Minister wijst verzoek Theo Heyliger om vervroegde vrijlating af

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding
Archieffoto - Daily Herald

PHILIPSBURG – De Sint-Maartense minister van Justitie Nathalie Tackling heeft een verzoek van voormalig parlementslid en minister Theo Heyliger om vervroegd uit de gevangenis te worden vrijgelaten, afgewezen. Ook zijn voorstel om de rest van zijn detentie met elektronisch toezicht door te brengen, is niet gehonoreerd. Dat melden St. Martin News Network en The People’s Tribune.


Volgens de berekening van het ministerie kan Heyliger op 27 januari 2027 voor reguliere voorwaardelijke invrijheidstelling in aanmerking komen. Het bereiken van die datum betekent overigens niet dat hij automatisch wordt vrijgelaten. Daarvoor moet eerst de wettelijk voorgeschreven beoordelingsprocedure worden doorlopen.

Heyliger had gevraagd eerder te worden vrijgelaten en daarbij aangeboden een elektronische enkelband te dragen. Ook wilde hij worden meegenomen in maatregelen waarmee vanwege capaciteitsproblemen in de Pointe Blanche-gevangenis gedetineerden eerder of onder andere voorwaarden hun straf buiten de gevangenis kunnen voortzetten.

Minister Tackling stelt volgens SMN News dat Heyliger vóór zijn reguliere datum voor voorwaardelijke invrijheidstelling geen automatisch recht op vrijlating heeft. Elektronisch toezicht is volgens haar bovendien geen zelfstandige vervanging van een gevangenisstraf, maar een voorwaarde die eventueel aan een rechtsgeldige vrijlating kan worden verbonden.

Discussie over voorarrest

The People’s Tribune plaatst vraagtekens bij de manier waarop het ministerie de uitgezeten straf heeft berekend. Het gaat daarbij vooral om 91 of 92 dagen voorarrest die Heyliger voorafgaand aan zijn huidige detentie heeft doorgebracht.

Die dagen zijn volgens de krant wel afgetrokken bij het vaststellen van het einde van zijn straf en zijn datum voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Maar ze zouden niet zijn meegeteld bij de berekening van het percentage van zijn straf dat Heyliger inmiddels heeft uitgezeten.

Zonder het voorarrest kwam het ministerie volgens The People’s Tribune uit op ongeveer 51 procent van de straf. Wanneer de dagen in voorarrest wel worden meegeteld, zou Heyliger ongeveer 55,7 procent hebben uitgezeten. Dat geeft hem niet automatisch recht op vrijlating, maar kan wel relevant zijn wanneer wegens ruimtegebrek wordt bekeken welke gevangenen eerder kunnen vertrekken.

De krant meldt ook dat in de beslissing een rol is weggelegd voor het United Nations Office for Project Services, UNOPS. Die organisatie is betrokken bij de bouw van de nieuwe gevangenis op Sint Maarten en zou de berekening van Heyligers straf hebben beoordeeld. Het is niet duidelijk waarom UNOPS bij de berekening in een individueel strafdossier is betrokken.

Geen individuele voorkeursbehandeling

Tackling verklaarde zaterdag dat de regels voor iedere gedetineerde gelijk moeten worden toegepast. Een gevangene met een tijdelijke straf van meer dan een jaar kan in beginsel na het uitzitten van twee derde daarvan voor voorwaardelijke invrijheidstelling worden beoordeeld.

Alleen bij een acuut tekort aan gevangeniscapaciteit bestaat daarnaast een beperkte mogelijkheid om gedetineerden eerder vrij te laten. Volgens de minister kan een gevangene daar niet individueel aanspraak op maken. De maatregel is bedoeld om een algemeen capaciteitsprobleem op te lossen, waarbij gevangenen volgens een wettelijk bepaalde volgorde moeten worden beoordeeld.

The People’s Tribune wijst erop dat Tackling eerder in het parlement sprak over gedetineerden die na 50, 55 of 60 procent van hun straf in aanmerking konden komen voor een capaciteitsmaatregel. De krant vraagt daarom om uitleg waarom Heyliger met een berekend percentage van 51 procent niet is meegenomen en waarom zijn voorarrest bij die specifieke berekening buiten beschouwing bleef.

Heyliger kan tegen de toepassing van de regels en de berekening van zijn detentieduur een juridische procedure beginnen. Vooralsnog blijft hij vastzitten en geldt 27 januari 2027 als de eerstvolgende officiële datum waarop reguliere voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden overwogen.


171 keer gelezen

Deel dit artikel: