Curaçaose gedupeerden hopen op eerlijker herstelbeleid tijdens bezoek staatssecretaris Palmen

WILLEMSTAD – Vertegenwoordigers van gedupeerden van de Toeslagenaffaire op Curaçao gaan volgende week in gesprek met de Nederlandse staatssecretaris van Financiën Sandra Palmen, die van 25 tot en met 28 januari het eiland bezoekt.
Dat heeft Erica Wever bekendgemaakt in een interview met Kim Hendriksen en Maarten Schakel op Curaçao.nu, 101.1 FM.. Volgens Wever zijn er, ondanks eerdere compensaties, nog steeds ernstige knelpunten in de afhandeling van de Toeslagenaffaire in het Caribisch gebied.
Wever, die sinds 2008 op Curaçao woont nadat zij met haar kinderen uit Nederland vluchtte vanwege de gevolgen van de Toeslagenaffaire, staat in contact met honderden erkende gedupeerden op Curaçao en andere Caribische eilanden. Zij heeft op het eiland een lotgenotengroep opgezet en zet zich al jaren in voor erkenning en herstel voor ouders en kinderen die door de affaire zijn getroffen.
Volgens Wever is het positief dat de staatssecretaris nu zelf de eilanden bezoekt. Zij wijst erop dat Palmen vorig jaar had beloofd ook aandacht te hebben voor gedupeerden buiten Nederland en daar nu opvolging aan geeft.
Nog veel te bespreken
Tijdens het gesprek met Kim en Maarten maakt Wever duidelijk dat er nog veel te bespreken is. Zij noemt met name de situatie van de oude gemeenschap van gedupeerden op de eilanden, waaronder Curaçao, maar ook Aruba, Bonaire en de andere Caribische delen van het Koninkrijk.
Volgens haar zitten veel ouders nog steeds vast in het herstelproces en genieten zij niet de ondersteuning die zou moeten worden geboden.
Een belangrijk probleem vormt volgens Wever de schuldenproblematiek. Die is op Curaçao anders georganiseerd dan in Nederland, waardoor het kwijtschelden van schulden, waar veel gedupeerden recht op hebben, moeizaam verloopt.
De Dienst Toeslagen, onderdeel van de Belastingdienst van het Nederlandse ministerie van Financiën, is belast met het oplossen van o.a de schulden. Die heeft volgens haar moeite om effectief te opereren op Curaçao, onder meer doordat lokale schuldeisers de regeling niet begrijpen of niet willen meewerken.
Daarbij spelen ook praktische belemmeringen een rol, zoals verschillen in valuta en administratieve systemen, waardoor aanvragen worden afgewezen of vertraging oplopen. Wever noemt het onbegrijpelijk dat deze problemen na jaren nog steeds niet zijn opgelost.
Tegelijkertijd erkent zij dat een groot deel van de ouders inmiddels de eerste compensatie, de zogenoemde Catshuisregeling, heeft ontvangen. Ook zijn velen in trajecten terechtgekomen voor aanvullende schadevergoeding en ondersteuning via het Ondersteuningsteam Buitenland (OTB), dat hulp moet bieden op gebieden als wonen, werk en schulden.
Schort aan Maatwerk
Toch schort het volgens Wever juist in die ondersteuning aan maatwerk. Er wordt gewerkt met vaste plafonds en maximale vergoedingen, terwijl individuele situaties daar niet altijd in passen.
Zij noemt als voorbeeld noodzakelijke tandzorg na jaren zonder behandeling, waarvoor het budget vaak ontoereikend blijkt. Dat staat volgens haar haaks op het streven naar duurzaam herstel voor de getroffen gezinnen.
Kim en Maarten wijzen erop dat het proces sterk bureaucratisch is ingericht, met vaste bedragen en regels die onvoldoende rekening houden met persoonlijke omstandigheden. Wever bevestigt dat beeld en benadrukt dat juist voor de eilanden binnen het Koninkrijk een andere benadering nodig is, gezien hun specifieke positie.
Eerlijkheid
Wat zij hoopt te bereiken in het gesprek met de staatssecretaris is volgens Wever niet zozeer een snelle oplossing, maar eerlijkheid in het spel en een herwaardering van de positie van de ouders en hun gezinnen. Zij wil dat niet de organisatie of de procedures centraal staan, maar de mensen die zijn gedupeerd.
Bijzondere aandacht vraagt zij voor de kinderen en jongeren. Volgens Wever worden zij in Curaçao nauwelijks als zelfstandige gedupeerden erkend, terwijl zij in Nederland zelf aanspraak kunnen maken op brede hulp.
Op de eilanden vallen zij onder het dossier van hun ouders en komen zij pas in beeld wanneer het budget van de ouders nog niet is uitgeput. Zij noemt dat onrechtvaardig en wijst erop dat jongeren daarom in oktober in Den Haag hebben gedemonstreerd onder de leus ‘We zijn er nog’.
Emotionele problemen
Maarten wijst in het gesprek op het grote emotionele leed dat de Toeslagenaffaire heeft veroorzaakt: verlies van banen, gezinsstress, studiekansen die verdwenen en relaties die onder druk kwamen te staan.
Wever herkent dat en zegt dat ook in haar eigen gezin de gevolgen nog voelbaar zijn, met name bij de oudste kinderen, die alles bewust hebben meegemaakt en kampen met emotionele, psychische en gezondheidsproblemen.
Daarom zet de gemeenschap zich volgens haar ook in voor emotionele verwerking bij jongeren, onder meer via de theatershow ‘Toegeslagen’, die sinds vorig jaar in Nederland wordt opgevoerd door gedupeerde jongeren zelf en op 21 maart ook op Curaçao zal worden gespeeld,
Staatssecretaris
Het gesprek met staatssecretaris Palmen zal volgens Wever ongeveer anderhalf uur duren en plaatsvinden in een vergaderruimte, samen met een groep ouders. Zij noemt het een belangrijke kans om de problemen op de eilanden rechtstreeks onder de aandacht te brengen en hoopt dat dit leidt tot een eerlijker en mensgerichter herstelbeleid voor Caribische gedupeerden

































