Jaarrekeningen Curaçao over 2020, 2021 en 2022 eindelijk naar Staten

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – De regering stuurt de jaarrekeningen van Curaçao over 2020, 2021 en 2022 naar de Staten. De ministerraad heeft ingestemd met drie ontwerp-landsverordeningen waarmee het parlement de financiële verantwoording over die jaren formeel kan behandelen en vaststellen.


De jaarrekeningen lopen inmiddels vier tot zes jaar achter. Volgens de Landsverordening Comptabiliteit moet de minister van Financiën de jaarrekening over een dienstjaar vóór 1 september van het daaropvolgende jaar opstellen. Daarna volgen controles door overheidsaccountant SOAB en de Algemene Rekenkamer.

De Raad van Advies bracht op 25 juli 2025 al advies uit over de drie jaarrekeningen. Die adviezen zijn nog niet openbaar gemaakt. Pas nu heeft de ministerraad ingestemd met aanbieding van de bijbehorende ontwerp-landsverordeningen aan het parlement.

Geen goedkeurend oordeel

De Algemene Rekenkamer kon de jaarrekeningen over deze periode niet goedkeuren. Volgens de controle-instantie geven de cijfers geen voldoende betrouwbaar beeld van de financiële positie van het Land en van de inkomsten en uitgaven.

Bij de jaarrekening over 2022 constateerde de Rekenkamer wel enige verbetering ten opzichte van eerdere jaren, maar nog altijd te veel fouten en onzekerheden. De controle wees onder meer op 521,2 miljoen gulden aan rechtmatigheidsfouten. Dat betekent dat uitgaven of verplichtingen niet aantoonbaar volgens de begrotingsregels en andere wettelijke voorschriften tot stand zijn gekomen.

De toenmalige minister van Financiën Javier Silvania bestreed een deel van die bevindingen en vroeg de Rekenkamer in 2024 het rapport in te trekken of aan te passen. De Rekenkamer wees dat verzoek af.

Parlementaire controle

Met de behandeling van de drie landsverordeningen moeten de Staten beoordelen hoe de regering in de betreffende jaren met belastinggeld en andere overheidsinkomsten is omgegaan.

Door een jaarrekening vast te stellen, verleent het parlement in beginsel décharge aan de ministers voor het gevoerde financiële beheer. Dat betekent dat de Staten de verantwoording over dat jaar formeel afsluiten. Het parlement kan vooraf vragen stellen over onrechtmatige uitgaven, ontbrekende documenten en verschillen tussen de begroting en de uiteindelijke cijfers.

De Algemene Rekenkamer waarschuwde deze maand opnieuw dat de verantwoordingscyclus sinds 10 oktober 2010 structureel niet binnen de wettelijke termijnen verloopt. De Staten keurden onlangs pas de jaarrekening over 2019 goed.

Wanneer de parlementaire behandeling van de jaarrekeningen over 2020, 2021 en 2022 begint, is nog niet bekend. Ook de jaarrekeningen over de jaren daarna moeten nog formeel worden afgehandeld.


128 keer gelezen

Deel dit artikel: