Vonnis legt geldstroom achter aanbestedingsfraude Sint-Maarten bloot

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

PHILIPSBURG – Bijna 239.000 gulden die via frauduleus gegunde overheidsopdrachten bij een bedrijf van voormalig VROMI-kabinetschef Marisha Richardson en haar partner Jeffrey Bremer terechtkwam, werd daarna contant opgenomen of doorgesluisd naar derden. Een nieuw vonnis in het corruptieonderzoek Jasmine op laat daarmee zien hoe de aanbestedingsfraude op Sint-Maarten een financiële achterkant kreeg: het geld werd na binnenkomst op de bedrijfsrekening omgezet en verspreid.


Richardson en Bremer zijn deze week veroordeeld voor het medeplegen van oplichting en gewoontewitwassen. Richardson werd daarnaast veroordeeld voor misbruik van haar functie. Openbare berichtgeving over de Jasmine-zaak identificeert de in het vonnis geanonimiseerde verdachten als Richardson en Bremer.

De zaak draait om overheidsprojecten die kort na orkaan Irma in 2017 werden gegund door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur, VROMI. Het ging onder meer om werkzaamheden aan de Prins Bernhardbrug, Keys Bridge in Sucker Garden, vangrails en een basketbalveld in Great Bay.

Ook Chef de Kabinet

Het bedrijf dat de opdrachten kreeg was Bremer Deco-Crete & Landscaping, in eerdere berichtgeving over de projecten ook aangeduid als Soualiga Infrastructure Company. De vennootschap was van Bremer en Richardson.

Richardson werkte op dat moment als Chef de Kabinet van toenmalig VROMI-minister Christophe Emmanuel, maar had tegelijkertijd een belang van 50 procent in het bedrijf dat de opdrachten kreeg.

Concurrentie bestond volgens rechter alleen op papier

Volgens de rechter werd de indruk gewekt dat verschillende bedrijven met elkaar concurreerden om de opdrachten. In werkelijkheid waren de offertes zo op elkaar afgestemd dat Bremer Deco-Crete de projecten zou krijgen.

Daarbij werden offertes gebruikt die op naam stonden van een tweede aannemer. De eigenaar van dat bedrijf verklaarde later dat hij die offertes niet had opgesteld en dat ze vals waren. In openbare berichtgeving over Jasmine wordt dat bedrijf geïdentificeerd als Earth Movers van aannemer Jean Bartlett.

Bartlett werd eerder volledig vrijgesproken; de rechter kon niet vaststellen dat hij zelf bij de fraude betrokken was en hield er rekening mee dat documenten van zijn bedrijf door anderen waren gebruikt.

Minister Emmanuel keurde de opdrachten volgens het vonnis al goed voordat de gebruikelijke inhoudelijke en financiële beoordeling was afgerond. Verschillende ambtenaren werden buiten het proces gehouden en documenten werden achteraf voorzien van het stempel ‘urgent’.

Volgens de rechter werd daarmee een situatie gecreëerd waarin het leek alsof een normale aanbestedingsprocedure was gevolgd, terwijl de opdrachten feitelijk al waren weggegeven.

Emmanuel werd in maart in een ander deel van het Jasmine-onderzoek al veroordeeld tot 29 maanden gevangenisstraf en een verbod van vijf jaar om een openbaar ambt te bekleden.

Geld verdwijnt van bedrijfsrekening

Het nieuwe vonnis maakt vooral zichtbaar wat er na de gunning met het overheidsgeld gebeurde.

Vanuit het Land Sint-Maarten kwamen vanaf december 2017 verschillende betalingen binnen op de bankrekening van het bedrijf. De rekening bevatte vlak vóór de eerste overheidsbetaling slechts ongeveer 2.400 gulden.

Kort nadat overheidsgeld was gestort, begonnen Richardson en Bremer grote bedragen contant op te nemen en geld naar andere partijen over te maken. Richardson nam in totaal ruim 86.000 gulden cash op. Bremer nam ruim 11.000 gulden contant op.

Daarnaast ging bijna 30.000 gulden naar een ander bedrijf waarvan de moeder van Richardson directeur was. Dat bedrijf stond op hetzelfde adres geregistreerd als Bremer Deco-Crete en had volgens het handelsregister beleggingen en onroerend goed als bedrijfsdoel. Later werd nog bijna 26.000 gulden rechtstreeks aan Richardsons moeder overgemaakt.

Ook ging ruim 55.000 gulden naar de Landsontvanger, werd 26.200 gulden naar een ander bedrijf overgemaakt en werden cheques van ongeveer 5.000 en 9.000 gulden aan derden uitgeschreven.

Volgens Bremer waren contante opnames onder meer nodig om materiaal voor de overheidsprojecten te kopen. De rechter kon dat echter niet verifiëren. Tegelijkertijd kon niet volledig worden uitgesloten dat een deel van het cashgeld inderdaad voor werkzaamheden is gebruikt.

Fraude wordt witwassen

Voor de witwasveroordeling is vooral van belang hoe de rechter naar de oorsprong van het geld kijkt. Het gerecht stelt eerst vast dat bijna 240.000 gulden door oplichting van het Land is verkregen. Daarmee was het volgens de rechter geld met een criminele herkomst.

Richardson en Bremer namen dat geld vervolgens op in contanten en droegen bedragen over aan andere personen en bedrijven. Daarmee werd het crimineel verkregen geld volgens het gerecht omgezet en overgedragen: handelingen die onder witwassen vallen.

Het gaat daarmee niet om de klassieke vorm van witwassen waarbij zwart geld via ingewikkelde buitenlandse vennootschappen ogenschijnlijk legaal wordt gemaakt. In deze zaak vormt het witwassen feitelijk de financiële achterkant van de aanbestedingsfraude: overheidsgeld werd eerst door fraude binnengehaald en daarna vanuit de bedrijfsrekening in contanten en betalingen aan derden omgezet.

Omdat Richardson en Bremer dat gedurende langere tijd, meerdere keren en voor aanzienlijke bedragen deden, spreekt de rechter van gewoontewitwassen. Beiden hadden toegang tot de bankrekening en beiden namen geld op of maakten bedragen over.

Richardson kreeg zestien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en mag vijf jaar niet als ambtenaar werken. Bremer kreeg 240 uur taakstraf en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechter legde lagere straffen op dan het Openbaar Ministerie had geëist, onder meer omdat de strafzaak te lang heeft geduurd.


147 keer gelezen

Deel dit artikel: