Curator SEHOS: regering kon financiering hoger bod niet aantonen

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De Curaçaose regering heeft volgens SEHOS-curator Danilo Narvaez niet kunnen aantonen hoe zij de aankoop van het voormalige ziekenhuiscomplex wilde financieren. Daardoor kon de curator een mogelijk overheidsbod van elf miljoen gulden niet goed beoordelen. Narvaez verdedigt in een brief aan zijn opdrachtgevers zijn besluit om het complex voor tien miljoen gulden aan Otrabanda Village te verkopen, ondanks een uiteindelijk hoger bod van de overheid. Ook spreekt hij minister Charles Cooper op verschillende punten tegen.


De brief van 7 oktober volgt op uitspraken van Cooper tijdens een Statenvergadering op 5 oktober. De minister uitte kritiek op de verkoop van het voormalige ziekenhuis en stelde eerder dat hij overwoog aangifte tegen de curator te doen. Narvaez geeft nu voor het eerst uitgebreid uitleg over de onderhandelingen en de redenen waarom hij niet met de overheid in zee ging.

Volgens de curator meldde het Land Curaçao zich in juli 2025 als geïnteresseerde koper. De regering bood aanvankelijk vier miljoen gulden, maar stelde daarbij als voorwaarde dat de curator een vordering van bijna tachtig miljoen gulden op de overheid zou laten vallen. Ook moest een al lopende rechtszaak tegen het Land worden ingetrokken.

Narvaez wees dat voorstel af. Volgens hem zou het prijsgeven van de vordering niet in het belang zijn van de gezamenlijke schuldeisers. Bovendien lag het bod van vier miljoen aanzienlijk onder de getaxeerde executiewaarde van het ziekenhuiscomplex, die in september 2022 op 8,15 miljoen gulden was vastgesteld.

Hoger bod zonder financiële onderbouwing

Pas in februari 2026, bijna zeven maanden na het laatste contact, meldde de advocaat van het Land Curaçao zich opnieuw. De overheid overwoog nu elf miljoen gulden te bieden en wilde met de curator spreken over de betalingsvoorwaarden.

Narvaez vroeg daarop hoe de aankoop zou worden betaald en uit welke begrotingspost het geld afkomstig was. Volgens de curator kreeg hij daarop geen antwoord, behalve de mededeling dat de overheid over voldoende financiële middelen beschikte.

Ook de vraag naar de herkomst van het geld, de zogenoemde source of funds, werd volgens hem niet bevredigend beantwoord.

Daarnaast zou de overheid voor de aankoop een aanvullende begroting aan de Staten hebben moeten voorleggen. De curator stelt dat daarvoor een landsverordening nodig was en dat de procedure maanden had kunnen duren. De door het Land voorgestelde verkorte goedkeuringsprocedure bood volgens hem geen oplossing.

Intussen waren de onderhandelingen met Otrabanda Village volgens Narvaez zo ver gevorderd dat het afbreken daarvan tot een schadeclaim tegen de faillissementsboedel had kunnen leiden.

Vijftien miljoen kwam te laat

De koopovereenkomst met Otrabanda Village werd op 2 maart 2026 ondertekend. Vier dagen later, op 6 maart, werd de overheid hierover geïnformeerd.

Diezelfde dag verhoogde het Land zijn bod van elf naar vijftien miljoen gulden. Volgens Narvaez kwam dat te laat omdat de koopovereenkomst al was gesloten.

Hij benadrukt dat ook een eerder uitgebracht bod van vijftien miljoen niet automatisch tot verkoop aan de overheid zou hebben geleid. De onzekerheid over de financiering, de benodigde begrotingsgoedkeuring en de vergevorderde onderhandelingen met Otrabanda Village zouden volgens hem zijn blijven meewegen.

Ook speelde mee dat Otrabanda Village een masterplan had ingediend voor restauratie, bescherming van het cultureel erfgoed en verdere ontwikkeling van het terrein. De overheid had volgens de curator uitsluitend een geldbedrag geboden, zonder plannen voor de toekomst van het complex.

Curator spreekt Cooper tegen

Narvaez weerspreekt daarnaast twee uitspraken die hij aan Cooper toeschrijft.

Zo zegt hij niet bekend te zijn met taxatierapporten waarin het voormalige ziekenhuiscomplex op achttien of 26 miljoen gulden wordt gewaardeerd. De curator beschikte zelf over een taxatie uit september 2022, waarin de executiewaarde op 8,15 miljoen gulden was vastgesteld.

Ook ontkent hij dat de overheid beschikt over een rechterlijke uitspraak die SEHOS verplicht veertien miljoen gulden aan het Land te betalen.

Volgens Narvaez is juist Curaçao de grootste schuldenaar van de failliete ziekenhuisstichting.

De curator stelt dat de rechter-commissaris gedurende het verkoopproces op de hoogte is gehouden van alle biedingen, inclusief het hoogste bod van de overheid. De rechter-commissaris heeft de verkoop voor tien miljoen gulden aan Otrabanda Village goedgekeurd.

Rechtszaak van bijna tachtig miljoen

Met de verkoop achter de rug richt Narvaez zich nu op de rechtszaak tegen het Land Curaçao. Daarin eist de faillissementsboedel bijna tachtig miljoen gulden wegens vermeende wanprestatie en onrechtmatig handelen bij de overgang van het oude SEHOS naar het Curaçao Medical Center.

De claim houdt verband met afspraken uit 2013. Volgens de curator was destijds overeengekomen dat SEHOS verantwoordelijk zou blijven voor de exploitatie van het nieuwe ziekenhuis en dat bij de overgang alle wederzijdse financiële aanspraken zouden worden afgewikkeld. Dat conflict is nog altijd niet opgelost.

Notariële akten tonen latere doorverkoop

Uit eerder onderzochte notariële akten blijkt dat het voormalige SEHOS-complex op 30 juni 2026 voor tien miljoen gulden aan Otrabanda Village B.V. werd geleverd. Daarmee komt de verklaring van de curator overeen met de geregistreerde verkoop.

De akten laten ook zien dat Otrabanda Village zes dagen later een deel van het vastgoed, perceel B3498, voor vier miljoen gulden doorverkocht aan Kunuku Aqua Resorts Holding B.V. Het andere perceel, B3497, bleef bij Otrabanda Village.

Die doorverkoop wordt door Narvaez niet genoemd. Dat is opmerkelijk omdat de curator zijn keuze voor Otrabanda Village mede verdedigt met het masterplan voor restauratie, erfgoedbescherming en de verdere ontwikkeling van het ziekenhuiscomplex.

Intussen verklaarde minister Charles Cooper dat de overheid uiteindelijk alsnog afspraken maakte om het voormalige ziekenhuiscomplex te verwerven. Daarbij werd een bedrag van dertien miljoen gulden genoemd.

De tot dusver onderzochte akten bevestigen die latere overdracht aan het Land Curaçao of CMC Vastgoed echter niet.

Daardoor blijft onduidelijk wie inmiddels juridisch eigenaar is van de verschillende percelen, welke bedragen uiteindelijk zijn betaald en hoe de latere transacties zich verhouden tot het oorspronkelijke ontwikkelingsplan.

Ook roept de verklaring van Narvaez een nieuwe vraag op: waarom kon het Land Curaçao in februari volgens de curator de financiering van een bod van elf miljoen gulden niet voldoende onderbouwen, terwijl de overheid later opnieuw als koper in beeld kwam?

  • Download hier de brief van SEHOS-curator Danilo Narvaez


151 keer gelezen

Deel dit artikel: