Naömi keerde terug naar Curaçao en leerde: stop de vergelijking met Nederland

· - leestijd 3 minuten
Naömi Robinson
Naömi Robinson

Naömi Robinson verruilde Nederland dit jaar definitief voor haar geboorte-eiland Curaçao. De statistisch onderzoeker beschrijft in deze blog hoe het is om opnieuw te wennen aan het leven en werken op het eiland: van de hitte en het andere werktempo tot het geduld dat soms nodig is om zaken voor elkaar te krijgen.


Robinson waarschuwt vooral voor de neiging om Curaçao voortdurend met Nederland te vergelijken. Wie remigreert, moet volgens haar ruimte maken voor een ander ritme en nieuwe ervaringen. Aan het einde van haar bijdrage geeft ze drie lessen mee aan anderen die een terugkeer overwegen: maak een duidelijke keuze, respecteer het lokale tempo zonder jezelf te verliezen en durf verandering te omarmen.

Door | Tanja Fraai
https://fraaiwerkt.nl/

Naömi Robinson keerde in maart definitief terug naar Curaçao, het eiland waar ze werd geboren. Na jaren in Nederland koos ze voor een nieuw bestaan op haar geboorte-eiland. Inmiddels werkt ze als statistisch onderzoeker bij de Curaçaose overheid en ontdekt ze opnieuw wat het betekent om ergens thuis te zijn.

De eerste maanden na haar remigratie stonden vooral in het teken van wennen. Aan het klimaat, het werktempo en aan een samenleving die anders functioneert dan de Nederlandse. Toch overheerst bij Robinson het gevoel dat ze de juiste keuze heeft gemaakt.

Dat merkt ze bijvoorbeeld nu de feestdagen naderen. Waar december voorheen betekende dat ze naar vliegtickets keek en verlangde naar Curaçao, is dat dit jaar niet meer nodig. Ze woont er. Familie en andere mensen die haar hebben gevormd zijn dichtbij. Juist daardoor is ze zich bewuster geworden van het dagelijks leven en van de betekenis van haar terugkeer.

Ook op haar werk moest Robinson opnieuw haar weg vinden. Ze kwam terecht in een dynamisch team en kreeg in korte tijd te maken met werkzaamheden en verantwoordelijkheden die ze vooraf niet had voorzien. Die nieuwe omgeving bleek niet alleen een aanpassing, maar bood haar ook de mogelijkheid zich professioneel verder te ontwikkelen.

Dat betekent niet dat alles vanzelf gaat. De hitte kan zwaar zijn en ook haar geduld wordt soms op de proef gesteld. Robinson beschouwt dat als onderdeel van het leven op het eiland. Liever de warmte van Curaçao, zegt ze, dan de koude en donkere winters in Nederland.

Niet alles met Nederland vergelijken

Een van de belangrijkste lessen die Robinson sinds haar terugkeer heeft geleerd, is dat remigreren meer vraagt dan alleen verhuizen.

Wie jarenlang in Nederland heeft gewoond, neemt gewoonten, verwachtingen en een bepaald werktempo mee. De verleiding is groot om vervolgens voortdurend te vergelijken: waarom gaat iets hier niet zoals in Nederland, waarom duurt het langer en waarom werkt een organisatie anders?

Volgens Robinson helpt die houding niet. Curaçao en Nederland zijn verschillende samenlevingen en moeten niet voortdurend langs dezelfde meetlat worden gelegd.

Dat betekent volgens haar evenmin dat een remigrant zich overal bij moet neerleggen. Het gaat juist om het vinden van een evenwicht: rekening houden met het lokale tempo, maar tegelijkertijd structuur houden en eigen doelen blijven nastreven.

Geduld is daarbij onmisbaar.

Teruggaan is ook opnieuw beginnen

Robinson merkt dat veel Curaçaoënaars in Nederland met het idee spelen om ooit terug te keren. Ze verlangen naar het eiland, maar stellen de beslissing soms jarenlang uit.

Daar zijn vaak begrijpelijke redenen voor. Werk, huisvesting, inkomen, kinderen en relaties maken remigreren tot een ingrijpende keuze. Toch ziet Robinson ook dat de behoefte aan volledige zekerheid mensen kan tegenhouden.

Die zekerheid is er volgens haar nauwelijks.

Terugkeren naar een geboorte-eiland betekent bovendien niet automatisch dat iemand verder kan waar hij of zij ooit is gebleven. Zowel de persoon als Curaçao is in de tussentijd veranderd. Remigreren is daardoor niet alleen een terugkeer, maar ook een nieuw begin.

Voor Robinson heeft het Papiamentse gezegde ‘kas ta keda kas’, thuis blijft thuis, daardoor een nieuwe betekenis gekregen.

Drie lessen voor wie terug wil

Uit haar eigen ervaringen trekt Robinson drie lessen voor mensen die in 2026 een terugkeer naar Curaçao overwegen.

De eerste is om een wens om te zetten in een concreet besluit. Wie daadwerkelijk wil verhuizen, van baan wil veranderen of iets nieuws wil beginnen, zal op enig moment moeten ophouden met uitstellen en de eerste stappen moeten zetten.

Daarnaast adviseert ze remigranten om het lokale tempo te leren begrijpen zonder hun eigen ritme volledig los te laten. Niet alles hoeft op de Nederlandse manier, maar dat betekent niet dat persoonlijke ambities of structuur moeten verdwijnen.

Ten slotte moet iemand volgens Robinson bereid zijn verandering te accepteren. Terugkeren naar Curaçao kan vertrouwd voelen, maar brengt tegelijkertijd onzekerheid en nieuwe ervaringen met zich mee.

Juist daarin ziet zij de waarde van haar beslissing.

Remigreren heeft Robinson niet teruggebracht naar precies het Curaçao dat ze kende. Het heeft haar gedwongen opnieuw een verhouding met het eiland op te bouwen. Voor haar heeft dat uiteindelijk geleid tot de conclusie waarmee haar verhaal begon: kas ta keda kas.


141 keer gelezen

Deel dit artikel: