelezen

Deel dit artikel: