Psychiater Carl Blijd: ‘Vrijheid is meer dan het verdwijnen van ketenen’

· - leestijd 5 minuten
Carl Blijd
Carl Blijd

GRONINGEN – De betekenis van Tula ligt niet alleen in zijn strijd tegen de slavernij, maar ook in de vraag wie het recht heeft te bepalen wie je bent. Dat was de rode draad in de Tula-lezing die psychiater Carl Blijd in de aanloop naar 17 augustus in Groningen hield. Hij verbond de opstand van 1795 met de denkbeelden van Frantz Fanon, het werk van Curaçaose kunstenaars en de huidige zoektocht van Curaçaoënaars op het eiland en in de diaspora naar identiteit, waardigheid en mentale vrijheid.


Blijd begon zijn lezing niet bij de historische Tula, maar bij zijn eigen jeugd op Curaçao. Lange tijd kende hij Tula vooral als de man die was gemarteld en op gruwelijke wijze ter dood was gebracht. Dat beeld veranderde toen hij op de lagere school les kreeg van meester Alvarez.

Die onderwijzer presenteerde Tula niet in de eerste plaats als slachtoffer, maar als leider: iemand die opstond voor vrijheid en menselijke waardigheid en weigerde te accepteren dat anderen bepaalden wie hij was en hoe zijn toekomst eruit mocht zien. Alvarez nam zijn leerlingen mee naar de plek waar later het Tula-monument zou komen.

Een ander gebaar van de leraar bleef Blijd eveneens bij. Alvarez maakte met zijn hand een kommetje en zei tegen de kinderen dat daarin hun toekomst lag. Vervolgens moesten alle leerlingen hetzelfde doen. „Al jullie handen samen vormen de toekomst van Curaçao”, hield hij hen voor.

Voor Blijd illustreert die herinnering hoe bepalend het is wie geschiedenis vertelt en vanuit welk perspectief. Geschiedenis vertelt kinderen niet alleen waar zij vandaan komen, stelde hij in Groningen, maar kan hun ook laten zien wie zij kunnen worden.

Niet alleen slachtoffer

Van daaruit keerde Blijd terug naar 17 augustus 1795, toen Tula en andere tot slaaf gemaakten op plantage Knip weigerden nog langer gedwongen arbeid te verrichten. Het verzet groeide uit tot de grootste slavenopstand uit de geschiedenis van Curaçao.

Blijd benadrukte dat die opstand niet alleen als een uitbarsting van geweld moet worden gezien. Tula organiseerde, overlegde en mobiliseerde medestanders. Hij kende bovendien de revolutionaire ontwikkelingen buiten Curaçao en wist van de strijd om vrijheid en gelijkheid in Frankrijk en Saint-Domingue, het latere Haïti.

De kern van Tula’s eis was volgens Blijd eenvoudig en tegelijkertijd revolutionair: vrijheid. In de overgeleverde weergave van zijn gesprek met pater Jacobus Schinck stelde Tula de vraag waarom zwarte mensen elders wel vrij konden zijn en de tot slaaf gemaakten op Curaçao niet.

Daarmee vroeg hij volgens Blijd niet om een gunst of om een iets menselijker behandeling binnen het slavernijsysteem. Hij betwistte het systeem zelf.

„Tula weigert object te zijn”, zei Blijd. „Geen bezit. Geen arbeidskracht. Geen object. Mens.”

Vrijheid werd niet cadeau gedaan

Die benadering maakt volgens Blijd ook het onderscheid tussen 17 augustus 1795 en 1 juli 1863 belangrijk. Op 17 augustus eisten tot slaaf gemaakten zelf hun vrijheid op. Pas 68 jaar later werd de slavernij juridisch afgeschaft.

„Vrijheid is geen geschenk”, stelde Blijd.

Hij wees daarbij op de beeldtaal die na de afschaffing ontstond. Bevrijde mensen werden niet alleen als vrij voorgesteld, maar ook geacht dankbaar te zijn tegenover Nederland en de koning. Op een gedenkplaat uit 1888, die volgens Blijd nog altijd aan de buitenmuur van het Gouverneurspaleis in Willemstad hangt, staat: „Een vrij en dankbaar volk aan een edel en goed vorst.”

Voor Blijd staat die formulering voor een wezenlijk andere voorstelling van emancipatie: vrijheid als iets dat van bovenaf wordt geschonken en waarvoor vervolgens dankbaarheid wordt verwacht.

Ketenen die blijven bestaan

Als psychiater trok Blijd de historische lijn vervolgens door naar de psychologische gevolgen van kolonialisme en slavernij. Daarbij gebruikte hij het werk van de Frans-Martinikaanse psychiater en denker Frantz Fanon.

De fysieke ketenen kunnen verdwijnen, betoogde hij, terwijl de blik waarmee mensen eeuwenlang zijn beoordeeld en gedefinieerd nog kan blijven doorwerken. Ideeën over kleur, beschaving, minderwaardigheid en over wie bepaalt wat waardevol is, kunnen onderdeel worden van de manier waarop mensen vervolgens naar zichzelf kijken.

„Juridische vrijheid is nog niet automatisch psychologische vrijheid”, aldus Blijd.

Die gedachte bracht hij in verband met het werk van Curaçaos kunstenaar Tirzo Martha. In Captain Caribbean Receives His First Tula Stigmata wordt Tula volgens Blijd bijna een wond die van generatie op generatie wordt overgedragen.

Kort voor de lezing sprak hij Martha hierover. De kunstenaar stelde hem twee vragen die een centrale plaats in de lezing kregen: „Hier mag het verhaal niet eindigen” en: „Wat willen we met die bewustwording bereiken?”

Martha gebruikte daarbij opnieuw hetzelfde begrip als Fanon: object. „Wij zijn nog steeds objecten”, zei hij tegen Blijd. Het hebben van een stem betekent volgens die redenering nog niet automatisch dat je zelf kunt bepalen in welke taal je spreekt, welke geschiedenis je vertelt en wat ermee gebeurt.

Tula opnieuw hoorbaar maken

Blijd verbond die zoektocht naar een eigen stem ook met muziek. Hij haalde het lied Tula Warda van Rignald Recordino uit 1977 aan en het werk van de Curaçaos-Groningse zangeres en theatermaker Izaline Calister.

Calister vertelde Blijd dat zij Tula ziet als „een soort stem van iemand die zich niet neerlegt bij de situatie zoals die is”. Zij bewerkte Tula Warda en voegde er een Nederlandstalig gedeelte aan toe om ook mensen te bereiken die anders minder snel met het verhaal van Tula in aanraking komen.

Volgens Blijd geeft Calister Tula daarmee niet zozeer een stem, maar maakt zij zijn stem opnieuw hoorbaar.

Het sluit volgens hem aan bij een ander aspect van Tula dat gemakkelijk verloren gaat wanneer alleen zijn martelaarschap wordt benadrukt. Tula organiseerde, verzamelde informatie, zocht medestanders en streed niet alleen tegen slavernij, maar vóór iets: vrijheid en waardigheid voor anderen.

Jezelf terugzien

Ook in de beeldende kunst ziet Blijd een ontwikkeling. Omdat geen authentiek portret van Tula bekend is, hebben verschillende kunstenaars hem door de jaren heen een gezicht gegeven. Hij noemde onder anderen Edsel Selberie, Dion Rosina en Garrick Marchena.

Dat gaat volgens hem uiteindelijk om meer dan de vraag hoe Tula eruitzag.

„Niet alleen om Tula zichtbaar te maken, maar om onszelf te zien. Om onszelf terug te zien in ons eigen verhaal.”

Vanaf daar maakte Blijd de overstap naar het Curaçao van nu. Naar momenten waarop Curaçaoënaars zichzelf niet langer als voetnoot of periferie ervaren, maar nadrukkelijk zichtbaar zijn en zichzelf als gemeenschap herkennen.

Daarbij gebruikte hij het beeld van de Blue Wave: een golf van Curaçaoënaars op het eiland én in de diaspora, verbonden door een gedeeld gevoel van identiteit en trots.

Voor Blijd is juist Groningen onderdeel van dat verhaal. Hij verwees naar Curaçaoënaars met wortels in onder meer Lewenborg, de Korrewegwijk en Veendam. Een identiteit hoeft volgens hem niet te worden teruggebracht tot een keuze tussen twee werelden.

„Je hoeft niet te kiezen tussen Groningen en Curaçao. Je kunt volledig Groninger zijn en volledig Yu di Kòrsou.”

‘Niet beter, maar niet minder’

Daarmee keerde de psychiater terug naar de centrale vraag van zijn lezing: wat betekent vrijheid wanneer de formele slavernij al generaties geleden is afgeschaft?

Niet alle ketenen zijn van ijzer, zei hij. Sommige bestaan uit overtuigingen die mensen over zichzelf zijn gaan dragen: dat een klein eiland minder voorstelt, dat anderen het beter zullen weten, dat dankbaarheid wordt verwacht of dat iemand zich steeds opnieuw moet bewijzen.

Mentale bevrijding begint volgens Blijd met het herkennen van dergelijke stemmen en vervolgens besluiten dat zij niet langer bepalen wie je bent.

Daarbij waarschuwde hij nadrukkelijk voor het verwarren van emancipatie met superioriteit.

„Niet: wij zijn beter. Maar: we zijn niet minder.”

Trots zonder superioriteit. Identiteit zonder uitsluiting. Verbondenheid zonder dat iedereen hetzelfde hoeft te zijn. Voor Blijd komt dat samen in één begrip: waardigheid.

En precies daar ligt volgens hem, 231 jaar na de opstand, de actuele betekenis van Tula.

Tula eiste niet alleen dat een koloniale machthebber hem anders behandelde. Hij eiste het recht op om als mens zelf onderwerp van zijn bestaan te zijn. Dezelfde vraag ligt volgens Blijd nog altijd voor bij Curaçao en zijn diaspora: niet alleen hoe anderen naar hen kijken, maar vooral hoe zij zichzelf zien en wie zij zelf besluiten te zijn.

Aan het einde van zijn lezing keerde hij terug naar zijn leraar van vroeger en diens handen vol toekomst.

„Al jullie handen samen vormen de toekomst van Curaçao”, had meester Alvarez zijn klas verteld.

Blijd keek vervolgens naar het heden.

„Misschien zien we nu die handen bewegen. Samen als een golf.”


50 keer gelezen

Deel dit artikel: