Waarom maakt Curaçao zo moeizaam nieuwe wetten? Monte stelt vragen

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Curaçao kampt al jaren met te weinig gespecialiseerde juristen om noodzakelijke wetgeving tijdig en goed te maken. Een onderzoek uit 2021 waarschuwde onder meer voor verouderde wetten, gebrekkige juridische kennis binnen de overheid en te veel uitbesteding. MFK-Statenlid Ishahier Monte vraagt de regering nu te onderzoeken of de wetgevingsfunctie structureel anders moet worden georganiseerd, eventueel samen met Sint Maarten.


Monte heeft hierover acht vragen gesteld aan minister-president Gilmar Pisas. Hij wil onder meer weten hoeveel gespecialiseerde wetgevingsjuristen momenteel bij de overheid werken, hoeveel vacatures openstaan en welke maatregelen zijn genomen om deze juristen aan te trekken en vast te houden.

Ook vraagt hij de regering het rapport Onderzoek naar de wetgevingsfunctie in Curaçao van professor Sjoerd Zijlstra aan de Staten te verstrekken.

Dat rapport dateert uit 2021 en werd opgesteld in het kader van het Landspakket tussen Curaçao en Nederland. Voor lezers die het rapport niet kennen: Zijlstra onderzocht niet één afzonderlijke wet, maar het hele proces waarmee Curaçao regelgeving voorbereidt, schrijft en invoert.

De conclusie was dat de wetgevingsfunctie niet zodanig was georganiseerd en bemenst dat alle noodzakelijke regelgeving tijdig en met voldoende kwaliteit kon worden gemaakt. De Raad van Advies heeft die bevindingen later uitgebreid aangehaald.

Verouderde wetten

Een van de problemen die in het onderzoek naar voren kwamen, is de grote hoeveelheid verouderde wetgeving. Ook ontbreken volgens het rapport geregeld bijgewerkte versies van bestaande wetten of zijn die niet goed digitaal toegankelijk.

Daarnaast werden problemen gesignaleerd bij het stellen van prioriteiten. Nieuwe wetgeving concurreert daardoor met het noodzakelijke onderhoud aan bestaande regels. Ook de beleidsvoorbereiding binnen ministeries levert volgens het onderzoek knelpunten op.

Een ander probleem is het tekort aan juridische kennis en ervaring binnen de overheid. Wetgevingsjuristen spelen volgens het onderzoek bovendien niet altijd vroeg genoeg een rol bij de ontwikkeling van nieuw beleid. Daardoor kunnen juridische of uitvoeringsproblemen pas zichtbaar worden wanneer belangrijke beleidskeuzes al zijn gemaakt. De Raad van Advies wees daar in zijn jaarverslag over 2021 eveneens op.

Zijlstra signaleerde verder dat adviesprocedures soms langer duren dan nodig en dat de overheid wetgeving te vaak laat opstellen door externe partijen. De Raad van Advies schreef in 2023 dat het vervolgens aan de overheid was om de aanbevelingen uit het rapport uit te voeren.

Aparte organisatie

Monte vraagt nu of de bestaande directie Wetgeving en Juridische Zaken, WJZ, nog wel de juiste organisatievorm heeft om het probleem structureel op te lossen.

Hij wil laten onderzoeken of gespecialiseerde wetgevingsjuristen kunnen worden ondergebracht in een afzonderlijke organisatie. Als voorbeelden noemt hij bestaande instellingen als SOAB, SBAB, SBTNO en RAC, zonder daarmee al voor één specifiek model te kiezen.

Zo’n organisatie zou volgens zijn vragen niet alleen de regering kunnen ondersteunen, maar mogelijk ook het parlement bij het opstellen van initiatiefwetgeving. Monte vraagt daarbij hoe kan worden voorkomen dat de onafhankelijkheid van de Staten in het gedrang komt.

Ook wil hij weten of een stichting, zelfstandig bestuursorgaan of andere juridische vorm daarvoor het meest geschikt zou zijn.

Samen met Sint Maarten

Een tweede mogelijkheid die Monte op tafel legt, is samenwerking met Sint Maarten. Beide landen hebben te maken met een kleine arbeidsmarkt voor gespecialiseerde wetgevingsjuristen.

De regering wordt daarom gevraagd te onderzoeken of Curaçao en Sint Maarten expertise, capaciteit en kosten kunnen delen.

De vragen komen vijf jaar nadat Zijlstra de problemen met de Curaçaose wetgevingsfunctie in kaart bracht. Dat het onderwerp nog actueel is, blijkt ook uit recente adviezen van de Raad van Advies. Die verwijst nog altijd naar het onderzoek uit 2021 wanneer de kwaliteit van nieuwe wetgeving of de voorbereiding daarvan tekortschiet.


241 keer gelezen

Deel dit artikel: