Nederland erkent risico’s door tekortschietende forensische zorg op Curaçao en andere eilanden

· - leestijd 2 minuten
FOBA is de speciale psychiatrische afdeling van de SDKK-gevangenis op Curaçao, maar is geen volwaardige tbs-kliniek
FOBA is de speciale psychiatrische afdeling van de SDKK-gevangenis op Curaçao, maar is geen volwaardige tbs-kliniek Foto: Dick Drayer

WILLEMSTAD – De forensisch-psychiatrische zorg op Curaçao en de andere Caribische eilanden schiet tekort en brengt risico’s met zich mee. Dat erkent de Nederlandse staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Claudia van Bruggen, in een brief aan de Eerste Kamer. Tegelijkertijd kan zij niet aangeven hoeveel tbs-veroordeelden op Curaçao en Aruba op behandeling wachten. Een volwaardige tbs-kliniek naar Nederlands model acht zij vanwege de kleinschaligheid van de eilanden waarschijnlijk niet haalbaar.


De brief van 16 oktober is een antwoord op vragen van Eerste Kamerlid Walenkamp over de behandeling van psychiatrische patiënten die strafbare feiten hebben gepleegd. Het Kamerlid maakt zich zorgen over het ontbreken van voldoende beveiligde behandelvoorzieningen in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Volgens Walenkamp bestaat daardoor het risico dat mensen met ernstige psychiatrische problemen na het uitzitten van hun gevangenisstraf terugkeren in de samenleving zonder passende behandeling. Dat kan volgens hem gevolgen hebben voor de openbare veiligheid en de kans op herhaling van strafbare feiten.

Van Bruggen bevestigt dat de bestaande zorg tekortschiet.

‘Het huidige aanbod is immers niet toereikend, en dit brengt inderdaad onwenselijke risico’s met zich mee’, schrijft de staatssecretaris.

Geen zicht op aantal wachtenden

Op Curaçao en Aruba kunnen rechters een tbs-maatregel opleggen. Maar de uitvoering daarvan levert volgens de staatssecretaris problemen op.

Hoeveel veroordeelden op de eilanden momenteel op een behandeling wachten en hoe lang zij al wachten, kan Van Bruggen niet zeggen.

Zij verwijst naar de eigen verantwoordelijkheid van Curaçao en Aruba voor de uitvoering van straffen en maatregelen. Voor de autonome landen beschikt Nederland daardoor niet over een sluitend overzicht.

Ook kan de staatssecretaris niet aangeven hoeveel verdachten of veroordeelden onder betere omstandigheden mogelijk tbs opgelegd zouden hebben gekregen.

Zij benadrukt dat de keuze voor een straf of maatregel aan de rechter is. De veronderstelling dat rechters vanwege ontbrekende behandelvoorzieningen andere straffen opleggen, kan zij daarom niet bevestigen.

Geen Nederlandse tbs-kliniek

De Nederlandse regering onderzoekt samen met de Caribische landen hoe de forensische zorg kan worden verbeterd. Daarbij gaat het ook om hoogbeveiligde voorzieningen voor patiënten met ernstige psychiatrische problematiek.

Een tbs-kliniek zoals die in Europees Nederland bestaat, lijkt volgens Van Bruggen echter geen haalbare oplossing.

‘Een tbs-kliniek zoals we die in Europees Nederland kennen, wegens de kleinschaligheid in het Caribisch deel van het Koninkrijk, waarschijnlijk niet mogelijk is’, schrijft zij.

Binnen een meerjarig programma worden daarom andere oplossingen onderzocht die beter aansluiten bij de schaal en omstandigheden van de eilanden.

Sinds april 2026 is daarvoor een gezamenlijke programmamanager aangesteld. Nederland financiert gedurende vier tot vijf jaar de programmaleiding, expertise en ondersteuning. Er is inmiddels begonnen met scholing, onder meer op het gebied van psychiatrische en psychologische rapportages.

De afzonderlijke landen moeten nog eigen plannen van aanpak uitwerken. Een concrete datum waarop nieuwe hoogbeveiligde behandelvoorzieningen beschikbaar moeten zijn, noemt de staatssecretaris niet.

Bonaire wacht al zestien jaar

Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba is de situatie anders. Daar werd in 2010 al wetgeving vastgesteld die de invoering van tbs mogelijk moet maken, maar deze regeling is nooit in werking getreden.

Volgens de staatssecretaris waren de voorzieningen onvoldoende ontwikkeld om tbs op een verantwoorde manier uit te voeren.

Wel bestaat binnen de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland op Bonaire een afdeling waar gedetineerden forensische behandeling kunnen krijgen.

Op Sint Maarten voorziet de huidige strafwetgeving niet in de mogelijkheid om tbs op te leggen.

Veroordeling Europees Hof

De problemen met de behandeling van psychiatrische patiënten in detentie spelen al jaren.

In april 2016 veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het Koninkrijk der Nederlanden in de zaak-Murray. Het Hof oordeelde dat een levenslanggestrafte gevangene op Curaçao onvoldoende psychiatrische behandeling had gekregen om daadwerkelijk uitzicht op vrijlating te kunnen hebben.

Dat was volgens het Hof in strijd met het verbod op onmenselijke of vernederende behandeling.

Van Bruggen meldt dat het Koninkrijk op 30 september opnieuw een actieplan heeft ingediend bij het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Daarin staan maatregelen waarmee Nederland uitvoering wil geven aan de uitspraak.

De inhoud van dat nieuwe actieplan wordt in de Kamerbrief niet verder toegelicht.

Verantwoordelijkheid bij Curaçao

Van Bruggen benadrukt dat Curaçao, Aruba en Sint Maarten als autonome landen zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van straffen en het organiseren van forensische zorg.

Nederland is rechtstreeks verantwoordelijk voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Wel werken de vier landen samen aan verbeteringen.

Het onderwerp staat inmiddels vast op de agenda van het Justitieel Vierpartijenoverleg, waarin de vier ministers van Justitie afspraken maken over samenwerking binnen het Koninkrijk.


126 keer gelezen

Deel dit artikel: