Tula, Grootgeneraal en vereerde voorouder van onze vrijheid

· - leestijd 4 minuten
Bob Harms
Bob Harms

Op 17 augustus is het 231 jaar geleden dat op plantage Knip de grootste georganiseerde vrijheidsstrijd tegen de slavernij op Curaçao begon. Historisch publicist en onderzoeker Bob Harms pleit er in deze opiniebijdrage voor om Tula niet langer vooral te benaderen vanuit de discussie over zijn mogelijke functie vóór de opstand, maar vanuit de rol die uit de historische bronnen veel duidelijker naar voren komt: die van leider en ‘Grootgeneraal’ van de vrijheidsstrijd. Harms gaat nog een stap verder en ziet Tula, vanuit de Afro-Curaçaose erfenis, als een vereerde voorouder van de vrijheid.


Door | Bob Harms

Vandaag is het maandag 17 augustus. Precies 231 jaar geleden viel 17 augustus eveneens op een maandag. Op die dag in 1795 legden tot slaaf gemaakten op plantage Knip het werk neer. Onder leiding van Tula begon een strijd die zich in korte tijd over Bandabou verspreidde en uitgroeide tot de grootste georganiseerde vrijheidsstrijd tegen de slavernij in de geschiedenis van Curaçao.

Op deze 17 augustus wil ik Tula niet opnieuw bekijken vanuit de vraag welke functie hij vóór die maandag op plantage Knip zou hebben vervuld. Ik wil hem zien zoals hij uit de bronnen over augustus en september 1795 naar voren treedt: als leider, als Grootgeneraal, als man die anderen wist te verenigen rond het recht op vrijheid.

En ik wil nog een stap verder gaan. Tula verdient voor mij een plaats die groter is dan die van politieke verzetsheld. Hij is een vereerde voorouder van onze vrijheid.

Grootgeneraal Tula

In zijn boek 1795, De Slavenopstand op Curaçao: Een bronuitgave van de originele overheidsdocumenten besteedt doctor Alejandro ‘Jandi’ Paula uitvoerig aandacht aan de hoofdrolspelers van de opstand. Tula wordt daarin zonder omwegen geïntroduceerd als “Grootgeneraal Tula: Leider van de Slavenopstand”. Doctor Jandi Paula vermeldt bovendien dat Tula bij het koloniale bestuur als majoor en Grootgeneraal van de opstand bekendstond.

Dat is van betekenis. Grootgeneraal is niet slechts een eretitel die wij hem twee eeuwen later uit bewondering hebben gegeven. De aanduiding behoort tot de historische werkelijkheid waarin zelfs zijn tegenstanders hem als leider moesten erkennen.

De opstand kende meerdere belangrijke leiders. Carpata, Wacao en Louis Mercier, ook Toussaint genoemd, speelden ieder een rol binnen de strijd. Maar Tula stond aan de top. Wanneer er onderhandeld moest worden, was hij degene met wie men rekening hield. Hij beschikte niet over een rang die hem door een regering was verleend, niet over een militaire academie of over het institutionele gezag en de materiële middelen van zijn tegenstanders. Zijn gezag kwam ergens anders vandaan: mensen volgden hem.

Het systeem te discussie

Via pater Jacobus Schinck krijgen wij bovendien een zeldzame inkijk in Tula’s politieke denken. Schinck probeerde hem ertoe te bewegen een pardon te aanvaarden en de strijd neer te leggen. Maar uit het gesprek dat bewaard bleef, spreekt een man die niet slechts protesteerde tegen slechte behandeling. Tula stelde het systeem van slavernij zelf ter discussie.

Hij wist van de politieke veranderingen in de Atlantische wereld. Hij wist dat de slavernij in de Franse gebieden was afgeschaft en dat ook de politieke verhoudingen in Nederland ingrijpend waren veranderd. Daaruit trok hij een fundamentele conclusie: waarom zouden zwarte mensen op Curaçao dan nog eigendom van andere mensen moeten blijven?

Het ging niet om iets meer voedsel, een lichtere werkdag of een vriendelijkere meester. Het ging om vrijheid. Om de vraag of de ene mens het recht heeft een andere mens te bezitten.

Tula’s antwoord was: nee.

Ook de wijze waarop hij na zijn gevangenneming werd binnengebracht, zegt iets over zijn status. Doctor Jandi Paula beschrijft hoe luitenant-commandant George Justus Hermanus Heshusius, officier op het oorlogsfregat Medea, op 19 september 1795 GrootGeneraal Tula te paard vanuit Bandabou naar de Spaanse zijde bracht. Tula arriveerde omstreeks negen uur in de ochtend en bleef daar geruime tijd staan zodat aanwezigen hem konden bekijken.

Het is een aangrijpend beeld. De man die een maand eerder als tot slaaf gemaakte op Knip het werk had neergelegd, werd nu door het koloniale gezag als de gevangen leider van een opstandelingenleger tentoongesteld. Maar gevangen zijn is niet hetzelfde als overwonnen zijn.

Het koloniale bestuur kon hem gevangennemen, berechten en op 3 oktober 1795 op gruwelijke wijze ter dood brengen. Wat het niet meer ongedaan kon maken, was wat op 17 augustus was gebeurd. Tot slaaf gemaakten hadden collectief geweigerd hun toestand nog langer als vanzelfsprekend te aanvaarden. Zij hadden zich georganiseerd, onderhandeld, gevochten en wekenlang standgehouden. En zij hadden dat gedaan onder leiding van Tula.

Geen biografisch feit

Juist daarom stoort het mij steeds meer wanneer het gesprek over Tula wordt teruggebracht tot de vraag of hij misschien een bomba zou zijn geweest. Natuurlijk mag historisch onderzoek vragen stellen naar zijn precieze positie op Knip vóór de opstand. Maar zolang overtuigend bewijs ontbreekt, moet een mogelijkheid geen biografisch feit worden.

Belangrijker is dat de discussie een stoorzender dreigt te worden in een verhaal waarvan de kern helemaal niet onduidelijk is. De bronnen vertellen ons veel duidelijker wat Tula tijdens de opstand was dan welke functie hij daarvoor precies zou hebben gehad.

Hij leidde. Hij onderhandelde. Hij verdedigde het recht op vrijheid. Hij stond aan de top van een georganiseerde strijdmacht. Zelfs het koloniale gezag kende hem als Grootgeneraal.

Maar ook wijzelf moeten kritisch kijken naar de manier waarop wij Tula hebben herinnerd. Generaties lang is zijn figuur gebruikt, en soms misbruikt, om een politiek verhaal van rebellie en verzet te dragen. Dat verhaal heeft zijn historische betekenis gehad en heeft er mede voor gezorgd dat zijn naam bleef leven. Tegelijkertijd heeft het hem ook vernauwd.

Tula is groter dan het politieke beeld dat wij van hem hebben gemaakt.

Daarom voldoet voor mij ook de uitdrukking spiritu rebelde, rebelse geest, niet meer. Zij maakt van hem bijna een abstract symbool van opstandigheid. Tula vertegenwoordigt veel meer: menselijke waardigheid, leiderschap, moed, vrijheid en de bereidheid daarvoor het hoogste offer te brengen.

Vanuit onze Afro-Curaçaose erfenis kunnen wij hem daarom ook een plaats geven die aansluit bij het wereldbeeld van onze West-Afrikaanse voorouders, waarin een mens die zijn gemeenschap richting en betekenis heeft gegeven niet eenvoudig uit die gemeenschap verdwijnt wanneer hij sterft. Zo iemand kan voortleven in het morele geheugen van de levenden.

Tula is daarom voor mij niet alleen nationale held en Grootgeneraal.

Hij is een voorouder.

Op maandag 17 augustus 1795 stond Tula op. Anderen stonden met hem op. De koloniale strijdmacht wist de opstand uiteindelijk militair neer te slaan, maar daarmee eindigde Tula’s betekenis niet. Integendeel. Zijn naam overleefde de namen van bijna iedereen die over hem oordeelde, hem vervolgde en hem ter dood veroordeelde.

231 jaar later spreken wij zijn naam nog steeds uit.

Daarom gaat het op deze 17 augustus voor mij niet om de functie die het slavernijsysteem hem mogelijk ooit heeft gegeven. Het gaat om de plaats die hij zelf in onze geschiedenis heeft veroverd.

Tula. Grootgeneraal van de Curaçaose vrijheidsstrijd van 1795. Nationale held. En, in de geest van de tradities van onze West-Afrikaanse voorouders, een vereerde voorouder van onze vrijheid.


228 keer gelezen

Deel dit artikel: