Woo-stukken tonen interne druk achter opschorten coronasteun Sint-Maarten

· - leestijd 3 minuten
Parlement van Sint Maarten
Parlement van Sint Maarten

PHILIPSBURG/DEN HAAG – Nederland zette in het voorjaar van 2021 een bedrag van 39 miljoen gulden aan coronasteun voor Sint-Maarten tijdelijk stil nadat Statenleden bij de Verenigde Naties hadden geklaagd over racisme en mensenrechtenschendingen rond de Nederlandse steunvoorwaarden en het hervormingsorgaan COHO.


Dat verband was destijds in hoofdlijnen al openbaar. Nieuw vrijgegeven interne documenten laten nu zien hoe scherp Nederland achter de schermen de financiële steun koppelde aan een ondubbelzinnige politieke herbevestiging van het landspakket en COHO.

De documenten zijn vrijgegeven na een beroep op de Wet open overheid (Woo). Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vond aanvankelijk 302 documenten over de liquiditeitssteun, COHO, de landspakketten en de klachten van Sint-Maarten bij de Verenigde Naties. Daaruit zijn uiteindelijk 118 kerndocumenten geselecteerd, voornamelijk stukken die ten minste het niveau van directeur hadden bereikt.

De stukken reconstrueren een politiek conflict dat ontstond enkele maanden nadat Sint Maarten op 22 december 2020 het landspakket met Nederland had ondertekend.

Klacht bij Verenigde Naties

Op 9 maart 2021 werd namens het parlement en de bevolking van Sint-Maarten een petitie bij twee VN-organen ingediend. Daarin werd gesteld dat de voorwaarden rond de Nederlandse coronasteun en de totstandkoming van COHO in strijd waren met internationale mensenrechten en racistisch van karakter waren. Vooral Statenleden van de coalitie hadden hun steun aan de petitie uitgesproken.

Dat bracht Nederland in een lastig parket. Enkele maanden eerder hadden dertien van de veertien aanwezige Statenleden juist steun uitgesproken voor het landspakket. Die steun was noodzakelijk geweest om de overeenkomst met Nederland te kunnen sluiten.

De Rijksministerraad besloot daarom op 26 maart de vijfde tranche liquiditeitssteun niet toe te kennen. Sint-Maarten moest eerst duidelijk maken of de Staten nog steeds achter het landspakket en de totstandkoming van COHO stonden. Het College financieel toezicht had voor het tweede kwartaal van 2021 een liquiditeitsbehoefte van 39 miljoen gulden vastgesteld.

Dat wisten we al

Dat Nederland de betaling vanwege de politieke onduidelijkheid opschortte, was in 2021 geen geheim. Staatssecretaris Raymond Knops informeerde de Tweede Kamer destijds dat de petitie moeilijk te rijmen was met de eerder uitgesproken steun voor COHO en het landspakket.

Knops meldde ook expliciet dat de Rijksministerraad vanwege die situatie op dat moment geen nieuwe liquiditeitssteun aan Sint-Maarten zou verstrekken. De 39 miljoen gulden kon volgens hem pas worden besproken wanneer voldoende duidelijkheid bestond over het standpunt van de Staten.

Ook het vervolg werd openbaar gemaakt. Nadat zowel regering als Staten opnieuw hun steun voor het landspakket en het COHO-traject hadden bevestigd, besloot de Rijksministerraad op 23 april alsnog de vijfde tranche van 39 miljoen gulden toe te kennen.

Wat nu nieuw zichtbaar wordt

De nieuwe documenten geven een veel gedetailleerder beeld van de interne redenering en de druk die Nederland achter de schermen uitoefende.

In een intern stuk wordt de situatie scherper geformuleerd dan in de publieke communicatie. Volgens de Nederlandse analyse bleek uit de petitie dat een meerderheid van de Staten, waaronder coalitiepartijen, zich afkeerde van COHO en het landspakket. Onder die omstandigheden kon volgens het document niet van Nederland worden verlangd dat het verdere liquiditeitssteun verstrekte zolang een ondubbelzinnige steunverklaring van de Staten uitbleef.

Een ander intern document gaat nog verder. Daarin wordt vastgesteld dat het verlies van politieke steun voor COHO en het landspakket mogelijk aanleiding kon zijn voor het van rechtswege beëindigen van de onderlinge regeling tussen Nederland en Sint Maarten. Zolang niet duidelijk was of die steun nog bestond, kon volgens de Nederlandse analyse geen verdere liquiditeitssteun worden verlangd.

Daarmee wordt duidelijker hoe Nederland de twee dossiers intern met elkaar verbond: niet alleen de uitvoering van concrete hervormingen was bepalend voor verdere financiële steun, maar ook de vraag of het Sint-Maartense parlement politiek achter het afgesproken hervormingstraject bleef staan.

Eerst verklaring, daarna geld

De Staten bevestigden vervolgens op 16 april schriftelijk dat zij het landspakket en het traject richting COHO bleven steunen. Een week later, op 23 april, besloot de Rijksministerraad de 39 miljoen gulden alsnog beschikbaar te stellen.

Ook Nederlandse begrotingsstukken legden later de volgorde vast: het besluit om de vijfde tranche toe te kennen volgde op de hernieuwde steunbetuiging van regering en parlement van Sint Maarten.

Daarmee ontstaat uit de nieuw vrijgegeven stukken vooral een scherper beeld van de machtsverhouding tijdens de coronacrisis. Sint Maarten had de Nederlandse liquiditeitssteun nodig om zijn financiën overeind te houden, terwijl Nederland voortzetting van die steun koppelde aan politieke zekerheid over het hervormingsprogramma.

Geld werd later opnieuw tegengehouden

De kwestie rond de VN-petitie betekende overigens niet dat de 39 miljoen gulden daarna onmiddellijk werd uitbetaald. Eind mei kwam de tranche opnieuw ter discussie te staan vanwege problemen met het bestuur van Princess Juliana International Airport.

Nederland stelde vervolgens ook daar voorwaarden aan voordat het geld daadwerkelijk kon worden verstrekt.

De Woo-documenten veranderen daarmee niet de bekende chronologie van 2021, maar maken zichtbaar hoe hard de Nederlandse interne besluitvorming was geformuleerd: zonder aantoonbare politieke steun voor COHO en het landspakket zou ook de financiële steun niet doorgaan, en intern werd zelfs rekening gehouden met het einde van de overeenkomst tussen beide landen.


97 keer gelezen

Deel dit artikel: