Leetz: geitenhouderij op Curaçao moet beginnen bij voer en water, niet bij meer dieren

WILLEMSTAD – Wie op Curaçao geiten wil houden, moet eerst vaststellen hoeveel voer en water het eigen terrein het hele jaar door kan leveren. Pas daarna moet worden bepaald hoeveel dieren kunnen worden gehouden. Dat stelt landbouwcommentator Desmond Leetz in een bijdrage over voedselzekerheid en kleinschalige veeteelt op Curaçao.
Volgens Leetz is vooral de droge tijd bepalend. Na regen kan een terrein tijdelijk veel groener en productiever lijken, terwijl dat beeld tijdens langdurige droogte sterk verandert. Daarom moet volgens hem niet de vraag centraal staan hoeveel geiten op een terrein passen, maar hoeveel dieren dat terrein gedurende het hele jaar daadwerkelijk van voer en water kan voorzien.
Hij adviseert beginnende geitenhouders daarom eerst te investeren in de bodem, watervoorziening en de productie van veevoer. Daarbij kan onder meer gebruik worden gemaakt van tropische grassoorten zoals Napiergras, maar Leetz waarschuwt dat één soort voer onvoldoende basis biedt.
Geiten eten naast gras ook bladeren en takken. Jonge dieren, drachtige geiten en dieren die melk geven, hebben bovendien extra voeding nodig. Volgens Leetz moet een goed systeem daarom bestaan uit zowel voer van het eigen terrein als aanvullende voeding wanneer de lokale productie tekortschiet. Schoon drinkwater moet altijd beschikbaar zijn.
Overschotten bewaren voor droge tijd
Leetz ziet ook mogelijkheden om voeroverschotten uit de regentijd te bewaren voor de droge maanden. Een deel daarvan kan volgens hem worden verwerkt tot pellets, waardoor het voer compacter wordt en langer kan worden opgeslagen.
Hij benadrukt wel dat pellets geen volledige vervanging zijn voor gras, bladeren en ander vezelrijk voer. Kleine boeren zouden eerst op beperkte schaal moeten testen of productie van pellets financieel gunstiger is dan het kopen van veevoer.
Ook rotatie van dieren over verschillende delen van het terrein is volgens Leetz belangrijk. Wanneer geiten te lang op hetzelfde stuk grond blijven, kan het beschikbare voer opraken en kan de vegetatie beschadigd raken.
Daarom moet het aantal dieren worden afgestemd op de maanden waarin het terrein het minst produceert. Uitbreiding van de kudde zou pas moeten plaatsvinden wanneer duidelijk is dat voer, water en grond die groei ook tijdens droge perioden aankunnen.
Water als belangrijkste investering
Volgens Leetz is watervoorziening een van de belangrijkste investeringen voor een duurzame geitenhouderij. Hij noemt onder meer regenwateropvang, tanks, putten, pompen en leidingen.
Daarnaast zijn schaduw en goed geventileerde plekken belangrijk voor het welzijn van de dieren. Een dure stal is volgens hem in de beginfase niet noodzakelijk, zolang er voldoende schaduw en een schone en droge beschutte plek aanwezig zijn.
Leetz adviseert boeren daarnaast nauwkeurig bij te houden hoeveel dieren zij hebben, hoeveel voer en water wordt gebruikt, welke veterinaire kosten worden gemaakt en hoeveel dieren uiteindelijk opbrengen. Na een jaar zou een producent volgens hem moeten kunnen berekenen wat de werkelijke kostprijs van een geit is.
Ook moet volgens hem vooraf worden nagedacht over de afzet. “Vijftien gezonde geiten in een systeem dat zijn kosten dekt, is sterker dan vijftig geiten zonder voer, water of markt”, schrijft hij.
De bijdrage van Leetz is geschreven vanuit zorgen over de voedselzekerheid van Curaçao en de afhankelijkheid van import. Zijn advies richt zich vooral op nieuwe en kleinschalige producenten die hun bedrijf stap voor stap willen opbouwen.



































