Toezicht op arrestantenzorg opnieuw gehinderd door interne problemen

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De commissie die toezicht houdt op de behandeling van arrestanten op Curaçao heeft geruime tijd onvoldoende ambtelijke ondersteuning gehad. Volgens de regering had dat een negatieve invloed op de voortgang, continuïteit en effectiviteit van haar werkzaamheden. Twee jaar eerder verkeerde dezelfde commissie al in een ‘passieve status’ en waren de leden geruime tijd niet bijeengekomen.


Dat blijkt uit verschillende landsbesluiten over de Commissie Toezicht Arrestantenzorg. Het meest recente besluit dateert van 31 juli en werd op 23 september door de Staten ontvangen. Daarin staat dat de voorzitter om vervanging van de ambtelijk secretaris heeft gevraagd, omdat de commissie al langere tijd knelpunten ondervond in de ambtelijke ondersteuning.

De toenmalige secretaris had zelf aangegeven zijn functie niet langer te kunnen vervullen vanwege toegenomen werkzaamheden en opleidingsverplichtingen. Hij kreeg met ingang van 9 juni eervol ontslag en is inmiddels vervangen. Volgens het landsbesluit was de vervanging nodig om de continuïteit van het werk van de commissie te waarborgen.

Het is niet de eerste keer dat het toezicht problemen ondervindt. Bij de nieuwe benoeming van de commissie in februari 2024 stelde de regering vast dat deze op dat moment in een ‘passieve status’ verkeerde. De leden waren al geruime tijd niet meer bijeengekomen en er werd gewacht op een nieuw benoemingsbesluit.

Kort na die herstart vertrok bovendien een van de leden. Het vertrek ging op 15 maart 2024 in en werd enkele maanden later formeel vastgelegd. Uit het landsbesluit blijkt niet waarom het commissielid vertrok.

Onafhankelijk toezicht

De problemen zijn van belang omdat de commissie een specifieke rol heeft bij de bescherming van mensen die door de politie van hun vrijheid zijn beroofd. Zij moet onder meer toezicht houden op de huisvesting, veiligheid, verzorging en bejegening van arrestanten, klachten behandelen en de minister adviseren.

De Raad voor de rechtshandhaving wees al in zijn onderzoek naar de politiecellen op het belang daarvan. Volgens de Raad draagt toezicht door een onafhankelijke autoriteit bij aan het voorkomen van onmenselijke of vernederende behandeling. De commissie moet zich bovendien regelmatig persoonlijk op de hoogte stellen van wat onder arrestanten leeft en ieder kwartaal verslag uitbrengen aan de minister van Justitie.

De Raad concludeerde destijds dat het toezicht op de politiecellen voldoende was geborgd. Dat toezicht bestond overigens niet alleen uit de werkzaamheden van de commissie. Ook het Openbaar Ministerie inspecteert de politiecellen. De Raad wees erop dat knelpunten door toezicht kunnen worden vastgesteld, waarna de overheid corrigerend kan optreden.

Uit de latere landsbesluiten blijkt nu dat juist een van die vormen van toezicht periodes heeft gekend waarin het functioneren werd belemmerd: eerst doordat de commissie niet bijeenkwam en later doordat onvoldoende ambtelijke ondersteuning beschikbaar was.

Tekort aan uitvoeringscapaciteit

Ook in zijn meest recente Staat van de rechtshandhaving Curaçao 2025 waarschuwt de Raad voor de gevolgen van een tekort aan uitvoeringscapaciteit binnen de justitiële keten. Personele krapte, wisselingen in de bezetting en afhankelijkheid van individuele medewerkers hebben volgens de Raad invloed op het tempo, de consistentie en de voortgang van werkzaamheden.

Die waarschuwing gaat niet specifiek over de Commissie Toezicht Arrestantenzorg. De Raad schrijft wel in algemene zin dat een monitoringsstructuur weinig bijdraagt wanneer daarvoor onvoldoende kwalitatieve en kwantitatieve uitvoeringscapaciteit beschikbaar is. Zonder die capaciteit bestaat volgens de Raad het risico dat monitoring blijft steken in rapportages.


127 keer gelezen

Deel dit artikel: