Pisas kondigt armoedeplan aan terwijl politieke partijen wijzen op groeiende ongelijkheid

WILLEMSTAD – De regering van Curaçao wil nog deze maand een nieuw plan voor armoedebestrijding goedkeuren. Premier Gilmar Pisas kondigde tijdens de viering van zestien jaar autonomie aan dat het plan in de laatste voorbereidingsfase zit en binnenkort aan de ministerraad wordt voorgelegd. Daarna moet de uitvoering in verschillende kwetsbare wijken beginnen. De aankondiging komt op een moment dat zowel coalitie als oppositie erkennen dat de economische groei onvoldoende terechtkomt bij grote delen van de bevolking.
Tijdens de nationale viering van Dia di Pais Kòrsou op het Brionplein stond de toekomst van het eiland centraal. Onder het motto ‘Caribbean United in Excellence’ benadrukte Pisas dat autonomie meer betekent dan politieke zelfstandigheid. Volgens hem moet Curaçao ook financieel en economisch op eigen benen kunnen staan en moeten alle inwoners profiteren van de vooruitgang.
De premier wees op de economische groei van 5,1 procent vorig jaar, de begrotingsoverschotten van de afgelopen jaren en de volgens hem aanzienlijk teruggebrachte staatsschuld. Tegelijkertijd erkende hij dat ongeveer dertig procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft.
Armoede in de wijken
Volgens Pisas heeft Curaçao op sociaal gebied nog een grote achterstand in te halen. Vooral kwetsbare wijken en jongeren zonder toekomstperspectief vragen om extra aandacht.
De regering wil daarom onder het begrip ‘nationbuilding’ de komende jaren inzetten op versterking van buurten, verbetering van de bestaanszekerheid en meer kansen voor gezinnen.
Het nieuwe plan bevindt zich volgens de premier in de afrondende fase en moet deze maand naar de ministerraad. Na goedkeuring begint de uitvoering in een aantal wijken.
Welke wijken als eerste aan de beurt komen, hoeveel geld voor het programma beschikbaar is en welke concrete maatregelen worden genomen, maakte Pisas niet bekend.
De premier besteedde ook aandacht aan de financiële positie van ouderen die uitsluitend van een AOV-uitkering afhankelijk zijn. Hij verwees naar de afspraken van december 2025 als eerste stap om hun inkomen te verbeteren en beloofde zich te blijven inzetten voor een situatie waarin ouderen waardig van hun pensioen kunnen leven.
Oppositie ziet weinig verbetering
PNP-fractieleider Sheldry Osepa plaatste tijdens de viering vraagtekens bij de resultaten van zestien jaar autonomie.
Volgens hem was het doel van 10 oktober 2010 om de bevolking meer welzijn, bestaanszekerheid en welvaart te bieden. Zestien jaar later ziet hij vooral mensen die moeite hebben om rond te komen, jongeren die na hun studie geen werk vinden en huizenprijzen die voor veel inwoners onbetaalbaar zijn geworden.
Osepa sprak van een overheid die steeds meer belastinginkomsten ontvangt, terwijl grote groepen inwoners nauwelijks van de economische vooruitgang profiteren.
Volgens hem is het tijd voor een eerlijker belastingstelsel, waarbij de lasten niet voornamelijk op werknemers drukken. Hij wees daarbij ook op mensen zonder geldige verblijfsstatus die volgens hem buiten de belastingheffing blijven.
PAR: groei voor wie?
Ook PAR-fractieleider Quincy Girigorie vindt dat economische groei niet automatisch betekent dat de bevolking erop vooruitgaat.
Hij erkende dat Curaçao financieel stabieler is geworden en dat de economie sterk groeit. Maar volgens hem verhullen de positieve cijfers grote maatschappelijke problemen.
Girigorie stelde dat dertig procent van de bevolking in armoede leeft, zestig procent schulden heeft en veertig procent van de werknemers niet meer dan het minimumloon verdient.
Daarnaast wees hij op de hoge belastingdruk, het beperkte aandeel hoger opgeleiden en de stijgende huizenprijzen. Volgens hem wordt het voor de middenklasse steeds moeilijker om rond te komen.
Girigorie verwees naar een uitspraak van de Arubaanse premier Mike Eman en stelde de vraag voor wie de economische ontwikkeling eigenlijk bedoeld is.
Volgens hem moet Curaçao de economische vooruitgang omzetten in daadwerkelijke welvaart voor de bevolking. Losse maatregelen zijn daarvoor niet voldoende. Er zijn structurele oplossingen nodig.
Verantwoordelijkheid volgende generaties
MFK-fractieleider David Seferina koos tijdens de viering voor een andere invalshoek. Hij benadrukte dat autonomie niet alleen gaat over de bevoegdheden die Curaçao op 10 oktober 2010 heeft gekregen, maar vooral over wat het land aan toekomstige generaties nalaat.
Seferina vergeleek Curaçao met een huis dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. In 2010 kreeg de bevolking volgens hem de sleutel van haar eigen huis, maar daarmee begon de verantwoordelijkheid pas.
Iedere generatie moet volgens hem behouden wat goed is, herstellen wat niet functioneert en verder bouwen aan een samenleving waarin jongeren kansen krijgen.
Daarbij wees hij op het belang van werkgelegenheid, betaalbare woningen, goed onderwijs en sterke, rechtvaardige instellingen.
Politieke verschillen mogen volgens Seferina niet uit het oog doen verliezen dat het belang van Curaçao boven dat van afzonderlijke partijen en regeringen staat.
Twintig jaar autonomie
Pisas wil de komende vier jaar gebruiken om Curaçao verder te ontwikkelen tot wat hij de ‘Parel van het Caribisch gebied’ noemt.
In 2030 bestaat de autonome status twintig jaar. Volgens de premier moet Curaçao dan niet alleen kunnen wijzen op economische groei en gezonde overheidsfinanciën, maar ook op concrete verbeteringen in het dagelijks leven van de bevolking.
De uitspraken tijdens de viering laten zien dat daarover brede politieke overeenstemming bestaat: economische groei alleen is onvoldoende zolang grote groepen inwoners in armoede leven.
De eerste concrete toets wordt het armoedebestrijdingsplan dat de regering deze maand wil goedkeuren. Pas wanneer duidelijk is welke maatregelen worden genomen, hoeveel geld beschikbaar komt en welke gezinnen ervan profiteren, kan worden beoordeeld of de beloofde vooruitgang ook daadwerkelijk de kwetsbaarste inwoners bereikt.



































