Minister eist opheldering over overstap Jardim naar Banco di Caribe

· - leestijd 1 minuut
José Jardim
José Jardim Foto: Dick Drayer

WILLEMSTAD - Minister van Financiën Javier Silvania wil opheldering over de overstap van José Jardim van de Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten naar Banco di Caribe. Silvania vindt de snelle wisseling van toezichthouder naar CEO problematisch.


In een brief aan de Centrale Bank vraagt Silvania om uitleg over de procedure en ethische toetsing van Jardim’s benoeming. Jardim stapte over van zijn functie bij de toezichthoudende Centrale Bank naar de leidinggevende positie bij Banco di Caribe, een bank die onder zijn toezicht stond.

Normen

Volgens de minister staan internationale normen geen snelle overstap toe van een topfunctionaris bij een toezichthoudend orgaan naar een leidinggevende functie bij een onder toezicht staande bank.

De Europese Centrale Bank hanteert bijvoorbeeld een minimale afkoelperiode van één jaar om belangenverstrengeling en reputatieschade te voorkomen. In andere sectoren geldt zelfs een termijn van twee jaar.

"In het geval van Jardim is slechts een korte interne periode van beperking toegepast, die bovendien inging vóór zijn daadwerkelijke vertrek bij de CBCS," stelt Silvania. Hij noemt dat disproportioneel, gelet op de strategische aard van Jardim’s functie.

"In een kleine financiële markt als die van Curaçao, waar markt- en toezichtrelaties nauw met elkaar verbonden zijn, is strikte naleving van integriteitsnormen essentieel," schrijft de minister.

Silvania vindt het zorgwekkend dat de Raad van Commissarissen van de Centrale Bank deze overstap heeft laten plaatsvinden zonder transparante evaluatie, publieke motivering of overleg met het ministerie van Financiën.

"Van een toezichthoudend orgaan mag worden verwacht dat het het goede voorbeeld geeft op het gebied van zorgvuldigheid en transparantie," aldus Silvania.

Risico’s

De benoeming plaatst de Centrale Bank volgens Silvania in een kwetsbare positie. Jardim beschikt als voormalig toezichthouder over vertrouwelijke informatie over andere banken, die hij in zijn nieuwe rol mogelijk in het voordeel van zijn werkgever zou kunnen gebruiken. "Dat creëert een ongelijk speelveld en kan de eerlijke concurrentie in gevaar brengen," schrijft de minister.

Daarnaast wijst Silvania op risico’s voor de marktbalans, reputatieschade voor de Centrale Bank en mogelijke juridische en internationale repercussies. "De perceptie dat de toezichthouder niet zijn eigen integriteitsregels naleeft, is funest voor het publieke vertrouwen in het toezichtssysteem."

Opheldering

De minister verlangt van de Raad van Commissarissen volledige opheldering over het besluitvormingsproces rondom het vertrek en de nieuwe functie van Jardim. Hij vraagt specifiek om een onderzoek naar het proces van Jardim’s vertrek en zijn benoeming, inzicht in de evaluatie en goedkeuring van zijn nieuwe functie, uitleg over Jardim’s betrokkenheid bij de verkoop van Banco di Caribe en een heldere toelichting op het integriteits- en post-employmentbeleid van de Centrale Bank

De brief legt extra druk op de Raad van Commissarissen van de Centrale Bank, die nu publiekelijk verantwoording zal moeten afleggen over een benoeming die door sommigen wordt gezien als een risico voor het vertrouwen in het financieel toezicht op Curaçao.


2.750 keer gelezen

Deel dit artikel: