COMMENTAAR | Maak van de consument een partner in de energievoorziening

De discussie over de toekomst van de elektriciteitsvoorziening op Curaçao dreigt te technisch te worden. Megawatts, concessies, netcapaciteit, batterijen en productieplannen zijn belangrijk, maar daarachter ligt een veel fundamentelere keuze: blijft de Curaçaose burger alleen afnemer van elektriciteit, of krijgt hij ook werkelijk de ruimte om producent te worden?
Die vraag verdient een centrale plaats in het nieuwe energiebeleid.
De recente stroomproblemen hebben opnieuw duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar een elektriciteitssysteem is wanneer vrijwel alles afhankelijk blijft van een beperkt aantal centrale productiebronnen en één netwerk. De logische reactie daarop kan niet uitsluitend zijn dat Aqualectra meer productiecapaciteit bouwt. Curaçao beschikt iedere dag over een energiebron die letterlijk op honderdduizenden vierkante meters dak valt: de zon.
Huishoudens en bedrijven investeren daar al in. Daarmee verandert hun positie. Wie zonnepanelen heeft, is niet langer uitsluitend consument. Hij wordt wat in de energiesector een prosument wordt genoemd: tegelijkertijd producent en consument.
Dat lijkt een semantisch verschil, maar beleidsmatig is het een wereld van verschil.
Wanneer de overheid de burger uitsluitend blijft beschouwen als klant van het elektriciteitsbedrijf, worden zonnepanelen vooral gezien als een manier om de eigen rekening te verlagen. Wanneer diezelfde burger als onderdeel van het energiesysteem wordt beschouwd, ontstaat een veel bredere mogelijkheid: duizenden daken, batterijen en bedrijfsinstallaties kunnen samen bijdragen aan de productiecapaciteit, het opvangen van pieken en uiteindelijk ook aan de weerbaarheid van Curaçao tijdens storingen.
Daarom is de discussie rond het Integrated Resource Plan belangrijker dan ze op het eerste gezicht lijkt. Eco Capital Curaçao vraagt terecht aandacht voor de positie van decentrale producenten en voor nieuwe modellen zoals Virtual Power Plants, waarbij veel kleine zonnepanelen en batterijen digitaal worden samengebracht en gezamenlijk als één producent kunnen functioneren. De vraag is volgens het bedrijf of het toekomstige concessie- en marktmodel daar voldoende ruimte voor biedt.
Dat betekent niet dat iedereen zonder regels stroom aan het net moet kunnen leveren. Integendeel. Aqualectra moet het netwerk stabiel houden, investeringen in kabels en centrales betalen en altijd capaciteit beschikbaar hebben wanneer de zon niet schijnt of wanneer particuliere systemen uitvallen. Ook een consument met zonnepanelen maakt gebruik van die infrastructuur.
Daarom is het redelijk dat producent-consumenten bijdragen aan de kosten van het netwerk.
Maar dat argument mag niet worden omgedraaid tot een systeem waarin particuliere productie vooral als probleem wordt behandeld. Het netwerk moet niet uitsluitend worden beschermd tegen de energietransitie; het moet worden ingericht vóór die energietransitie.
Daarbij hoort ook een sociale keuze. Zonnepanelen en batterijen zijn duur. Wanneer alleen huishoudens met voldoende geld zich gedeeltelijk kunnen losmaken van hoge elektriciteitskosten, terwijl mensen zonder eigen dak of investeringskapitaal steeds meer netkosten moeten dragen, creëert de energietransitie nieuwe ongelijkheid.
Een verstandig beleid moet daarom niet alleen de individuele huiseigenaar stimuleren. Ook appartementencomplexen, buurten, kleine bedrijven, scholen en sociale instellingen moeten gezamenlijk energie kunnen produceren en opslaan. Juist daar kunnen nieuwe modellen van lokale energievoorziening betekenis krijgen.
De regering staat daarom voor een keuze die verder gaat dan de vraag hoeveel megawatt Curaçao in 2030 of 2040 nodig heeft. De echte vraag is wie die megawatts mag produceren.
Dat maakt Aqualectra niet overbodig. Integendeel: het maakt de rol van Aqualectra als beheerder van een betrouwbaar energiesysteem misschien nog belangrijker.
Maar daarvoor moet wel worden geaccepteerd dat de Curaçaose consument van morgen niet alleen stroom wil kopen. Hij kan die stroom ook maken.
En verstandig energiebeleid zorgt ervoor dat die capaciteit niet wordt afgeremd, maar wordt ingezet voor het algemeen belang.





































