Jo-Anne Bakhuis-Da Costa Gomez: Oom Jaanchi liet zien wat werkelijk waarde heeft’

WILLEMSTAD - Jan Christiaan, voor velen bekend als “The Walking Menu”, maar voor mij gewoon oom Jaanchie. In juni van dit jaar zouden wij als familie het 90-jarig bestaan vieren van het restaurant dat opa in 1936 begon. Het oudste restaurant van Curaçao. Niet zomaar een bedrijf, maar één dat oom Jaanchie gedurende 58 jaar heeft gedragen. Het doet pijn om te zeggen dat hij er zelf niet meer bij zal zijn.
Wanneer iemand overlijdt, gaat je gedachten eerst naar wat je bent verloren, terwijl het misschien belangrijker is om stil te staan bij wat die persoon heeft achtergelaten. Op deze leeftijd begrijp ik dat familie-erfenis en nalatenschap niet materieel zijn, maar juist liggen in de kleine dagelijkse lessen die we ongemerkt van elkaar overnemen. De waarden die ons worden geleerd, die wij weer doorgeven aan de volgende generatie en die, zonder dat we het beseffen, bepalen wat voor mens we worden.
Levenslessen
Daarom wil ik iets delen dat dieper gaat dan de vriendelijke bediening, de gerechten, de oregano punch, de ijskoude drankjes en alles waar mensen aan denken bij Jaanchie’s. Iets dat heeft gevormd waarom zoveel mensen oom Jaanchie bewonderden en hoe hij bijna zestig jaar lang een restaurant wist voort te zetten na zijn vader. Ik beloof dat er mooie levenslessen in zitten.
Alles begon meer dan een eeuw geleden, toen mijn opa korte tijd in Westpunt verbleef. Daar leerde hij mijn oma kennen, uit de familie Rojer. Ze beloofden elkaar dat ze later zouden trouwen. Twee kinderen van nog geen tien jaar oud. Ongelooflijk, maar zo gebeurde het echt. Opa keerde daadwerkelijk terug uit Amerika en oma wachtte al die jaren in Westpunt op hem. Opa stond erop zijn eigen stuk grond van zijn schoonvader te kopen, omdat “niemand ooit mocht zeggen dat hij met Julia trouwde om iets te krijgen”. Ik hoor oom Jaanchie en mama nog lachend vertellen wie oma al dan niet had geweigerd.
Op dat terrein werkten ze hard aan het opbouwen van een bestaan voor hun familie. Met kennis van buitenaf openden ze eerst een winkel, die later uitgroeide tot een restaurant, een gastenverblijf voor honeymooners en een plek om tot rust te komen in Westpunt. Als hun vier kinderen iets hebben geërfd, dan is het hard werken en eerlijkheid.
Hard werken
Zo werd Jaanchie’s Restaurant geboren.
Oom Jaanchie was de belichaming van hard werken. In mijn veertig jaar heb ik hem nauwelijks rust zien nemen. Alleen tijdens de coronaperiode en de laatste maanden, toen er druk op hem werd uitgeoefend om op vrijdag niet meer te werken. Hij stond vóór zonsopgang op, ging zwemmen, waste zich en werkte van vroeg tot laat, zeven dagen per week.
Als kind bracht ik ieder weekend door in Westpunt. Doordeweeks woonde ik in bandariba, maar op bandabou werd ik gevormd. Terwijl ik achter kippen aan rende en probeerde in de flamboyant boom te klimmen, werkte oom Jaanchie onafgebroken. Toen ik elf werd, begon ik zelf in het restaurant te bedienen en leerde ik wat werken echt betekende.
Er was geen tijd om tussendoor rustig cola te drinken. Niet omdat oom Jaanchie dat niet wilde, maar omdat ik zag hoe hij leefde. Zonder dat ik het besefte, nam ik dat gedrag over. Er was altijd werk. Geen tafels om te bedienen? Dan glazen wassen, ijs aanvullen of schoonmaken. Werken. Tot op de dag van vandaag kan ik niet stilzitten. Want niets valt zomaar uit de lucht.
Zegeningen
En wat moest “vallen”, was niet geld, maar zegeningen. Je zou denken dat een bekend restaurant en al dat harde werken grote rijkdom zouden hebben gebracht. Maar dat was nooit het doel. Wat binnenkwam ging deels naar het draaiende houden van de zaak en eten op tafel voor de familie, maar vooral ook naar het helpen van anderen. Zonder overdrijving.
Ik denk terug aan hoe vanzelfsprekend gesprekken binnen de familie gingen over hulp bieden. Niet als discussie, maar als manier van leven. Wie het moeilijk had in de buurt en op de deur klopte, kreeg hulp. Waar één persoon kon eten, konden anderen ook eten. Tot vlak voor zijn overlijden bleef hij dat doen. Zelfs op momenten dat het financieel moeilijk ging en hij zelf weinig had, gaf hij nog steeds.
Dat was voor hem een levensprincipe. Hij deed het nooit voor applaus. Ik heb hem nooit iemand horen veroordelen of kwaad horen spreken over anderen. Integendeel, hij leefde mee met de moeilijke situaties van mensen om hem heen.
Net als opa koos hij op jonge leeftijd voor de liefde. Oom Jaanchie en tante Maria waren bijna zestig jaar getrouwd. Nog geen vijf maanden geleden verloren wij haar. Sommige verliezen zijn nauwelijks te dragen. Maar ik zal altijd onthouden hoe Maria en Jaanchie samen “hun verdriet zongen en hun vreugde huilden”, zoals hun oudste zoon Janchito het omschrijft.
Alzheimer
Nu probeer ik te verwerken dat ik mijn oom niet meer iedere vrijdag even bij Sambil zal zien om over familie te praten. Het besef dat mijn moeder Alzheimer heeft en dat met het overlijden van oom Jaanchie onze directe bewuste verbinding met eerdere generaties verdwijnt, maakt het extra zwaar.
Maar tegelijk voel ik verdriet én trots. God gaf oom Jaanchie bijna tachtig jaar om iets van zijn essentie aan de wereld mee te geven: een leven gebaseerd op moraal, goedheid en diepe menselijke waarden. Veel van wat wij van hem leerden, kwam niet doordat hij het zei, maar doordat hij het voorleefde.
Ik hoop dat mensen hem niet alleen herinneren als de man van het restaurant, maar ook als iemand die liet zien wat in deze moderne wereld werkelijk waarde heeft: menselijkheid. Simpel en nederig blijven. Hard werken. Je daden laten spreken. Altijd iets teruggeven aan je medemens. En van je land houden.
Dat is echte rijkdom. En daarin leeft zijn nalatenschap voort.




































