Twaalf jaar geleden vrijgesproken, morgen begint de rechtszaak tegen NLS’er Tyson Quant

WILLEMSTAD – Shurendy Adelson ‘Tyson’ Quant verschijnt morgen voor het eerst voor de rechter in de omvangrijke strafzaak Themis. Het Openbaar Ministerie ziet hem als een van de leiders van No Limit Soldiers en verdenkt hem onder meer van het opdracht geven tot liquidaties. Maar achter al die zware beschuldigingen ligt een fundamentele vraag die Quant twaalf jaar geleden al eens een volledige vrijspraak opleverde: kan justitie overtuigend bewijzen dat berichten, opdrachten en aliassen die aan ‘Tyson’ worden toegeschreven daadwerkelijk van Quant afkomstig zijn?
Morgenochtend om 08.00 uur Curaçaose tijd begint in de extra beveiligde zittingszaal van de gevangenis in Vught de eerste pro-formazitting tegen Quant. Op Curaçao is de behandeling via een liveverbinding in Kas di Korte te volgen. De verdediging is in handen van Peppie Sulvaran, Athena Sulvaran en Guy Weski. De strafzaak wordt nog niet inhoudelijk behandeld, maar het OM en de verdediging kunnen wel duidelijk maken hoe het dossier ervoor staat en welk aanvullend onderzoek zij nodig vinden.
De inzet is groot. Het OM verdenkt Quant van het opdracht geven tot verschillende liquidaties, ontvoering, witwassen en leidinggeven aan een criminele organisatie. Justitie plaatst hem samen met Urvin ‘Nuto’ Wawoe aan de top van NLS. Wawoe werd vorig jaar in eerste aanleg tot levenslang veroordeeld. Quant werd in 2020 in Dubai aangehouden en na een jarenlange uitleveringsprocedure afgelopen juni naar het Koninkrijk overgebracht. Hij zit sindsdien in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught.
Eerst Jamaica
Maar Quant speelde eerder een opvallende juridische hoofdrol in Jamaica. Op 3 april 2013 zat hij als passagier in een taxi waarin een kwart pond ganja werd gevonden. De chauffeur verklaarde dat de drugs van hem waren en werd vervolgd; de andere passagiers werden vrijgelaten. Quant bleef echter vastzitten. Bij een huiszoeking werd volgens het latere Jamaicaanse rechterlijke dossier niets illegaals aangetroffen. Een politiefunctionaris verklaarde bovendien dat er op dat moment geen narcoticsonderzoek tegen Quant liep.
Toch besloot de Jamaicaanse minister van Nationale Veiligheid hem uit te zetten. Dat gebeurde op 11 april 2013, terwijl advocaten van de Jamaicaanse staat een dag eerder bij de rechter hadden ingestemd met een tijdelijk verbod op zijn deportatie totdat zijn juridische bezwaar was behandeld. Quant was al uitgezet voordat die behandeling kon plaatsvinden.
Op dezelfde dag omschreef de minister hem tijdens een openbare bijeenkomst als een vermeende internationaal gezochte drugsbaron. Ook dat was geen rechterlijke vaststelling. Quant procedeerde vervolgens jarenlang tegen de Jamaicaanse overheid over de gang van zaken rond zijn uitzetting.
Vijftien jaar geëist
Voor Quant is dit niet de eerste keer dat justitie in Nederland hem als opdrachtgever en leider van een crimineel netwerk voor de rechter brengt.
Kort na zijn deportatie naar Nederland, uit Jamaica, zette het OM hem in de zaak-Athena opnieuw als een zware speler binnen de georganiseerde misdaad neer. De verdenkingen? Invoer van ruim zes kilo cocaïne via Schiphol, deelname aan een criminele organisatie en het voorbereiden van een moord.
Het Nederlandse OM beschouwde Quant als een opdrachtgever binnen de organisatie en eiste vijftien jaar gevangenisstraf.
Centraal in het bewijs stonden BlackBerry-berichten. Verdachten communiceerden via PIN-nummers en gebruikten verschillende bijnamen en nicknames. Volgens het OM waren meerdere van die namen terug te voeren op Quant en kon uit de gesprekken worden afgeleid dat hij opdrachten gaf.
De rechtbank Noord-Holland ging daar uiteindelijk niet in mee.
Op 6 maart 2014 werd Quant van alle feiten vrijgesproken. Niet omdat de rechtbank concludeerde dat de onderschepte gesprekken niet over drugs of een voorgenomen liquidatie gingen, maar omdat de laatste verbinding tussen die communicatie en Quant niet overtuigend kon worden bewezen.
Dat onderscheid is essentieel.
Wie zat achter de nickname?
De rechtbank kon uit de communicatie wel afleiden dat verschillende nicknames door één en dezelfde persoon werden gebruikt. Maar vervolgens moest bewezen worden wie die persoon was.
En precies daar liep het bewijs vast.
Ook een proces-verbaal van het Korps Politie Curaçao moest die verbinding leggen. Daarin werd op basis van telecomonderzoek gesteld dat een reeks bijnamen bij Quant hoorde. De rechtbank vond de onderbouwing onvoldoende: gegevens waren zonder voldoende context gepresenteerd en de conclusies van de verbalisant konden volgens de rechters daar niet zonder meer uit worden getrokken. Dat proces-verbaal werd daarom voor die bewijsconstructie buiten beschouwing gelaten.
Ook ander bewijs vulde het gat niet. Camerabeelden en verklaringen van medeverdachten en getuigen leverden volgens het vonnis onvoldoende steun op om Quant met zekerheid achter de communicatie te plaatsen. Het resultaat was een volledige vrijspraak.
Daarmee werd de bewijsvraag uit 2014 opvallend eenvoudig geformuleerd: de berichten waren er, maar kon bewezen worden dat Quant ze had verstuurd?
Van BlackBerry naar versleutelde cryptotelefoons
Twaalf jaar later is de technologie veranderd, maar de juridische vraag niet noodzakelijkerwijs.
In Themis beschikt justitie over grote hoeveelheden versleutelde communicatie. In eerdere strafzaken binnen hetzelfde onderzoek zijn onder meer gegevens uit PGP-Safe en Sky ECC gebruikt.
Het Gemeenschappelijk Hof heeft zich inmiddels uitgebreid over de verkrijging en het gebruik van die cryptodata uitgesproken. In maart 2025 werden in hoger beroep verweren over PGP-Safe- en Sky ECC-gegevens behandeld. Het Hof constateerde bij een deel van de gegevensvergaring wel een procedurele normschending, maar zag daarin geen reden het bewijs buiten beschouwing te laten.
Ook in de zaak tegen Wawoe speelde versleutelde communicatie een belangrijke rol. Voordat het Gerecht de inhoud van Sky ECC-berichten tegen hem kon gebruiken, moest het eerst vaststellen of Wawoe daadwerkelijk de gebruiker van de betreffende accounts was. Daarna werden de berichten samen met andere gegevens gebruikt voor bewezenverklaringen van onder meer drugshandel en liquidaties.
Dat is precies waarom de zaak-Quant interessant wordt.
Het OM heeft in Themis inmiddels ervaring opgedaan met een bewijsprobleem waarop de zaak tegen Quant in 2014 stukliep: hoe identificeer je de persoon achter een versleuteld account of een schuilnaam?
Maar daarmee staat nog niet vast dat het OM die stap ook bij Quant kan zetten.
Welk bewijs ligt er nu tegen Quant?
Daarover is publiekelijk nog niet veel over bekend.
Het OM maakte al bij zijn arrestatie bekend dat Quant wordt verdacht van het opdracht geven tot liquidaties, ontvoering, leidinggeven aan een criminele organisatie en witwassen. In 2022 liet justitie bovendien beslag leggen op vijf onroerende zaken op Curaçao. Volgens het OM bestaat de verdenking dat daarin geld uit criminele activiteiten is geïnvesteerd.
Themis is bovendien veel breder dan de Nederlandse Athena-zaak. Het onderzoek is uitgevoerd door rechercheurs uit Curaçao, Sint Maarten en Aruba samen met het Recherche Samenwerkingsteam en richt zich op feiten in meerdere landen. Andere verdachten zijn inmiddels veroordeeld voor deelname aan NLS, liquidaties, drugstransporten en witwassen.
Wat nog niet openbaar is, is welke concrete communicatie het OM tegen Quant zelf wil gebruiken.
Zijn er Sky ECC- of PGP-accounts die rechtstreeks aan hem worden toegeschreven? Onder welke aliassen communiceerde hij volgens justitie? Welke technische gegevens verbinden die accounts aan hem? Werden telefoons bij hem aangetroffen? Komen locatiegegevens overeen met het gebruik van de accounts? Zijn er foto’s, contacten, betalingen of verklaringen van anderen die de identificatie ondersteunen?
En vooral: bestaat er ditmaal onafhankelijk bewijs waarmee de digitale communicatie aan Quant kan worden vastgemaakt?
Dat zijn andere vragen dan de vraag of NLS een criminele organisatie is. Over die organisatie hebben rechters inmiddels in verschillende Themis-zaken harde conclusies getrokken. Maar een strafrechter moet uiteindelijk per verdachte vaststellen welke feiten deze verdachte heeft gepleegd.
Geen herhaling van 2014 vanzelfsprekend
Daar zit ook het gevaar van een te eenvoudige vergelijking met Athena.
Dat Quant in 2014 werd vrijgesproken, betekent niet dat hij automatisch ook in Themis zal worden vrijgesproken. Het betreft andere verdenkingen, een andere periode en vermoedelijk voor een belangrijk deel ander bewijsmateriaal.
Omgekeerd betekent het feit dat andere NLS-verdachten inmiddels zijn veroordeeld evenmin dat de beschuldigingen tegen Quant daarmee bewezen zijn.
Een illustratie daarvan is juist de zaak tegen Wawoe. Hoewel het Gerecht hem vorig jaar tot levenslang veroordeelde voor meerdere zeer ernstige feiten, werd hij tegelijkertijd vrijgesproken van betrokkenheid als opdrachtgever bij de Hato-shooting. Voor dat afzonderlijke feit vond de rechter de aanwijzingen onvoldoende om de noodzakelijke koppeling met Wawoe te maken.
Een omvangrijk dossier en een bewezen criminele organisatie nemen dus de individuele bewijslast niet weg.
Maandag begint het juridische gevecht
De behandeling van maandag zal die centrale vraag waarschijnlijk nog niet beantwoorden. Het is een pro-formazitting. Er worden geen getuigen uitgebreid gehoord en het Gerecht hoeft nog niet te beslissen of de beschuldigingen bewezen zijn.
Maar de eerste contouren kunnen wel zichtbaar worden.
De tenlastelegging kan duidelijker maken welke liquidaties en andere feiten Quant precies worden verweten en over welke periode. Onderzoekswensen van zijn advocaten kunnen vervolgens verraden waar de verdediging de zwakke plekken van het dossier ziet.
Als de verdediging inzage vraagt in complete datasets, aanvullende cryptoberichten, identificatieprocessen-verbaal of onderliggende technische gegevens, is dat geen detail. In andere Themis-zaken is juist over de volledigheid en interpretatie van versleutelde communicatie stevig gevochten.
Voor het OM ligt tegelijkertijd een historische waarschuwing op tafel.
Twaalf jaar geleden beschikte justitie eveneens over berichten waarin volgens het OM zware drugsfeiten en een liquidatie werden besproken. Het OM dacht ook toen te weten wie achter een reeks schuilnamen zat. Het eiste vijftien jaar.
De rechtbank vond uiteindelijk dat één essentiële schakel ontbrak: het bewijs dat de man achter de berichten daadwerkelijk Shurendy Quant was.
Maandag begint een nieuwe strafzaak waarin het Openbaar Ministerie Quant opnieuw neerzet als opdrachtgever en leider binnen de georganiseerde misdaad. De technieken zijn moderner, het Themis-dossier is omvangrijker en justitie beschikt inmiddels over jaren aan internationale opsporing en cryptocommunicatie.
Maar de juridische opdracht is uiteindelijk dezelfde gebleven.
Kan het OM ditmaal niet alleen laten zien wat ‘Tyson’ en andere aliassen zouden hebben gezegd en opgedragen, maar ook buiten redelijke twijfel bewijzen dat de man achter die namen Shurendy Adelson Quant is?
Dat zal een van de belangrijkste vragen worden wanneer de zaak na maandag werkelijk inhoudelijk begint.





































