Sehos-terrein na verkoop meteen opgesplitst, terwijl overheid zegt hele complex voor 13 miljoen te hebben gekocht

· - leestijd 4 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De verkoop van het voormalige Sehos-complex roept nieuwe vragen op nu minister Charles Cooper zegt dat de Curaçaose overheid vijftien miljoen gulden voor het terrein had geboden, terwijl de curator het voor tien miljoen verkocht aan een particuliere partij. Uit notariële aktes blijkt bovendien dat een deel van het complex zes dagen later alweer werd doorverkocht aan een tweede particuliere onderneming.


Cooper zei maandag in de Staten dat de overheid overweegt de curator in het faillissement van Stichting Sint Elisabeth aan te geven. Volgens de minister had het Land met vijftien miljoen gulden het hoogste bod uitgebracht, maar koos de curator toch voor een koper die tien miljoen bood.

In een notendop

De verkoop van het oude Sehos-terrein blijkt ingewikkelder dan eerst gedacht.

De curator verkocht op 30 juni twee percelen van het voormalige ziekenhuis voor 10 miljoen gulden aan Otrabanda Village B.V. Zes dagen later verkocht die onderneming één van de twee percelen alweer door aan Kunuku Aqua Resorts Holding voor 4 miljoen gulden. Daarmee waren er vanaf dat moment twee particuliere eigenaren.

Minister Charles Cooper zegt nu dat de overheid eerder 15 miljoen gulden had geboden en het complex uiteindelijk voor 13 miljoen gulden heeft gekocht. Die bedragen en die uiteindelijke aankoop door het Land zijn in de notariële aktes die we nu hebben nog niet terug te vinden.

De belangrijkste vraag is daarom simpel: van wie heeft de overheid uiteindelijk welk deel van het Sehos-terrein gekocht, en hoe komt die prijs van 13 miljoen precies tot stand?


De notariële leveringsakte bevestigt dat laatste bedrag. Op 30 juni 2026 verkocht curator Danilo Castro Narvaez namens Stichting Sint Elisabeth twee percelen, samen ruim 23.000 vierkante meter, aan Otrabanda Village B.V. voor tien miljoen Caribische gulden. Het gaat om de percelen B3497 van 15.244 vierkante meter en B3498 van 8.174 vierkante meter.

Uit dezelfde akte blijkt dat de koopovereenkomst al op 2 maart 2026 was gesloten en op 19 juni werd gewijzigd of vernieuwd. De verkoop vond plaats met goedkeuring van de rechter-commissaris in het faillissement. Die verleende toestemming op 13 februari en opnieuw op 18 juni.

Dat laatste is van belang voor Coopers kritiek op de curator. Uit de akte blijkt dat de curator de verkoop niet zonder betrokkenheid van de rechter-commissaris heeft afgehandeld. Uit de openbare stukken blijkt niet of de rechter-commissaris op het moment van de laatste goedkeuring op de hoogte was van het volgens Cooper hogere bod van het Land.

Perceel zes dagen later doorverkocht

De eigendomssituatie veranderde vrijwel onmiddellijk opnieuw. Op 6 juli, zes dagen na de overdracht door Sehos, verkocht Otrabanda Village één van de twee percelen aan Kunuku Aqua Resorts Holding B.V.

Het gaat om perceel B3498 van 8.174 vierkante meter. De koopsom bedroeg vier miljoen gulden.

Daarmee bleef Otrabanda Village eigenaar van perceel B3497, terwijl Kunuku Aqua eigenaar werd van B3498. In dezelfde akte werd zelfs een recht van overpad geregeld om het bij Otrabanda Village achterblijvende perceel bereikbaar te houden.

Die transactie komt niet voor in de uitleg die Cooper maandag in de Staten gaf.

De minister zei dat de regering na de verkoop door de curator in onderhandeling ging met „de groep” die het complex voor tien miljoen had gekocht. Uiteindelijk zou overeenstemming zijn bereikt over een aankoop door het Land voor dertien miljoen gulden.

Cooper verklaarde het verschil van drie miljoen tussen de eerste en de latere verkoopprijs onder meer uit notariskosten, architectenkosten en andere uitgaven die de eerste koper zou hebben gemaakt.

Maar de notariële aktes die tot nu toe zijn geraadpleegd, tonen nog geen overdracht van het volledige complex aan Land Curaçao voor dertien miljoen gulden.

Dat is een belangrijke ontbrekende schakel. Op basis van de nu beschikbare aktes waren er vanaf 6 juli immers twee afzonderlijke particuliere eigenaren.

Financiering

Ook de financiering van de particuliere aankopen blijkt uit de registers.

Otrabanda Village vestigde bij de aankoop een hypotheek ten gunste van Vidanova Bank. De hoofdsom bedroeg 8,7 miljoen gulden. Met rente- en kostenopslag werd voor maximaal 13,05 miljoen gulden zekerheid ingeschreven.

Dat bedrag van 13,05 miljoen staat los van de dertien miljoen die Cooper noemt als latere aankoopprijs door het Land.

Kunuku Aqua financierde zijn aankoop van het tweede perceel eveneens gedeeltelijk met een hypotheek. ORCO Bank verstrekte een krediet van 2,5 miljoen gulden, met een totale hypotheekinschrijving van 3,75 miljoen.

Na de verkoop aan Kunuku Aqua werd het betreffende perceel uit de hypotheek van Otrabanda Village bij Vidanova gehaald.

Vijftien miljoen

Cooper zegt dat het Land zelf vijftien miljoen gulden had geboden voor het complex. Volgens hem wees de curator dat bod af omdat betaling door de overheid langer zou duren, onder meer omdat daarvoor een suppletoire begroting nodig zou zijn.

Dat bod van vijftien miljoen komt niet voor in de notariële aktes. Daarin staat alleen de daadwerkelijk uitgevoerde verkoop voor tien miljoen gulden.

Ook Coopers mededeling dat het Land het complex uiteindelijk voor dertien miljoen heeft verkregen, kan op basis van de nu beschikbare leveringsakten nog niet worden bevestigd.

Daarvoor is een latere koop- of leveringsakte nodig waaruit blijkt welke percelen het Land heeft gekocht, van welke eigenaar of eigenaren en tegen welke prijs.

Taxaties

Volgens Cooper was het Sehos-complex eerder getaxeerd op achttien miljoen gulden. Een recentere taxatie zou volgens hem uitkomen op 26,4 miljoen.

Ook die taxaties maken geen deel uit van de geraadpleegde notariële stukken. Daardoor is nog niet vast te stellen of beide taxaties exact dezelfde percelen, gebouwen en rechten omvatten als de verkoop voor tien miljoen.

Cooper stelt dat de overheid daarom een goede deal heeft gesloten.

Hij wees daarbij ook op vorderingen van het Land op Sehos. Cooper sprak over ongeveer veertien miljoen gulden aan belastingen en andere bedragen die de overheid nog zou moeten ontvangen.

Dat bedrag wijkt af van eerdere officiële financiële rapportages van het Land, waarin voor Sehos een schuld aan Curaçao van 34,6 miljoen gulden wordt genoemd en het Land als preferente schuldeiser wordt aangeduid.

HNO Vastgoed al eerder betrokken

De aktes werpen ook nieuw licht op de rol van HNO Vastgoed en Beheer.

Uit de leveringsakte van 30 juni blijkt dat er al sinds 15 oktober 2025 een huurovereenkomst bestond tussen de curator en HNO Vastgoed en Beheer. Otrabanda Village nam het complex over met kennis van die overeenkomst.

Dat betekent dat de aanwezigheid van HNO Vastgoed op het terrein niet pas is ontstaan nadat de overheid belangstelling kreeg voor aankoop van het complex.

De onderneming was al maanden voor de verkoop formeel bij het terrein betrokken.

Open vragen

Daarmee blijven verschillende vragen open.

Niet duidelijk is wanneer het Land precies het bod van vijftien miljoen deed, welke voorwaarden daaraan waren verbonden en of de rechter-commissaris daarvan op de hoogte was toen op 18 juni toestemming voor de verkoop aan Otrabanda Village werd gegeven.

Ook ontbreekt vooralsnog de documentatie van de volgens Cooper latere aankoop door het Land voor dertien miljoen.

Vooral moet duidelijk worden van wie het Land uiteindelijk welk vastgoed heeft gekocht. Na 6 juli waren de oorspronkelijke twee Sehos-percelen immers verdeeld over Otrabanda Village en Kunuku Aqua Resorts Holding.

De regering zal daarnaast moeten verduidelijken hoe de drie miljoen gulden verschil tussen de eerste koopprijs en de door Cooper genoemde latere aankoopprijs is opgebouwd.


386 keer gelezen

Deel dit artikel: