Wiesken wil Veteranendag midden in de Curaçaose samenleving

· - leestijd 4 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Veteranendag op Curaçao moet niet alleen achter de poorten van Marinebasis Parera worden gevierd. Opperwachtmeester en veteraan Dayrohn Wiesken roept de Curaçaose overheid op veteranen zichtbaarder te maken en de bevolking kennis te laten maken met de mannen en vrouwen die namens het Koninkrijk zijn uitgezonden. „Veteranen kennen elkaar al. Laat het volk van Curaçao hen nu leren kennen.”


Wiesken deed zijn oproep afgelopen woensdag tijdens Veteranendag op Marinebasis Parera. In het Papiaments richtte hij zich rechtstreeks tot de Curaçaose bestuurders. Als zij werkelijk trots zijn op veteranen, zei hij, moeten zij dat ook laten zien.

Een Veteranendag binnen de muren van een kazerne houdt die waardering volgens hem te veel binnenskamers. Op Curaçao zijn volgens Wiesken veel eilandkinderen die zich binnen de Nederlandse krijgsmacht hebben onderscheiden, ieder met hun eigen ervaringen en verhalen. Hij zou daarom graag zien dat ook het parlement veteranen uitnodigt, bij voorkeur in het Papiaments.

„Waardering zit in zulke kleine details”, hield hij zijn gehoor voor.

Geen gemakkelijke dag

De oproep komt van iemand voor wie Veteranendag lang helemaal geen gemakkelijke dag was. Wiesken, inmiddels vijftig jaar en opa, begon zijn militaire loopbaan op 28 februari 1997 bij de Marinekazerne Suffisant. Hij herinnert zich nog het fluorescerende Fatum-tasje waarmee hij zich meldde: één tandenborstel, één onderbroek, een handdoek en scheergerei.

Baardgroei had hij nog nauwelijks.

Nog dezelfde ochtend liet een korporaal hem tientallen keren opdrukken omdat hij niet netjes bleef wachten. Hoe meer Wiesken lachte, hoe bozer de korporaal werd. Uiteindelijk moest hij honderd keer opdrukken.

Hij vond het prachtig.

„Ik had er zin in, wij hadden er zin in”, vertelde hij op Parera. Zin om het uniform te dragen en te leren wat militair zijn betekende.

Op het uniform zijn onder meer het parachutistenbrevet, het Gevechtsinsigne en het Draaginsigne Gewonden te zien. De medaille-uitrusting omvat daarnaast onder meer het Kruis van Verdienste en onderscheidingen voor inzet tijdens internationale missies in Afghanistan. (Foto: Dick Drayer)

Niemand achterlaten

Dat begrip kreeg elf jaar later in Afghanistan een heel andere betekenis. Wiesken was in januari 2008 voor de tweede keer uitgezonden en voerde het bevel over een team van 36 Afghaanse militairen. Tijdens een vijfdaagse operatie in Uruzgan raakte op de eerste avond een collega op een dak door kogels in beide knieën gewond.

Iedere keer wanneer de militair probeerde op te staan, werd opnieuw op hem geschoten.

Wiesken stond achter een muur en was op dat moment de hoogste in rang en degene die het dichtst bij de gewonde collega stond. „Hij heeft hulp nodig. Hij moet uit die kogelregen.”

Wieskend verliet zijn veilige positie en ging hem halen. „Al gaat het mijn leven kosten, we laten niemand achter.”

Voor die actie kreeg Wiesken later het Kruis van Verdienste. Zelf relativeert hij zijn optreden. Hem werd achteraf verteld dat niet iedere militair hetzelfde zou hebben gedaan. Wiesken gelooft dat niet.

Voor hem was juist dát militair zijn.

Afghanistan ging mee naar huis

Maar Afghanistan bleef niet in Afghanistan. Wiesken hield aan de uitzending posttraumatische stressstoornis over. In het begin was die zwaar, later werd ermee leven volgens hem dragelijker. Daarbij waren zijn kameraden doorslaggevend.

Bij hen kon hij zijn emoties tonen. Zij boden begrip, waardering en soms vooral een spiegel. Jarenlang zeiden vrienden dat hij mensen met zijn verhaal kon bereiken. Wiesken wilde daar lange tijd niet aan.

De omslag kwam op Veteranendag 2015. Hij was ceremoniemeester in de Ridderzaal en moest voor een volle zaal spreken. Wiesken herinnert zich hoe hij naar de microfoon liep, zich omdraaide en zag dat iedereen naar hem keek.

Toen viel het kwartje. Later die dag sprak hij met de koning. Vanaf dat moment durfde Wiesken zijn ervaringen ook publiek te vertellen, inclusief de emoties die daarbij hoorden. Zijn vrienden bleven hem dezelfde boodschap geven: ga maar, vertel je verhaal. Als het klaar is, vangen wij je op. „We laten je niet achter.”

Die woorden kregen zo een tweede betekenis. Eerst betekenden ze dat je een gewonde collega onder vuur niet achterlaat. Later betekenden ze dat je ook een kameraad met psychische verwondingen niet alleen laat.

Ban Huntu

Uit die saamhorigheid ontstond meer. Wiesken en anderen richtten stichting Ban Huntu op, letterlijk: „we gaan samen”. De groep helpt onder meer ouderen die alleen wonen, op Curaçao en in Nederland.

Tijdens de coronaperiode hielpen de veteranen bij het vullen en verspreiden van voedselpakketten. Na de aardbeving in Venezuela vertrokken leden van de groep volgens Wiesken eveneens om hulp te bieden. Er bestaan bovendien plannen voor een duikschool voor militairen en veteranen.

Voor Wiesken past dat allemaal bij hetzelfde idee waarmee zijn militaire carrière begon: waar de één iets niet kan, helpt de ander.

Dat is ook waarom Veteranendag voor hem inmiddels zo belangrijk is geworden. Opmerkelijk genoeg waren de momenten die hij zelf de hoogtepunten van zijn carrière noemt allemaal verbonden aan Veteranendag.

Een dag waarvoor hij vroeger juist bang was. De drukte, de herinneringen en de emoties maakten dat hij Veteranendag liever vermeed. Nu gebruikt hij dezelfde dag om zijn verhaal te vertellen. En om anderen aan te spreken. Niet alleen veteranen. Ook Curaçao.

Gouverneur Mauritsz de Kort begroet veteraan Wiesken

‘Laat het volk hen zien’

In zijn toespraak maakte Wiesken een onderscheid dat op Curaçao gevoelig kan liggen. Formeel moet iemand aan bepaalde voorwaarden voldoen om de veteranenstatus te krijgen. Maar voor Wiesken zijn ook Curaçaoënaars die het uniform droegen zonder uitgezonden te zijn onderdeel van dezelfde militaire gemeenschap.

Zij waren immers getraind en voorbereid om in actie te komen als dat nodig was, stelde hij. Hij wil dat die verbondenheid zichtbaar blijft. Zoek elkaar op. Deel momenten met elkaar. Blijf trots op wat je hebt gedaan. Maar blijf vooral een voorbeeld, was zijn boodschap.

Aan het einde kwam hij terug bij waar het volgens hem allemaal om draait: niet woorden, maar daden. Dat geldt volgens Wiesken voor militairen, maar ook voor de overheid die zegt trots te zijn op haar veteranen.

Daarom wil hij Veteranendag uiteindelijk niet alleen achter het hek van Parera zien. Want daarbinnen kennen de veteranen elkaar al.

Nu moet Curaçao hen leren kennen.


132 keer gelezen

Deel dit artikel: