Verzekeraar IIC moet oud-commissaris bijna 39.000 gulden aan achterstallige vergoedingen betalen

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – De Curaçaose verzekeringsmaatschappij International Insurance Company (IIC) moet een voormalig lid van haar raad van commissarissen bijna 39.000 gulden aan achterstallige vergoedingen betalen. Het bedrijf had in 2021 besloten openstaande schulden aan commissarissen kwijt te schelden, maar kon dat volgens het Gemeenschappelijk Hof van Justitie niet zonder instemming van de betrokken commissaris doen.


De vrouw was van juli 2017 tot juli 2022 lid van de raad van commissarissen van IIC. In december 2017 werd aan de commissarissen meegedeeld dat zij recht hadden op een vergoeding van 1.200 Antilliaanse gulden per maand. Maar die vergoeding werd jarenlang niet volledig uitbetaald.

In september 2021 besloten de aandeelhouders en aanwezige commissarissen om alle openstaande vergoedingen tot eind 2020 kwijt te schelden. Tegelijkertijd werd een nieuwe beloningsregeling ingevoerd, waarbij commissarissen voortaan 1.500 gulden per vergadering zouden ontvangen, aangevuld met een aandeel in de nettowinst.

De betrokken commissaris was niet aanwezig bij de vergadering en had ook geen toestemming gegeven om afstand te doen van haar opgebouwde vergoeding.

Individueel recht

Volgens het Hof heeft ieder lid van een raad van commissarissen een zelfstandig recht op betaling zodra de vergoeding rechtsgeldig is vastgesteld. Andere commissarissen kunnen niet namens een afwezig lid besluiten dat deze zijn of haar aanspraken opgeeft.

IIC voerde in hoger beroep aan dat de maandelijkse vergoeding nooit rechtsgeldig was vastgesteld. Het Hof verwierp dat verweer. Volgens de rechters mocht de commissaris vertrouwen op de schriftelijke mededeling van december 2017 waarin de vergoeding werd bevestigd.

Ook het feit dat zij eerder 7.200 gulden had ontvangen voor zes maanden werkzaamheden, ondersteunde volgens het Hof dat de maandelijkse vergoeding daadwerkelijk was toegekend.

Toezicht Centrale Bank

Opmerkelijk is dat IIC sinds 2014 onder toezicht stond van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS). De toezichthouder had daarvoor een zogenoemde silent trustee aangesteld.

De verzekeraar beriep zich tijdens de procedure onder meer op de mogelijke bevoegdheden van deze toezichthouder. Maar volgens het Hof heeft IIC onvoldoende onderbouwd dat voor het aangaan van de betalingsverplichtingen toestemming van de toezichthouder nodig was.

Het toezicht van de Centrale Bank op IIC eindigde in 2023.

Proceskosten

Het Gerecht in Eerste Aanleg had de verzekeraar in januari 2025 al veroordeeld tot betaling van 38.700 gulden aan achterstallige vergoedingen en 1.875 gulden aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

IIC ging tegen die uitspraak in hoger beroep, maar kreeg opnieuw ongelijk. Het Hof heeft alle bezwaren van de verzekeraar verworpen en het eerdere vonnis volledig bevestigd.

De verzekeraar moet daarnaast de kosten van het hoger beroep betalen. Die bedragen 6.000 gulden aan advocaatkosten en bijna 376 gulden aan overige proceskosten.


71 keer gelezen

Deel dit artikel: