Rechter spreekt Chinese zakenman vrij na negenjarig witwasonderzoek op Curaçao

· - leestijd 1 minuut
Advocaat Marije Vaders
Advocaat Marije Vaders Archieffoto

WILLEMSTAD – Het Gerecht in eerste aanleg heeft de Chinese zakenman X.F. volledig vrijgesproken in het omvangrijke strafrechtelijke onderzoek Avior. Hij werd onder meer verdacht van witwassen, ondergronds bankieren, illegale financiële dienstverlening en het niet nakomen van belastingverplichtingen.


Ook het Openbaar Ministerie had om vrijspraak gevraagd. Volgens het OM bestond wel een sterk vermoeden van witwassen, maar ontbrak voldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een veroordeling te komen.

De zaak maakte deel uit van onderzoek Avior, dat in 2017 leidde tot verschillende huiszoekingen op Curaçao en in Nederland. Het onderzoek richtte zich op vermoedelijk witwassen en bankieren zonder vergunning van de Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten.

Vastgoedaankopen

De verdenking tegen F. had onder meer betrekking op de aankoop van meer dan zestien percelen en gebouwen op Curaçao. Daaronder waren woningen, een resort, een supermarkt en ander vastgoed met een gezamenlijke waarde van miljoenen guldens.

Een groot deel van het geld kwam via verschillende Chinese bankrekeningen naar Curaçao. Het OM wilde rekeninghouders in China horen om meer duidelijkheid te krijgen over de herkomst van het geld en de reden voor de overboekingen. Dat is uiteindelijk niet gelukt.

Volgens advocaat Marije Vaders was het geld legaal verkregen. Haar cliënt zou van zijn overleden vader zeventien appartementen, twee woningen en ongeveer vier miljoen gulden hebben geërfd. De vader zou daarnaast vóór het vertrek van het gezin naar Curaçao een meubelfabriek in China hebben verkocht.

Omdat inwoners van China jaarlijks maar een beperkt bedrag naar het buitenland mogen overboeken, zou F. volgens de verdediging andere personen hebben gevraagd om geld via hun bankrekeningen naar Curaçao over te maken. Daarmee zijn vervolgens investeringen op het eiland gedaan.

Goudroof

Het OM onderzocht ook een mogelijk verband met de roof van elf goudstaven van het schip Summer Bliss in 2012. Een deel van de buit zou mogelijk op een rekening van F. zijn terechtgekomen. Ook daarvoor werd volgens de rechter onvoldoende bewijs geleverd.

De belastingverdenking hield verband met het niet indienen van aangiften of documenten. De verdediging stelde dat F. nooit door de Belastingdienst was uitgenodigd om aangifte te doen, terwijl zo’n uitnodiging volgens haar noodzakelijk was voor het ten laste gelegde feit. Het OM kon niet aantonen dat die uitnodiging wel was verstuurd.

De rechter concludeerde dat de beschuldigingen niet wettig en overtuigend bewezen konden worden en sprak F. van alle feiten vrij. De strafzaak heeft bijna negen jaar geduurd. Een andere verdachte in het Avior-onderzoek trof in 2020 een schikking met het Openbaar Ministerie.


248 keer gelezen

Deel dit artikel: