
WILLEMSTAD - "Het kleinste land ooit dat zich heeft geplaatst voor een WK voetbal."
Dat was de pitch waarmee producent Stephen Birch de redactie van de Australische publieke omroep SBS overtuigde. Een prachtig uitgangspunt voor een documentaire van Dateline. Maar al tijdens onze eerste gesprekken werd duidelijk dat dit verhaal nooit alleen over voetbal mocht gaan.
Het moest een verhaal worden over Curaçao.
Door: Dick Drayer I Journalist
Ik mocht daar als local producer aan bijdragen. Mijn taak was veel meer dan alleen logistiek regelen. Samen met Stephen en presentator Darren Mara zochten we naar de juiste mensen, de juiste locaties en vooral de juiste verhalen om een Australisch publiek te laten begrijpen wat voor eiland Curaçao werkelijk is.
Die kans kreeg ik dankzij de Jamaicaanse journaliste Zahra Burton, voor wie ik jaren geleden de televisiereportage The Curaçao Model over prostitutie in de Cariben maakte. Zij bracht mijn naam onder de aandacht van SBS.
In april reden Darren, cameraman Jordan Osborne en ik tien dagen lang over het eiland.
Wat ik bijzonder vond, was dat Darren nooit genoegen nam met het eerste antwoord. Achter elke locatie stelde hij de vraag: "Maar wat zegt dit over Curaçao?"
Dat begon al bij de voetbalploeg.
Op papier is het verhaal ongelooflijk. Een eiland met ongeveer 150.000 inwoners plaatst zich voor het wereldkampioenschap voetbal. Nog opmerkelijker: slechts één speler uit de selectie is daadwerkelijk op Curaçao geboren. De rest groeide op in Nederland, maar koos bewust voor het land van hun ouders of grootouders. De documentaire legt uit hoe de Curaçaose voetbalbond gebruikmaakte van die diaspora en van de Nederlandse voetbalopleiding om een team op te bouwen dat geschiedenis schreef.
Maar vervolgens verschuift de aandacht.
Een van de eerste mensen van wie ik wist dat hij absoluut in de documentaire moest komen, was Brenton Balentien, beter bekend als Captain Blueface. Veel mensen kennen hem als de man met het volledig blauw geschilderde gezicht die bij iedere interland op de tribune staat, maar achter die opvallende verschijning schuilt een veel dieper verhaal.
Darren nam uitgebreid de tijd om hem te spreken en vroeg waarom hij zich blauw schminkt. Brenton legde uit dat blauw op Curaçao traditioneel bescherming symboliseert. Ouders brengen een blauw poeder aan op kinderen om hen te beschermen tegen het kwaad. In de documentaire wordt die symboliek bijna een metafoor voor de nationale ploeg: een klein eiland dat zichzelf beschermt en tegelijkertijd met trots aan de wereld laat zien wie het is.
Nog mooier vond ik zijn verhaal over de WK-kwalificatie. Volgens Brenton maakte het voor het eerst in lange tijd niet uit uit welke wijk je kwam of welke politieke kleur je had. "Het bracht iedereen samen", zegt hij. "We willen de wereld laten zien wat Curaçao is en wat we doen." Dat ene interview vat misschien wel beter dan welk statistiekje ook samen wat de plaatsing voor het WK op het eiland heeft losgemaakt.
Met gids Nigel loopt Darren door Willemstad. Niet langs de kleurrijke gevels voor de perfecte vakantiefoto, maar langs Fort Amsterdam, oude slavenwoningen en het Tula-monument. Nigel vertelt hoe de koloniale geschiedenis nog altijd voelbaar is en hoe sommige Curaçaoënaars discriminatie ervaren van Nederlanders die zich superieur opstellen. Dat zijn gesprekken die ongemakkelijk kunnen zijn, maar juist daarom belangrijk zijn om de relatie tussen Curaçao en Nederland te begrijpen.
We wilden ook laten zien dat achter het voetbal een samenleving schuilgaat waarin niet iedereen dezelfde kansen heeft.
Daarom maakten we kennis met Braveny Herrera, een jongen uit een sociale woonwijk die droomt van een carrière als profvoetballer. Zijn ouders werken allebei meerdere banen om rond te komen. Terwijl Braven vertelt over zijn helden in het nationale elftal, praten zijn ouders over onderwijs, kansen en de wens om hun zoon een betere toekomst te geven. Het zijn eerlijke gesprekken over de andere kant van Curaçao en over ambitie, zonder dat het ooit zwaar of somber wordt.
Misschien wel de meest ontroerende opnames maakten we bij het Kinder-WK van oud-bondscoach Remko Bicentini.
Kinderen speelden een eigen wereldkampioenschap, verdeeld over 48 landen die ook aan het echte WK deelnemen. Darren vroeg Remko wat het doel van het evenement was.
Zijn antwoord was prachtig.
Niet voetbal.
Niet winnen.
Maar kinderen laten geloven dat dromen werkelijkheid kunnen worden.
Hij legt uit dat Curaçao zich heeft geplaatst voor het WK en dat kinderen daardoor mogen geloven dat ook zij ooit zo’n podium kunnen bereiken, als ze met respect leven en hard werken. Dat was precies de boodschap die Stephen vanaf het begin in de documentaire wilde laten doorklinken.
Een ander belangrijk thema werd de braindrain.
We bezochten een school waar leerlingen vertelden dat vrijwel iedereen na het eindexamen naar Nederland vertrekt. Niet omdat ze Curaçao willen verlaten, maar omdat opleidingen ontbreken en de economische kansen elders groter zijn. Eén leerling, Deki, formuleert het bijna zakelijk: de overheid investeert in jongeren, maar ziet die investering vaak nooit terug omdat afgestudeerden in Nederland blijven.
Vervolgens stelt Darren de interessante vraag of het succes van het nationale elftal misschien laat zien wat mogelijk is als Curaçaoërs in het buitenland zich weer met hun eiland verbinden.
Ook toerisme kreeg een plek.
Niet als promotiepraatje, maar als economische realiteit. Op een boot vol bezoekers vertelt een jonge Curaçaoënaar dat hij zonder toeristen waarschijnlijk geen werk zou hebben. Tegelijkertijd spreekt hij openlijk over de spanning die sommige inwoners voelen doordat Nederlandse investeerders veel invloed hebben op de ontwikkeling van het eiland. Ook dat ongemakkelijke evenwicht tussen afhankelijkheid en autonomie krijgt een plaats in de film.
Toen ik het resultaat van de montage zag, besefte ik pas echt wat Darren en Jordan hadden gemaakt.
Geen reisprogramma.
Geen voetbaldocumentaire.
Maar een portret van een eiland dat worstelt met zijn geschiedenis, leeft van toerisme, talent exporteert naar Nederland en tegelijkertijd een ongekende trots heeft hervonden dankzij een voetbalelftal dat de wereld versteld deed staan.
Ik ben Stephen Birch dankbaar dat hij verder keek dan alleen het sportieve sprookje. En ik kijk met warme gevoelens terug op de dagen met Darren Mara en Jordan Osborne, die met oprechte nieuwsgierigheid en respect luisterden naar de verhalen van iedereen die zij ontmoetten.
Het resultaat is precies zoals ik hoopte.
Australië krijgt Curaçao te zien.
Niet het ansichtkaart-Curaçao.
Maar het echte Curaçao.




































