
WILLEMSTAD - Elders in de wereld wordt gevochten voor grond en zelfbeschikking. Maar op Curaçao voltrekt zich een minder zichtbaar proces. Volgens opiniemaker Erwin Raphaëla raakt het eiland stap voor stap de controle over zijn eigen grondgebied kwijt, doordat buitenlandse investeerders steeds meer toegang krijgen tot strategische locaties en kustgebieden.
Door | Erwin Raphaela
Terwijl in Gaza, Oekraïne, Iran, Libanon en andere delen van de wereld volken bloedige oorlogen voeren om hun recht op zelfbeschikking en territoriale soevereiniteit te verdedigen, gebeurt op Curaçao iets anders — zonder geweld, maar met vergelijkbare gevolgen.
Wij leveren ons eigen grondgebied stap voor stap uit aan buitenlands kapitaal. Zonder dat er een schot wordt gelost, dreigt hetzelfde resultaat: het verlies van feitelijke zeggenschap over ons eigen land.
Dit proces voltrekt zich via preferentiële behandelingen, op maat gemaakte wet- en regelgeving en praktijken die fundamentele beginselen van het internationaal publiekrecht onder druk zetten. Het gaat onder meer om de soevereine gelijkheid van staten, het discriminatieverbod en de plicht van de overheid om haar bevolking te beschermen tegen onteigening.
Bestuurders en ambtenaren
Curaçao, een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden met een oppervlakte van slechts 444 vierkante kilometer en erkend door het VN-Comité voor Dekolonisatie, wordt volgens deze lezing stukje bij beetje ontmanteld. Dat gebeurt door toedoen van bestuurders en ambtenaren die leidinggeven aan cruciale departementen.
Concreet uit zich dat in verschillende ontwikkelingen. Strategische gronden worden op grote schaal verkocht of in langdurige erfpacht uitgegeven aan buitenlandse investeerders. Unieke en aantrekkelijke delen van het landschap komen in handen van private partijen. Tegelijkertijd wordt de toegang tot kusten, stranden en gebieden met een hoge ecologische en culturele waarde steeds vaker beperkt of geprivatiseerd.
Volgens deze visie raakt dat direct aan een fundamenteel recht: het recht van de bevolking om vrijelijk gebruik te maken van het eigen grondgebied.
Het is onaanvaardbaar dat buitenlands kapitaal privileges en toegang krijgt die de Curaçaoënaar in de praktijk op achterstand zetten op eigen bodem. Dit vertoont kenmerken van structurele ongelijkheid en roept vragen op over integriteit en gelijke behandeling.
Het proces waarbij land onder de voeten van de lokale bevolking verdwijnt en de toegang tot natuur en stranden wordt beperkt, kan worden gezien als een vorm van interne onteigening. In internationaal perspectief raakt dit aan het recht van volkeren om te bestaan, zich te ontwikkelen en te beschikken over hun natuurlijke hulpbronnen, zoals vastgelegd in internationale verdragen en resoluties van de Verenigde Naties.
Oproep aan alle Curaçaoënaars
Daarom klinkt een oproep aan alle Curaçaoënaars, waar ter wereld zij zich ook bevinden. Er wordt gevraagd om transparantie rond grond- en erfpachttransacties. Ook wordt gepleit voor het aankaarten van deze praktijken bij internationale instanties en voor het heroverwegen van besluiten die de territoriale zeggenschap aantasten.
Wie zijn land verliest, verliest uiteindelijk ook zijn identiteit, zijn zelfbeschikking en zijn toekomst. De oproep is om deze ontwikkeling te stoppen en waar mogelijk te herstellen, voordat Curaçaoënaars vreemdelingen worden in hun eigen land.
Tegelijkertijd wordt de vraag gesteld welke rol Nederland hierin speelt. Curaçao maakt immers deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. Waar blijft de steun om deze ontwikkelingen te keren en om bredere sociale en economische problemen te voorkomen?


































