
WILLEMSTAD - Heeft Curaçao kansen laten liggen door het Papiamentu decennialang onvoldoende ruimte te geven als taal van onderwijs, wetenschap en kennisontwikkeling? Docent en ondernemer Eugène Maduro stelt die vraag in deze opiniebijdrage. Volgens hem gaat het debat over de moedertaal niet alleen over taal, maar ook over kritisch denken, maatschappelijke ontwikkeling, saamhorigheid en het vermogen van Curaçao om daadwerkelijk op eigen benen te staan.
Door | Eugène Maduro docent en ondernemer
Soms vraag ik mij af: wat zouden wij vandaag zijn geweest als wij onze kinderen de afgelopen vijftig of zestig jaar veel sterker in hun moedertaal hadden leren denken, begrijpen en creëren?
Wat hebben we gemist? Misschien hebben we meer gemist dan alleen taalvaardigheid.
Misschien hebben we denkers gemist. Mensen die vragen durven stellen. Mensen die niet alles aannemen omdat iemand met gezag het zegt. Mensen die moeilijk met fabeltjes te overtuigen zijn, omdat zij geleerd hebben om zelf na te denken, argumenten te onderzoeken en verbanden te leggen. We hebben misschien mensen gemist die niet alleen konden reproduceren wat anderen hen leerden, maar die durfden te creëren.
Mensen die diep kunnen denken. Die initiatief nemen. Die verantwoordelijkheid durven dragen. Die niet voortdurend wachten op iemand anders om een oplossing aan te dragen.
Taal is meer dan communicatie
Een moedertaal is niet alleen een middel om met elkaar te praten. Taal is ook een instrument waarmee een kind de wereld leert begrijpen. Wanneer een kind complexe ideeën in zijn eigen taal kan formuleren, kan het beter vragen stellen, redeneren, twijfelen, analyseren en nieuwe ideeën ontwikkelen.
Daarom gaat de discussie over Papiamentu voor mij niet alleen over taal. Het gaat over cognitieve ontwikkeling. Over onderwijs. Over cultuur. Over identiteit. En uiteindelijk over de ontwikkeling van een samenleving.
Wij hebben tientallen jaren gehad waarin Papiamentu niet dezelfde ruimte heeft gekregen om zich te ontwikkelen tot een volwaardig instrument voor onderwijs, wetenschap, onderzoek en kennisproductie.
Wat als we die ontwikkeling wél bewust hadden ingezet? Wat als we vijftig of zestig jaar geleden hadden besloten dat onze moedertaal niet alleen de taal van het dagelijks leven zou zijn, maar ook een taal waarin kinderen konden leren filosoferen, onderzoeken, analyseren en wetenschap bedrijven?
Hoeveel meer kennis hadden we dan vandaag misschien zelf kunnen produceren? Hoeveel meer schrijvers, wetenschappers, onderzoekers, ondernemers, uitvinders, kritische denkers en goede politici hadden we kunnen ontwikkelen?
Wat hebben we daardoor als land gemist?
Misschien hebben we niet alleen individuele talenten gemist. Misschien hebben we maatschappelijke capaciteit gemist. Een samenleving heeft mensen nodig die haar problemen kunnen analyseren en zelf oplossingen kunnen ontwerpen. Mensen die niet voortdurend naar buiten hoeven te kijken voor antwoorden. Mensen die hun eigen plannen kunnen ontwikkelen voor hun eigen land.
Want hoe kunnen wij ooit aan het Koninkrijk laten zien dat wij op eigen benen kunnen staan als wij onvoldoende investeren in de mensen die die benen moeten dragen?
Autonomie is uiteindelijk niet alleen een politieke status. Autonomie begint in het hoofd. Een land wordt niet zelfstandig omdat het dat op papier is. Een land wordt sterker wanneer zijn mensen de kennis, het vertrouwen, de creativiteit en de competenties ontwikkelen om zelf richting te geven aan hun toekomst.
En juist daar hebben wij misschien een deel van onze ontwikkeling laten liggen. We hebben te weinig denkers ontwikkeld om sommige van onze maatschappelijke debacles te voorkomen. Te weinig mensen die niet alleen konden vragen: “Wat moeten wij doen?” maar ook: “Wat kunnen wij zelf bedenken?”
We hebben ook saamhorigheid gemist
Misschien hebben we nog iets anders gemist: het gevoel dat wij samen aan iets bouwen. Taal en cultuur kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Wanneer mensen hun eigen geschiedenis, cultuur en taal serieus nemen, kunnen zij een sterker gevoel ontwikkelen van wie zij zijn en wat zij samen kunnen betekenen.
Dat betekent niet dat wij andere talen moeten afwijzen. Integendeel. Wij moeten Papiamentu juist gebruiken als een stevige basis om andere talen beter te leren. Nederlands, Engels, Spaans en andere talen openen deuren naar de wereld. Maar je hoeft je eigen huis niet af te breken om deuren naar de wereld te openen. Een sterke moedertaal kan juist het fundament zijn waarop meertaligheid wordt gebouwd.
Ik ben de hoop niet kwijt
En toch wil ik dit verhaal niet eindigen met wat wij hebben verloren. Want ik heb de hoop niet verloren. Integendeel. De Blue Wave heeft mij iets laten zien wat ik lange tijd misschien onvoldoende had gezien: dat een volk, wanneer het iets gemeenschappelijks ervaart, opnieuw een gevoel van collectieve hoop kan ontwikkelen.
Misschien was het maar voor een periode. Maar dat gevoel was er. En voor mij was dat belangrijk.
Het liet zien dat wij als volk nog steeds in staat zijn om samen iets te voelen, samen ergens in te geloven en samen vooruit te kijken. Daarom geloof ik dat wat wij in de afgelopen honderd jaar onvoldoende hebben kunnen ontplooien, als mensen, als denkers, als professionals en als samenleving met eigen competenties, in de komende jaren alsnog ontwikkeld kan worden.
Maar daarvoor moeten wij wakker blijven. Want wij kunnen ons geen nieuwe slaap veroorloven. Niet als wij werkelijk willen dat onze kinderen verder komen dan wij.
Niet als wij willen dat Papiamentu zich ontwikkelt tot een taal waarin niet alleen gevoelens en dagelijkse ervaringen worden uitgedrukt, maar ook kennis, wetenschap, filosofie en innovatie.
Niet als wij willen dat onze kinderen leren denken in plaats van alleen antwoorden onthouden. Niet als wij willen dat Curaçao niet alleen toeristen ontvangt, maar ook kennis produceert.
Niet als wij willen dat onze autonomie meer wordt dan een politieke constructie.
De grootste vraag is daarom misschien niet wat wij in het verleden hebben gemist. De grootste vraag is:
Wat gaan wij vanaf vandaag niet meer missen? Want onze kinderen wachten niet op een toekomst die wij ooit voor hen zullen creëren. Zij zijn die toekomst.



































