Parlement wil verplicht overleg over buitenlandse koers Koninkrijk

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – Het parlement van Curaçao wil dat het Koninkrijk voortaan eerst met Curaçao overlegt voordat internationaal een standpunt wordt ingenomen over onderwerpen die het eiland rechtstreeks raken. Een motie daarover is aangenomen door de Staten.


Aanleiding is de stemming van 25 maart 2026 in de Verenigde Naties over een resolutie waarin de trans-Atlantische slavernij als een zeer zware misdaad tegen de menselijkheid wordt aangemerkt. Het Koninkrijk der Nederlanden onthield zich bij die stemming.

Volgens het Curaçaose parlement is de regering van Curaçao niet vooraf geraadpleegd over die positie. Dat noemt de Staten onaanvaardbaar, juist omdat slavernij en de gevolgen daarvan een belangrijk onderdeel vormen van de geschiedenis en maatschappelijke werkelijkheid van Curaçao.

De motie gaat verder dan alleen deze ene VN-stemming. De Curaçaose regering krijgt de opdracht om met Nederland, Aruba en Sint Maarten afspraken te maken over een vaste procedure voor internationale besluitvorming binnen het Koninkrijk.

Daarvoor wil het parlement gebruikmaken van artikel 38 van het Statuut. Dat artikel maakt het mogelijk dat de vier landen onderlinge regelingen treffen. In zo’n regeling zou moeten worden vastgelegd wanneer de Caribische landen worden geraadpleegd en hoe een gezamenlijk Koninkrijksstandpunt tot stand komt.

Ook verwijst het parlement naar een advies van de Raad van State uit 2024 over de verhoudingen binnen het Koninkrijk. Daarin werd gepleit voor meer structurele afspraken en samenwerking op basis van wederzijds begrip.

Buitenlandse betrekkingen

Buitenlandse betrekkingen zijn volgens het Statuut een aangelegenheid van het Koninkrijk. Dat betekent dat Nederland internationaal veelal namens het gehele Koninkrijk optreedt.

Maar dat betekent niet dat Nederland zonder meer zelfstandig kan bepalen welke positie wordt ingenomen wanneer specifieke belangen van Curaçao, Aruba of Sint Maarten in het geding zijn. Het Statuut bevat verschillende bepalingen over betrokkenheid van de landen wanneer hun belangen rechtstreeks worden geraakt.

Het Curaçaose parlement vindt dat de bestaande afspraken onvoldoende voorkomen dat Nederland een internationaal standpunt inneemt zonder dat Curaçao daar vooraf daadwerkelijk bij betrokken is.

Volgens de motie kan dat de autonomie en positie van Curaçao binnen het Koninkrijk aantasten.

Slavernij

De Staten spreken harde woorden over de onthouding bij de VN-stemming. Volgens het parlement stuurde die positie een “verwarrende en kwetsende boodschap” naar samenlevingen waarvan de geschiedenis sterk door slavernij is bepaald.

De motie wijst onder meer op economische ongelijkheid, structurele armoede, koloniale machtsverhoudingen, discriminatie en colorisme als gevolgen die volgens de indieners nog altijd op Curaçao zichtbaar zijn.

Het parlement wil daarom dat de regering ook afzonderlijk bekendmaakt welk standpunt Curaçao zelf inneemt over de VN-resolutie en dat standpunt onder de aandacht brengt van de Verenigde Naties.

De motie raakt daarmee aan een bredere discussie binnen het Koninkrijk: wie bepaalt internationaal het standpunt wanneer Nederland en de Caribische landen verschillende belangen of gevoeligheden hebben?


145 keer gelezen

Deel dit artikel: