
WILLEMSTAD – De biodiversiteit van haaien rond Curaçao is de afgelopen decennia drastisch gedaald. Dat blijkt uit een wetenschappelijke studie van onder anderen Lisa Hübner en Guido Leurs, die op 5 juni 2025 is gepubliceerd in het tijdschrift Aquatic Conservation. Het onderzoek is gebaseerd op de lokale ecologische kennis van vissers en laat zien dat het aantal gebieden met hoge haaienrijkdom – de zogenoemde hotspots – sinds 2010 met ruim 60 procent is afgenomen.
Tussen 1957 en 2009 identificeerden vissers nog 36 hotspots met een gemiddelde soortenrijkdom van ruim zeven haaiensoorten per gebied. In de periode 2010 tot 2022 is dat aantal gedaald naar 14 hotspots, waar gemiddeld nog drie soorten worden aangetroffen. De kans dat een hotspot in het verleden voorkwam was ruim vier keer groter dan nu.
De studie is uitgevoerd op basis van 21 interviews en enquêtes onder lokale vissers, die op kaarten hun observaties van haaien verspreid over Curaçao in kaart brachten. De resultaten tonen volgens de onderzoekers aan dat lokale kennis waardevol is bij het reconstrueren van ecologische trends in regio’s waar langetermijngegevens ontbreken.
Bijvangst
Hoewel haaien op Curaçao niet gericht worden bevist, worden ze vaak als bijvangst meegenomen. Volgens vissers gebeurt dat meestal om schade aan vistuig te voorkomen. Haaienvlees werd vroeger vaker geconsumeerd in gerechten zoals Kari Kari, maar die traditie is afgenomen. Toch wordt het vlees, vooral van makohaaien, nog regelmatig verkocht, soms onder de naam van een andere vissoort zoals grouper. Ook de verkoop van haaienleverolie komt vaker voor, vanwege vermeende medicinale eigenschappen.
Opvallend is dat de meeste vissers het belang van oceaanbescherming onderschrijven, maar het beschermen van haaien zelf overbodig vinden. Zij ervaren de populaties als gezond. Tegelijkertijd voelt het overgrote deel van de vissers zich niet betrokken bij het visserijbeheer op het eiland. Wel gaven bijna alle deelnemers aan graag meer betrokken te willen worden bij besluitvorming over het beheer van de visserij.
Het onderzoek werd onder meer gefinancierd door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Sharkproject International en de Deutsche Stiftung Meeresschutz. Alle deelnemende vissers zijn voorafgaand aan de publicatie geïnformeerd over de bevindingen via posters en flyers op lokale visplekken.


































