Dalende moordcijfers op Curaçao verhullen veranderend veiligheidsbeeld

WILLEMSTAD - Het aantal moorden op Curaçao is de afgelopen jaren sterk gedaald. Waar het moordcijfer in de periode vóór de coronapandemie nog boven de twintig per honderdduizend inwoners lag, schommelt het nu rond de zeven à acht per honderdduizend. Dat schijft professor Evan Ellis, Research Professor bij het U.S. Army War College Strategic Studies Institute.
De afname van het dodelijk geweld wijst op een duidelijke verbetering van de openbare veiligheid op straat, maar volgens Ellis betekent dit niet automatisch dat de onderliggende dreiging is verdwenen.
In de analyse van Ellis wordt benadrukt dat het karakter van de criminaliteit in de regio aan het verschuiven is. Klassiek, zichtbaar straatgeweld maakt in toenemende mate plaats voor georganiseerde, vaak grensoverschrijdende criminaliteit.
Cijfers
Uit de beschikbare cijfers blijkt dat Curaçao met een huidig moordcijfer van circa 7 à 8 per 100.000 inwoners inmiddels duidelijk lager scoort dan de zwaarst getroffen landen in de regio, zoals Jamaica en Trinidad en Tobago, waar het aantal moorden oploopt tot rond de 40 à 50 per 100.000.
Vergeleken met kleinere en stabielere eilanden, zoals de Cayman Islands en Aruba, ligt Curaçao nog wel hoger, omdat daar de moordcijfers doorgaans tussen de 2 en 6 per 100.000 blijven.
Het beeld laat zien dat Curaçao zich na jaren van extreem geweld heeft verplaatst van de hoogste risicocategorie naar de middengroep binnen het Caribisch gebied, al blijven de verschillen per eiland groot en sterk afhankelijk van bevolkingsomvang en lokale omstandigheden.
|
Gebied / Land / Eiland |
Laatst bekende moordcijfer (per 100.000 inwoners) / opmerking |
|---|---|
|
Curaçao |
Volgens lokale experts (recent): ca. 7–8 per 100.000 (na daling sinds voor-COVID) (Instituto Igarapé) |
|
Aruba |
In historische data: rond ~2–6 per 100.000 (variërend over jaren) (databank.worldbank.org) |
|
Bonaire |
Er zijn geen recente openbare moordcijfers per 100.000 die consistent beschikbaar zijn in de datasets (of: data is gebroken/onvolledig) — cijfers verschillen per jaar en zijn vaak klein (door lage bevolking). |
|
Cayman Islands |
2023: ~ 5.6 per 100.000 inwoners (en.wikipedia.org) |
|
Jamaica |
2023: ~ 49,3 per 100.000 inwoners — traditioneel een van de hoogst in de regio. (en.wikipedia.org) |
|
Trinidad and Tobago |
Recent: moordcijfers rond de 40–41 per 100.000 inwoners (canadacaribbeaninstitute.org) |
|
Gemiddeld Caribisch gebied (algemeen) |
Volgens regionaal onderzoek: moord-/geweldsdrempel ligt ruim boven wereldgemiddelde; veel landen/gebieden 2–4× hoger dan wereldgemiddelde. (Inter-American Development Bank) |
Los Lobos
Op Curaçao wordt daarbij onder meer gewezen op de blijvende aanwezigheid van de Venezolaanse bende Los Lobos, die door de politie nog altijd nauwlettend in de gaten wordt gehouden.
Tegelijkertijd is de dreiging van de lokale criminele groepering No Limit Soldiers afgenomen, sinds de leider van die bende, Tyson Quant, werd aangehouden in Dubai. Die arrestatie wordt door experts gezien als een belangrijke factor in de afname van zware geweldsincidenten op het eiland.
De daling van het aantal moorden wordt daarmee mede verklaard door gerichte opsporing en internationale aanhoudingen, maar dit betekent volgens Ellis niet dat het veiligheidsvraagstuk eenvoudiger is geworden.
De focus verschuift steeds meer naar drugssmokkel, financiële criminaliteit, mensenhandel en de rol van Curaçao binnen internationale criminele netwerken. Daarbij speelt de ligging van het eiland, vlak voor de kust van Venezuela en op belangrijke smokkelroutes, een blijvende rol.
Militaire aanwezigheid
Tegelijkertijd staat de veiligheidssituatie in de regio onder invloed van bredere geopolitieke ontwikkelingen. De Verenigde Staten hebben hun militaire aanwezigheid in het Caribisch gebied versterkt in het kader van Operation Southern Spear.
Die toegenomen militaire activiteit heeft vooral te maken met spanningen rond Venezuela en met de bestrijding van drugstransporten over zee.
Voor landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden, waaronder Curaçao, betekent dit dat zij indirect worden geconfronteerd met een complexere veiligheidsomgeving, waarin defensie, drugssmokkel en internationale machtsverhoudingen steeds meer met elkaar verweven raken.
Voor criminele netwerken kan zo’n context zowel bedreigend als kansrijk zijn. Verhoogde patrouilles, meer toezicht op zee en intensievere internationale samenwerking maken drugstransporten risicovoller.
Aan de andere kant kunnen politieke instabiliteit, migratiestromen en druk op lokale opsporingsdiensten juist nieuwe mogelijkheden creëren voor georganiseerde misdaad om zich aan te passen en te verplaatsen.
De afnemende zichtbaarheid van straatgeweld op Curaçao vraagt daardoor om een bredere kijk op veiligheid. Volgens Ellis verschuift de uitdaging steeds meer naar het onzichtbare domein: internationale smokkelroutes, geldstromen, digitale communicatie en corruptie. Dat vraagt niet alleen om politie-inzet, maar ook om versterking van inlichtingendiensten, maritiem toezicht en internationale informatie-uitwisseling.
Zelfgenoegzaamheid
Voor het bestuur op Curaçao en binnen het Koninkrijk betekent dit dat successen in het terugdringen van moorden niet mogen leiden tot zelfgenoegzaamheid.
De huidige rust op straat kan verhullen dat de criminaliteit zich in andere vormen en structuren voortzet. De veiligheid van het eiland wordt daardoor steeds sterker bepaald door internationale ontwikkelingen, regionale spanningen en de mate waarin het lukt om samen met buitenlandse partners criminele netwerken effectief te blijven bestrijden.



































