Den Haag tempert verwachtingen rond groene waterstof op Curaçao

· - leestijd 1 minuut
De Fugro Brasilis, een Nederlands onderzoeksschip dat de zeebodem rond Curaçao eerder in kaart bracht voor een toekomstig windmolenpark op zee
De Fugro Brasilis, een Nederlands onderzoeksschip dat de zeebodem rond Curaçao eerder in kaart bracht voor een toekomstig windmolenpark op zee De Fugro Brasilis, een Nederlands onderzoeksschip dat de zeebodem in kaart brengt

DEN HAAG – Het Nederlandse kabinet tempert de verwachtingen rond groene waterstof als nieuwe economische motor voor Curaçao. Volgens Den Haag zijn de kosten voor productie, opslag en export momenteel nog te hoog, waardoor grootschalige ontwikkeling voorlopig niet haalbaar lijkt. Dat staat in een Kamerbrief van staatssecretaris Eric van der Burg van Koninkrijksrelaties over diverse moties en toezeggingen rond het Caribisch deel van het Koninkrijk.


De conclusie volgt uit onderzoek dat Curaçao en Nederland samen uitvoerden met ondersteuning van TNO en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarbij werd gekeken naar de vraag of groene waterstof een rol kan spelen in de toekomstige energievoorziening van Curaçao en mogelijk zelfs geëxporteerd kan worden naar Europa.

Volgens het kabinet blijkt uit de verkenning dat de investeringen voor productie, opslag en transport van groene waterstof in de huidige ontwikkelingsfase nog relatief hoog zijn. Ook export naar Europees Nederland brengt volgens de brief extra kosten en energieverliezen met zich mee.

Daarnaast zet Den Haag vraagtekens bij de haalbaarheid van offshore wind rond Curaçao. In de brief staat dat windparken op grotere waterdieptes technisch nog beperkt toepasbaar zijn of hoge kosten met zich meebrengen. Wel worden toekomstige ontwikkelingen rond drijvende offshore wind “op langere termijn” gevolgd.

Bestaande energie-infrastructuur

In plaats van grootschalige waterstofprojecten adviseert het kabinet nu prioriteit te geven aan versterking van de bestaande energie-infrastructuur van Curaçao. Daarbij noemt Den Haag onder meer duurzame energieopwekking, uitbreiding van het elektriciteitsnet en modernisering van het energiesysteem. Volgens het kabinet moet dat eerst zorgen voor een “robuuste basis” voor de verdere energietransitie op het eiland.

De brief volgt op een motie van Tweede Kamerleden Don Ceder (ChristenUnie) en Mpanzu Bamenga (D66), die het kabinet opriep opnieuw in overleg te gaan met Curaçao over havenontwikkeling, groene waterstof, circulaire industrie en duurzame logistiek.

Tegelijkertijd meldt het kabinet dat Nederland en Curaçao blijven samenwerken aan versterking van regionale handel, havenontwikkeling en duurzame logistiek. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijke ondersteuning vanuit de Europese Unie via de zogeheten Global Gateway-strategie.


278 keer gelezen

Deel dit artikel: