Nederlandse huishoudens sturen jaarlijks zestien miljoen gulden naar Curaçao

WILLEMSTAD – Huishoudens in Nederland hebben in 2025 naar schatting zestien miljoen gulden overgemaakt naar Curaçao. Dat is bijna acht miljoen euro en meer dan het dubbele van het bedrag in 2020. Curaçao staat daarmee op de veertiende plaats van de 25 belangrijkste bestemmingen voor particuliere geldovermakingen vanuit Nederland. Dat blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB), die de Nederlandse regering heeft verstrekt in antwoord op Kamervragen.
De cijfers zijn opgenomen in de beantwoording van 55 vragen van FVD-Kamerlid Milan Schenk over particuliere geldstromen naar het buitenland, Nederlandse sociale uitkeringen en het voorkomen van misbruik van publieke middelen.
Volgens DNB ging in 2016, 2018 en 2019 jaarlijks ongeveer negen miljoen euro (negen miljoen gulden) vanuit Nederlandse huishoudens naar Curaçao. Tijdens de coronapandemie daalde dat bedrag sterk, tot drie miljoen euro in 2020 (zes miljoen gulden).
Daarna namen de overmakingen weer toe. In 2021 ging het om vier miljoen euro (acht miljoen gulden), in 2022 en 2023 om zes miljoen euro (twaalf miljoen gulden) en in 2024 om zeven miljoen euro (ruim veertien miljoen gulden). Vorig jaar steeg het bedrag verder naar acht miljoen euro (zo’n zestien miljoen gulden).
Curaçao op veertiende plaats
Curaçao behoort daarmee tot de 25 belangrijkste bestemmingen voor particuliere geldovermakingen vanuit Nederland.
Turkije en Marokko staan bovenaan de lijst, met ieder naar schatting 69 miljoen euro in 2025. Suriname volgt met 55 miljoen euro. Naar de Dominicaanse Republiek werd ongeveer zes miljoen euro overgemaakt.
De bedragen zijn schattingen van DNB en geen exacte registratie van alle particuliere transacties. De centrale bank baseert haar berekeningen onder meer op gegevens van geldtransactiekantoren, migratiecijfers en economische ontwikkelingen.
Herkomst van geld onbekend
Opvallend is dat de Nederlandse overheid niet weet uit welke inkomensbronnen de overgemaakte bedragen afkomstig zijn.
Er wordt niet bijgehouden welk deel van het geld afkomstig is uit salarissen, ondernemingsinkomsten, pensioenen, sociale uitkeringen of toeslagen.
Ook kan de regering niet aangeven hoeveel mensen met een Nederlandse uitkering regelmatig geld naar familieleden of andere personen in het buitenland sturen.
Het kabinet benadrukt dat inwoners van Nederland vrij zijn om hun inkomen naar eigen inzicht te besteden. Dat geldt in beginsel ook voor mensen die een sociale uitkering of toeslag ontvangen.
Geen extra controle
FVD-Kamerlid Schenk wilde weten of de overheid bereid is nader onderzoek te doen naar de relatie tussen sociale uitkeringen en particuliere geldovermakingen naar het buitenland.
Het kabinet wijst dat af. Volgens de regering zou het structureel onderzoeken van de bestedingen van uitkeringsontvangers een onevenredige inbreuk maken op hun vrijheid om hun inkomen te gebruiken zoals zij willen.
Het overmaken van geld naar familie of anderen in het buitenland is op zichzelf geen misbruik van sociale voorzieningen, stelt het kabinet.
Wel kunnen financiële transacties aanleiding geven tot nader onderzoek wanneer er aanwijzingen zijn voor verzwegen inkomsten of vermogen die van invloed zijn op het recht op een uitkering.
Geen volledig overzicht
De Nederlandse regering erkent dat zij geen volledig overzicht heeft van alle particuliere geldovermakingen naar het buitenland.
De statistieken van DNB maken niet bij iedere transactie onderscheid tussen particuliere en zakelijke betalingen. Ook informele geldstromen en contant geld dat buiten de geregistreerde kanalen wordt meegenomen, zijn niet volledig in beeld.
De geraamde acht miljoen euro die in 2025 vanuit Nederland naar Curaçao ging, geeft daardoor vooral een indicatie van de omvang van deze particuliere geldstroom.




































