Rechter: MCB moet betalingen na faillissement terugbetalen, ook zonder kennis

PHILIPSBURG – De Maduro & Curiel’s bank die op Sint Maarten handelt onder de naam Windward Island Bank (WIB) moet geld terugbetalen dat zij van een rekening haalde nádat een bedrijf al failliet was verklaard. Dat heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten bepaald.
De uitspraak is juridisch niet uitzonderlijk, maar roept wel vragen op over de informatievoorziening rond faillissementen in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Fixatiebeginsel
De zaak draait om het zogenoemde fixatiebeginsel. Dat betekent dat op het moment dat een faillissement wordt uitgesproken, het vermogen van het bedrijf wordt ‘bevroren’.
Vanaf dat moment mag er geen geld meer worden uitgekeerd aan individuele partijen. Alles wat nog aan geld of bezittingen aanwezig is, valt in de faillissementsboedel en is bedoeld voor álle schuldeisers samen. Dit moet voorkomen dat de één wordt betaald en de ander met lege handen achterblijft.
Bank wist niet
In deze zaak had de WIB na de faillietverklaring toch nog betalingen verricht vanaf de rekening van het bedrijf. De bank voerde aan dat zij niet wist dat het faillissement al was uitgesproken en dat dit ook niet had kunnen weten.
Maar volgens de rechter maakt dat geen verschil. Het fixatiebeginsel geldt automatisch vanaf de datum van faillissement, ongeacht of een bank, leverancier of andere partij daarvan op de hoogte is.
De rechter benadrukt dat dit beginsel ook op Sint Maarten volledig van toepassing is, net als in Nederland. Dat er geen openbaar digitaal register bestaat waarin faillissementen direct online zijn te raadplegen, verandert daar niets aan.
Overigens wijst de rechtbank erop dat er op Sint Maarten wél een faillissementsregister bestaat, maar dat dit alleen fysiek of via de griffie kan worden ingezien en niet vrij toegankelijk online is.
Relevant voor alle eilanden
Een Curaçaose jurist wijst erop dat deze uitspraak relevant is voor alle eilanden in de regio. Het vonnis maakt opnieuw duidelijk dat banken en andere partijen zelf het risico dragen wanneer zij na een faillissement nog betalingen uitvoeren. Tegelijk laat de zaak zien dat het in de praktijk lastig kan zijn om snel te controleren of een faillissement al is uitgesproken.
Volgens de jurist zou deze uitspraak aanleiding kunnen zijn om te kijken naar een centraal, digitaal insolventieregister voor Curaçao, Aruba, Sint Maarten en de BES-eilanden.
Zo’n register zou het voor banken, ondernemers en werknemers eenvoudiger maken om direct te zien of een bedrijf failliet is verklaard. Dat zou de rechtszekerheid vergroten en discussies zoals in deze zaak mogelijk voorkomen.
De kern van het vonnis blijft echter overeind: wie na een faillissement toch betaalt, doet dat op eigen risico. Dat principe beschermt niet individuele partijen, maar het gezamenlijke belang van alle schuldeisers.





































