
WILLEMSTAD – PNP-Statenlid Sheldry Osepa vraagt premier Gilmar Pisas te garanderen dat parlementariërs niet politiek worden bestraft wanneer zij ministers uit hun eigen partij of de regeringsmeerderheid kritisch bevragen. Als die garantie uitblijft, overweegt Osepa bescherming te zoeken bij organisaties binnen het Koninkrijk of daarbuiten.
Aanleiding zijn uitspraken die Pisas deed in het radioprogramma Tribuna Popular. Volgens Osepa trok de premier daarin de handelwijze in twijfel van een regeringsgezind Statenlid (Javier Silvania, red) dat vragen had gesteld aan een minister uit de eigen politieke kring. Ook zou zijn gesproken over mogelijk optreden van het partijbestuur tegen de parlementariër.
Osepa noemt de uitspraken „antidemocratisch, gevaarlijk en verwerpelijk”. Hij wijst erop dat de Staatsregeling geen onderscheid maakt tussen Statenleden van de regering en de oppositie. De regering bestuurt en het parlement controleert, aldus het PNP-lid.
Mandaat van de bevolking
Volgens Osepa zijn Statenleden niet ondergeschikt aan de premier of aan een partijleider. Zij krijgen hun mandaat van de bevolking en leggen bij hun beëdiging geen loyaliteitsverklaring af aan een politieke partij.
Als de premier van regeringsgezinde parlementariërs verwacht dat zij zich aan het partijbelang onderwerpen, wordt volgens Osepa de controlerende taak van het parlement uitgehold. De mogelijkheid van partijdiscipline of uitsluiting kan Statenleden ervan weerhouden misstanden aan te kaarten, waarschuwt hij.
Osepa heeft zeven formele vragen aan Pisas gesteld. Hij wil onder meer weten of de premier erkent dat ook parlementariërs uit de regeringspartij ministers publiekelijk moeten kunnen bekritiseren. Ook vraagt hij garanties dat zij geen politieke gevolgen ondervinden wanneer zij hun constitutionele controletaak uitoefenen.
De brief werd op 5 juli opgesteld. Statenvoorzitter Fergino Brownbill heeft de vragen op 20 juli officieel doorgestuurd naar Pisas in zijn functie als minister van Algemene Zaken.




































