
WILLEMSTAD – De financiële problemen rond toeristenpolitie Politur zijn niet alleen terug te voeren op het handelen van een voormalige voorzitter. Een intern onderzoek van Curaçao Tourist Board (CTB) schetst vooral een systeem waarin één bestuurder jarenlang de betalingen, administratie en betaalkaarten kon beheersen, terwijl bestuur, toezicht en financier onvoldoende ingrepen.
Politur heeft als taak de veiligheid van toeristen op Curaçao te waarborgen. De stichting werkt daarvoor structureel samen met CTB, dat overheidssubsidies ontvangt van het ministerie van Economische Ontwikkeling. Volgens de samenwerkingsovereenkomst waren er afspraken over het gebruik en beheer van de middelen die aan Politur werden toegekend.
Juist die afspraken blijken volgens het interne CTB-onderzoek jarenlang nauwelijks controleerbaar te zijn geweest. De voormalige voorzitter had alle betaalmiddelen, waaronder de debitcard en creditcard, exclusief in beheer. Er was geen vastgesteld beleid voor betalingen, inkoop of financiële procedures. Ook ontbrak volgens het rapport een systeem van interne controle waarmee transacties en besluiten konden worden getoetst.
Onvoldoende zorgvuldig
Daarmee ontstond een organisatie waarin de administratie feitelijk bij één persoon lag. Het rapport noemt één administratief medewerker zonder duidelijke functiebeschrijving, ontbrekende stukken bij transacties en geen gestructureerde archivering. Ook het administratiekantoor dat de jaarrekeningen en kwartaalrapportages opstelde, zou onvoldoende zorgvuldig en controleerbaar hebben gewerkt.
De problemen beperkten zich volgens het rapport niet tot Politur zelf. CTB verstrekte maandelijks subsidie op basis van declaraties die door de voormalige voorzitter werden ingediend, zonder voorafgaande controle of goedkeuring door het bestuur of de Raad van Commissarissen. Het rapport stelt expliciet dat CTB daarmee zelf onvoldoende controle- en verificatieprocedures toepaste voordat geld werd uitgekeerd.
Ook op bestuurlijk niveau bleef controle uit. Van bestuursvergaderingen tussen december 2013 en februari 2025 zijn volgens het onderzoek geen notulen beschikbaar. Pas vanaf februari vorig jaar zouden vergaderingen systematisch zijn vastgelegd. Bestuursbesluiten waren onvoldoende gedocumenteerd, waardoor achteraf nauwelijks is na te gaan welke uitgaven waren besproken, goedgekeurd of afgewezen.
Het interne onderzoek richt zich op vermoedelijke onregelmatigheden tussen 2020 en april 2025. Daarbij worden onder meer niet-geautoriseerde transacties, contante opnames, privégebruik van zakelijke betaalmiddelen, privé-reizen en vergoedingen zonder goedkeuring genoemd. De voormalige voorzitter wordt in het rapport genoemd als degene die mogelijk persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. Het gaat echter om bevindingen van een intern onderzoek, niet om een rechterlijke uitspraak.
Forensisch accountant
Het rapport adviseert daarom een forensisch accountant in te schakelen, mogelijke civielrechtelijke terugvordering te onderzoeken en strafrechtelijke stappen te overwegen. Ook wordt voorgesteld een onafhankelijk administratiekantoor aan te stellen, financiële bevoegdheden vast te leggen en bij grotere uitgaven een vier-ogenprincipe in te voeren.
De omvang van de geldstromen maakt de vraag urgent. Politur ontving in 2025 volgens de jaarrekening ruim 2,4 miljoen gulden, waarvan 1,54 miljoen uit het Crimefonds en 895 duizend gulden van CTB. De stichting investeerde dat jaar ruim 715 duizend gulden in onder meer voertuigen, apparatuur en meubilair. Eind 2025 stond er 267 duizend gulden op de bank en bedroeg het eigen vermogen 887 duizend gulden.
De centrale vraag is daarom niet alleen wat er met geld is gebeurd onder het vorige bestuur. De vraag is ook waarom CTB, bestuur en toezichtorganen jarenlang toestonden dat een toeristische veiligheidsorganisatie publieke middelen ontving en uitgaf zonder aantoonbare besluitvorming, volledige administratie en onafhankelijke controle.



































