Vertrouwenspersoon vraagt Staten om opheldering over uitblijven arbeidsveiligheidsverdrag

WILLEMSTAD – Ruim een jaar nadat de Curaçaose regering instemde met deelname aan een internationaal verdrag over veilige en gezonde arbeidsomstandigheden, is onduidelijk welke vervolgstappen zijn gezet. Extern vertrouwenspersoon Valery Schotborg-Garmes van Guidance Bridge vraagt de Staten daarom om parlementaire aandacht voor de uitvoering van de internationale afspraken.
In een brief die op 9 oktober bij het parlement is binnengekomen, wijst Schotborg-Garmes op het besluit van de Raad van Ministers uit augustus 2025 om in te stemmen met deelname aan verdrag nummer 191 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). Sinds die bekendmaking heeft zij naar eigen zeggen geen verdere informatie kunnen vinden over de voortgang.
Het verdrag houdt verband met de internationale erkenning van een veilige en gezonde werkomgeving als fundamenteel arbeidsrecht. Schotborg-Garmes wil weten welke stappen de regering inmiddels heeft gezet en hoe de afspraken worden vertaald naar Curaçaose wet- en regelgeving.
Grensoverschrijdend gedrag
Volgens de vertrouwenspersoon gaat arbeidsveiligheid verder dan het voorkomen van lichamelijk letsel op de werkvloer. Ook psychosociale arbeidsrisico’s, grensoverschrijdend gedrag en een onveilige werkcultuur verdienen volgens haar aandacht.
Vanuit haar werkzaamheden als extern vertrouwenspersoon ziet zij naar eigen zeggen dagelijks hoe belangrijk sociale en psychologische veiligheid is voor werknemers en organisaties.
Internationale afspraken hebben volgens haar pas betekenis wanneer deze daadwerkelijk worden omgezet in lokaal beleid, preventiemaatregelen en bescherming van werknemers.
Parlementaire vragen
Schotborg-Garmes vraagt de griffie van de Staten om het onderwerp onder de aandacht te brengen van een parlementslid of de commissie die zich met arbeidsaangelegenheden bezighoudt.
Zij wil vooral duidelijkheid over de huidige status van het verdrag, de stappen die sinds augustus vorig jaar zijn gezet en de plannen voor verdere uitvoering.
Ook vraagt zij hoe werkgevers, werknemers en deskundigen op het gebied van arbeidsveiligheid bij het proces worden betrokken.




































