OM: Quant en Wawoe loofden miljoen gulden uit voor Hato-liquidatie

· - leestijd 2 minuten
Hato shooting in 2014
Hato shooting in 2014

WILLEMSTAD – Shurendy ‘Tyson’ Quant en Urvin ‘Nuto’ Wawoe zouden volgens het Openbaar Ministerie een beloning van één miljoen gulden hebben uitgeloofd voor de moord op Erwin ‘Djais’ Juliana, leider van de rivaliserende bende Buena Vista City. Juliana werd op 15 juli 2014 samen met Shentley ‘Champi’ Arnhem doodgeschoten tijdens de Hato-shooting op de luchthaven van Curaçao. Zeven omstanders raakten gewond.


Het OM bracht de vermeende beloning maandag opnieuw naar voren tijdens de eerste pro-formazitting in de strafzaak tegen Quant. Justitie ziet hem als een van de leiders van de No Limit Soldiers (NLS) en verdenkt hem van twaalf zware strafbare feiten.

Volgens het OM was de schietpartij op Hato specifiek gericht op Juliana. De aanslag zou voortkomen uit een gewelddadig conflict tussen NLS en Buena Vista City, nadat leden van BVC drugs van NLS zouden hebben gestolen. Zeven mensen zijn inmiddels veroordeeld voor hun aandeel in de Hato-shooting, van wie zes volgens justitie lid waren van NLS.

Getuigen wijzen naar leiding NLS

Het OM stelt dat Quant en Wawoe als leiders van NLS de beloning van één miljoen gulden voor Juliana beschikbaar stelden. De officier verwees daarbij naar meerdere getuigen die verklaarden over de drugsroof, de daaropvolgende ruzie en betalingen die namens de leiding van NLS zouden zijn gedaan.

Ook Juliana zelf zou al in mei 2013 bij de politie hebben verklaard dat ‘Tyson’ mensen wilde betalen om hem te vermoorden.

De beschuldiging is niet nieuw. Het OM legde vrijwel dezelfde theorie vorig jaar voor aan de rechter in de strafzaak tegen Wawoe. Die werd uiteindelijk tot levenslang veroordeeld voor onder meer andere moorden en zijn leidinggevende rol binnen NLS, maar niet voor zijn vermeende rol als opdrachtgever van de Hato-shooting.

Sterke aanwijzingen, maar onvoldoende bewijs

Dat vonnis laat zien welke bewijsdrempel het OM in de zaak tegen Quant moet nemen.

De rechter vond in de zaak-Wawoe dat er sterke aanwijzingen waren dat hij een van de opdrachtgevers van Hato was. Ook stond volgens het Gerecht vast dat de schutters tegen betaling in opdracht van anderen handelden en dat het moeilijk voorstelbaar was dat de leiding van NLS niet wist van de plannen. Maar dat was onvoldoende voor een veroordeling.

Een belangrijke belastende verklaring kwam van iemand die van de uitvoerders had gehoord dat Wawoe en een andere NLS-leider via een tussenpersoon voor de liquidatie hadden betaald. Dat was dus informatie van horen zeggen. Bovendien ontbrak volgens de rechter ander concreet bewijsmateriaal waarmee Wawoe persoonlijk aan de opdracht kon worden gekoppeld.

Voor een veroordeling wegens uitlokking is meer nodig dan de wetenschap dat een moord wordt voorbereid of de positie van iemand binnen een criminele organisatie. Er moet voldoende bewijs zijn dat de verdachte anderen daadwerkelijk heeft aangezet tot het misdrijf, bijvoorbeeld door een beloning, opdracht of andere concrete gedraging. Juist die individuele schakel vond de rechter vorig jaar bij Wawoe onvoldoende bewezen.

PGP-berichten moeten verschil maken

Dat maakt de strafzaak tegen Quant extra interessant. Het OM zal bij hem concreter moeten aantonen wat Quant zelf heeft gezegd, gedaan of betaald om de Hato-liquidatie te laten uitvoeren.

Justitie lijkt daarvoor onder meer te willen steunen op versleutelde communicatie. Tijdens de zitting legde het OM veel nadruk op PGP-berichten die aan Quant worden toegeschreven. De officier zei dat er bij het OM “geen twijfel” bestaat dat Quant de gebruiker was van de betreffende accounts en verwees naar een uitgebreide identificatie in zijn persoonsdossier.

Of juist die berichten ook een directe verbinding leggen tussen Quant, het miljoen gulden en de opdracht voor de Hato-shooting, zal tijdens de inhoudelijke behandeling moeten blijken. Dat bewijs heeft het OM maandag nog niet volledig aan de rechter voorgelegd.

De verdediging heeft ondertussen toegang gevraagd tot de volledige dataset van berichten uit het Themis-onderzoek. Zij wil daarmee kunnen controleren hoe de berichten aan Quant zijn gekoppeld en of de selectie die het OM gebruikt betrouwbaar en in de juiste context is geplaatst.

Quant heeft nog niet inhoudelijk op de beschuldigingen gereageerd en beriep zich maandag op zijn zwijgrecht. De volgende pro-formazitting is op 27 november.

De inzet rond Hato is daarmee helder: het OM heeft eerder aannemelijk kunnen maken dat de opdracht uit de top van NLS kwam, maar niet bewezen dat Wawoe die opdracht zelf gaf. In de zaak tegen Quant zal justitie die persoonlijke verbinding wél overtuigend moeten leggen.


145 keer gelezen

Deel dit artikel: