Mensenhandel Curaçao: recherche onderbezet, opvang slachtoffers niet geregeld

WILLEMSTAD – De bestrijding van mensenhandel op Curaçao wordt ernstig belemmerd door personeelstekorten, gebrekkige slachtofferopvang en onvoldoende herkenning van uitbuiting. De betrokken rechercheafdeling werkt volgens een nieuw onderzoek met slechts 40 procent van de benodigde capaciteit. Daardoor blijven mogelijke slachtoffers buiten beeld en worden zaken soms als mensensmokkel behandeld, terwijl sprake kan zijn van mensenhandel.
Dat blijkt uit de Baseline Assessment on the Situation of Human Trafficking and Smuggling in Curaçao, een onderzoek van PATH, de organisatie binnen het ministerie van Justitie die zich bezighoudt met de bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel.
Curaçao.nu meldde gisteren dat de regering het onderzoek had ontvangen, maar de resultaten niet bekendmaakte. Het persbericht van Justitie bevatte geen onderzoeksrapport en gaf geen inzicht in de conclusies. Kort na publicatie van het nieuwsbericht kreeg de redactie de volledige baseline van 65 pagina’s alsnog toegestuurd.
Recherche onderbezet
Een van de opvallendste bevindingen is het personeelstekort bij de Divisie Georganiseerde Criminaliteit (DGC) van het Korps Politie Curaçao. Volgens het hoofd van deze afdeling bedraagt de beschikbare capaciteit slechts 40 procent van wat nodig is.
De beperkte bezetting maakt het moeilijk om zelfstandig onderzoek te doen naar vermoedelijke mensenhandel. De politie komt daardoor vooral in actie wanneer concrete meldingen binnenkomen, terwijl veel vormen van uitbuiting juist verborgen blijven.
Volgens het onderzoek worden vermoedelijke mensenhandelzaken bovendien soms teruggebracht tot mensensmokkel. Dat zijn juridisch verschillende misdrijven. Bij mensensmokkel gaat het om het faciliteren van illegale grensoverschrijding, terwijl mensenhandel draait om uitbuiting. Het onderscheid is van belang voor zowel de vervolging van verdachten als de bescherming van slachtoffers.
Opvang onvoldoende geregeld
Ook de opvang van slachtoffers vertoont ernstige tekortkomingen. Curaçao beschikt volgens de onderzoekers nog niet over een structureel functionerend systeem van gespecialiseerde opvang.
Er is inmiddels een pand gehuurd voor vrouwelijke slachtoffers van mensenhandel, maar dat moet volgens het rapport nog operationeel worden gemaakt. Voor mannen, minderjarigen en gezinnen worden waar nodig tijdelijke oplossingen gezocht.
Het Openbaar Ministerie bevestigt in het onderzoek dat onvoldoende opvang ook de strafrechtelijke aanpak bemoeilijkt. Slachtoffers willen niet altijd in de beschikbare voorzieningen verblijven, waardoor het moeilijker wordt hun verklaringen te verkrijgen en strafzaken voort te zetten.
De onderzoekers waarschuwen bovendien dat gebrekkige nazorg en langdurige onzekerheid slachtoffers opnieuw kwetsbaar kunnen maken voor uitbuiting.
Mensenhandel verdwijnt uit beeld
Sinds de sluiting van prostitutiecentrum Campo Alegre in 2020 is een deel van de seksindustrie volgens geïnterviewde instanties verschoven naar minder zichtbare locaties.
De onderzoekers noemen escortdiensten, particuliere woningen, horecagelegenheden en online platforms. Daardoor wordt het voor politie en hulpverleners moeilijker om mogelijke slachtoffers te herkennen.
De DGC noemt onder meer Santa Maria, Buena Vista en Palu Blanku als wijken waar signalen van mensenhandel zijn vastgesteld. Hulporganisatie Stichting Maatschappelijk Zorg & Herstel noemt daarnaast Fuik, Pietermaai en Jan Thiel als gebieden met verhoogde risico’s. Het gaat om bevindingen uit interviews, niet om vastgestelde aantallen strafbare feiten per wijk.
Mensenhandel speelt bovendien niet uitsluitend binnen de seksindustrie. Het onderzoek beschrijft risico’s op arbeidsuitbuiting in de bouw, horeca, huishoudelijke dienstverlening en landbouw.
Mannen nauwelijks in beeld
Uit de geregistreerde cijfers blijkt dat tussen 2021 en 2025 twintig slachtoffers van mensenhandel zijn geïdentificeerd. Het ging uitsluitend om vrouwen, voornamelijk afkomstig uit Colombia en Venezuela.
Toch signaleren hulporganisaties ook arbeidsuitbuiting van mannen. Vooral migranten zonder geldige verblijfsdocumenten zouden kwetsbaar zijn.
Volgens de onderzoekers durven veel slachtoffers geen aangifte te doen uit angst hun inkomen te verliezen, te worden vastgezet of te worden uitgezet. Bij mannen spelen daarnaast schaamte en maatschappelijke verwachtingen een rol.
Opvallend is dat er in de onderzochte periode geen strafzaken zijn geregistreerd die uitsluitend betrekking hadden op seksuele uitbuiting. Volgens het rapport komt die vorm van uitbuiting wel degelijk voor, maar wordt zij onvoldoende zichtbaar in de officiële registraties.
Beperkt aantal strafzaken
Tussen 2020 en 2025 voerde de DGC zestien onderzoeken uit naar mogelijke mensenhandel. Zes daarvan leidden tot een strafzaak met concrete verdachten. Daarnaast vermeldt de baseline drie zaken uit andere registraties. Het Openbaar Ministerie registreerde in dezelfde periode acht mensenhandelzaken.
De onderzoekers wijzen erop dat de gegevens van politie, justitie, immigratiediensten en Kustwacht niet altijd op elkaar aansluiten. De instanties gebruiken verschillende registratiemethoden en verzamelen niet steeds dezelfde informatie.
Daarom kan uit de officiële cijfers niet worden afgeleid hoeveel mensen op Curaçao daadwerkelijk slachtoffer zijn van mensenhandel.
Slachtoffers niet geïnterviewd
Het onderzoek kent ook een belangrijke beperking. Hoewel aanvankelijk interviews met slachtoffers waren voorzien, zijn die uiteindelijk niet gehouden. De onderzoekers spraken uitsluitend met vertegenwoordigers van overheidsdiensten, hulporganisaties en consulaten.
De baseline beschrijft daardoor vooral wat instanties weten en signaleren, maar bevat geen rechtstreeks verzamelde ervaringen van slachtoffers zelf.
De onderzoekers bevelen onder meer aan om een centrale registratie in te voeren, de opvang structureel te organiseren, meer aandacht te besteden aan het vroegtijdig herkennen van uitbuiting en de samenwerking met maatschappelijke organisaties te verbeteren.
Tegelijkertijd erkennen zij dat de samenwerking tussen betrokken instanties sinds de oprichting van PATH in 2024 is verbeterd. De organisatie heeft volgens het rapport bijgedragen aan betere afstemming en meer aandacht voor mogelijke slachtoffers.
De onderzoekers beschouwen de baseline als een eerste stap.




































