Zorgen om vermiste klokkenluider leiden tot woordenstrijd rond Curaçaohuis

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De vermeende vermissing van Jordan Pietersz, medewerker van het Curaçaohuis in Den Haag en volgens oppositiepartij PNP een klokkenluider over misstanden binnen de organisatie, heeft geleid tot een nieuwe politieke controverse.


Terwijl PNP-Statenlid Sheldry Osepa alarm slaat en spreekt van een zorgwekkende situatie, stelt het Curaçaohuis dat er geen officiële vermissingsmelding bekend is en dat het kabinet niet is benaderd door familie of politie.

Zorgen over verblijfplaats

Osepa schrijft in een brief aan minister-president Gilmar Pisas dat Pietersz volgens familieleden, vrienden en bekenden al bijna twee weken onbereikbaar is. Volgens hem is er geen enkel teken van leven en ontbreken ook transacties of andere aanwijzingen die duidelijkheid geven over zijn verblijfplaats.

De parlementariër noemt de situatie zorgwekkend en vreest dat sprake kan zijn van een wraakactie vanwege de rol die Pietersz eerder speelde bij het naar buiten brengen van vermeende misstanden binnen het Curaçaohuis.

Osepa verzoekt de regering daarom actief mee te helpen bij het opsporen van de medewerker en wil onder meer weten welke inspanningen worden geleverd om hem te vinden en of er procedures lopen om zijn arbeidsrelatie te beëindigen.

Kritiek op Curaçaohuis

De zorgen van Osepa komen niet uit de lucht vallen. De afgelopen jaren uitte hij herhaaldelijk kritiek op het functioneren van het Curaçaohuis en stelde hij tientallen Statenvragen over onder meer een vermeende angstcultuur, pesterijen op de werkvloer, cameratoezicht en het vertrek van medewerkers.

Ook tijdens recente debatten hield hij premier Pisas politiek verantwoordelijk voor signalen over slecht werkgeverschap en andere vermeende misstanden binnen de organisatie.

Schriftelijke verklaring

Het Curaçaohuis reageerde donderdag met een schriftelijke verklaring van plaatsvervangend gevolmachtigd minister Errold Bishop aan minister-president Pisas. Daarin staat dat het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao kennis heeft genomen van de berichten op sociale media, maar benadrukt dat het niet is benaderd door directe familieleden, naaste verwanten, de politie of andere bevoegde instanties over een vermissingsmelding van Pietersz.

Volgens Bishop heeft het Curaçaohuis bovendien nagegaan of bij de bevoegde instanties binnen het Koninkrijk een officiële vermissingsmelding is geregistreerd. Op basis van de beschikbare informatie zou daarvan geen sprake zijn.

De verklaring vermeldt verder dat Pietersz al gedurende langere tijd geen contact onderhoudt met het Curaçaohuis. Daarnaast zou uit de personeelsadministratie blijken dat hij tijdens zijn dienstverband ook in het verleden meerdere keren voor langere perioden afwezig is geweest zonder voorafgaande melding of officiële kennisgeving aan het kabinet.

Hoewel het Curaçaohuis op basis van de huidige informatie geen aanwijzingen ziet voor een officiële vermissing, zegt het de kwestie met gepaste alertheid te blijven volgen en bij nieuwe relevante ontwikkelingen overeenkomstig de wettelijke verantwoordelijkheden te handelen.

Lang lopend conflict

De zaak speelt zich af tegen de achtergrond van een al langer lopend conflict tussen Jordan Pietersz en de leiding van het Curaçaohuis. Pietersz trad eerder naar buiten met beschuldigingen over vermeende misstanden binnen de organisatie en stelde dat hij daarna te maken kreeg met tegenwerking, waaronder het stopzetten van zijn salaris. Die aantijgingen maken deel uit van een conflict dat al geruime tijd onderwerp is van politiek debat op Curaçao.


286 keer gelezen

Deel dit artikel: