Wordt het kustbeleid van Curaçao gemaakt door ontwikkelaars of door de politiek?

WILLEMSTAD - De Curaçaose kust verandert sneller dan het beleid dat die kust moet beschermen. Terwijl de regering nog werkt aan een algemeen strandbeleid, ligt er inmiddels een vergunningaanvraag voor een golfbreker en nieuw strand bij de Penstraat.
Die aanvraag is ingediend door Ondine Curaçao B.V., maar wie de procedure bekijkt, ziet vooral een overheid die achter de feiten aanloopt. En misschien is dat precies de bedoeling: zolang duidelijke regels ontbreken, kan vrijwel alles nog als uitzondering worden gepresenteerd.
Op zichzelf is zo’n aanvraag niet uitzonderlijk. Wat wel vragen oproept, is de manier waarop dit proces verloopt. De bekendmaking verscheen niet in twee dagbladen, zoals de Landsverordening maritiem beheer voorschrijft, maar dook op via sociale media. Volgens artikel 21 van diezelfde landsverordening moet een aanvraag immers officieel worden gepubliceerd in twee kranten.
Het publiek krijgt vervolgens tien werkdagen om de stukken in te zien en eventueel een zienswijze in te dienen. Geen bezwaar, geen formele rechtsbescherming – slechts een informele reactie waar de overheid niet eens op hoeft te antwoorden.
Wie bewaakt eigenlijk de publieke belangen aan de kust van Curaçao?
Een juridisch moeras
De zaak wordt nog ingewikkelder wanneer je naar het eigendomsrecht kijkt. Volgens het Burgerlijk Wetboek worden stranden van de zee vermoed eigendom te zijn van het Land Curaçao. Beperkingen van de openbaarheid van die stranden vereisen in principe toestemming bij landsverordening.
Als er door een golfbreker een nieuw strand ontstaat – feitelijk nieuw land – zou men kunnen betogen dat de Staten daar een rol in moeten spelen. Maar daarover zwijgt de minister van Verkeer, vervoer en Ruimtelijke planning, Charles Cooper
Daarnaast zijn er nog andere wettelijke hobbels. De vergunning onder de Landsverordening maritiem beheer moet rekening houden met effecten op het mariene milieu, de veiligheid van de scheepvaart en maritiem archeologisch erfgoed.
En dat is nog niet alles. Omdat er vrijwel zeker koraal aanwezig is in het gebied, moet ook een ontheffing worden verkregen op grond van de Rifbeheerverordening, waarvoor eerst wetenschappelijk onderzoek nodig is.
Kortom: het juridische traject is complex, maar de publieke communicatie daarover - zoals gewend bij de heer Cooper, is opvallend karig.
Onduidelijke ontwikkelaar
Ook de ontwikkelaar zelf blijft voor het grote publiek grotendeels buiten beeld. Ondine Curaçao B.V. is volgens het handelsregister een vastgoed- en projectontwikkelingsbedrijf dat zich onder meer bezighoudt met vastgoedontwikkeling en bouwprojecten. De BV is de drijvende kracht achter de grootschalige miljoeneninvestering aan de Penstraat.
De onderneming heeft als bestuurders onder andere Peninvest B.V. en JSF Consultancy B.V., beide eveneens actief in projectontwikkeling en vastgoedactiviteiten.
Dat is op zich niet ongebruikelijk. Maar bij een project dat direct ingrijpt in de publieke kustzone zou men mogen verwachten dat overheid en politiek veel transparanter uitleggen wat er precies wordt gebouwd, waar en onder welke voorwaarden.
Het echte probleem: beleid ontbreekt
Maar het grotere probleem is dat deze discussie plaatsvindt in een beleidsvacuüm. Curaçao heeft nog altijd geen duidelijk en samenhangend kust- en strandbeleid.
Dat betekent dat ontwikkelaars langs de scheidslijn van land en zee in feite project voor project kunnen opereren, terwijl de overheid telkens achteraf probeert te bepalen of het wel of niet wenselijk is.
Wie de recente discussies rond Zakito en andere kustprojecten volgt, ziet hetzelfde patroon: initiatief eerst, beleid later.
Tijd dat de Staten wakker worden
Daarmee komt de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij de politiek terecht. Als de regering geen duidelijk kader stelt voor kustontwikkeling, is het aan de Staten om dat af te dwingen.
Want de kust is geen gewone bouwgrond. Het is publiek domein, met economische, ecologische en maatschappelijke waarde.
Transparantie over projecten die die kust veranderen is geen gunst aan burgers. Het is een verplicht onderdeel van behoorlijk bestuur.
Of zoals het juridische artikel over deze kwestie terecht concludeert: openheid voorkomt niet alleen wantrouwen, maar ook rechtszaken waar uiteindelijk niemand bij gebaat is.
Tot die tijd blijft de vraag hangen:
wordt het kustbeleid op Curaçao gemaakt in het parlement — of op de tekentafel van projectontwikkelaars?



































