Woo-stukken tonen hoe Nederland 286 miljoen coronasteun aan Curaçao koppelde aan landspakket

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD/DEN HAAG – Nederland koppelde eind 2020 een derde tranche van in totaal 286 miljoen gulden aan coronasteun voor Curaçao rechtstreeks aan instemming met Nederlandse hervormingsvoorwaarden en het landspakket. Dat die voorwaarden aan de steun waren verbonden, was destijds bekend. Nieuw vrijgegeven Woo-documenten laten nu gedetailleerd zien hoe direct de betaling, de ondertekening van het landspakket en aanvullende Nederlandse investeringen aan elkaar waren gekoppeld.


De documenten zijn door het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vrijgegeven na een verzoek op grond van de Wet open overheid. Voor het onderzoek werden uiteindelijk 118 kerndocumenten geselecteerd over onder meer de liquiditeitssteun, de landspakketten en het toenmalige plan voor het Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling, COHO.

Uit de stukken blijkt dat het College financieel toezicht voor heel 2020 een liquiditeitsbehoefte van 668 miljoen gulden voor Curaçao berekende. Via de eerste twee tranches had Nederland al ongeveer 382 miljoen gulden verstrekt. Voor de rest van het jaar bleef daarmee 286 miljoen gulden over.

Eerst tekenen, daarna 105 miljoen

Op 2 november 2020 stemde Curaçao formeel in met de voorwaarden voor de derde tranche en werd de onderlinge regeling voor het landspakket ondertekend. Diezelfde stap maakte volgens de Nederlandse stukken de weg vrij voor een eerste betaling van 105 miljoen gulden.

Daarna resteerde nog een liquiditeitsbehoefte van 181 miljoen gulden voor november en december. Ook dat bedrag werd als lening door Nederland beschikbaar gesteld.

In de uiteindelijke leenovereenkomst staat expliciet dat Curaçao onvoorwaardelijk had ingestemd met alle gestelde voorwaarden en het landspakket had ondertekend voordat de aanvullende 181 miljoen gulden kon worden verstrekt. De lening was renteloos en moest in Amerikaanse dollars worden uitbetaald.

Na ontvangst van de getekende leenovereenkomst wilde Nederland het bedrag bovendien binnen drie werkdagen betaalbaar stellen.

Wat al bekend was

Dat Nederland tijdens de coronacrisis financiële steun aan Curaçao verbond aan hervormingen, is op zichzelf geen nieuwe onthulling.

Onder de voorwaarden vielen onder meer een korting van 12,5 procent op de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren en werknemers van overheidsentiteiten, een korting van 25 procent voor politieke ambtsdragers en het maximeren van salarissen van topfunctionarissen in de publieke sector op 130 procent van het salaris van de minister-president.

Ook was bekend dat Curaçao voor verdere steun moest instemmen met een omvangrijk landspakket met hervormingen van onder meer de overheid, economie, zorg, onderwijs en rechtsstaat.

De nieuwe documenten veranderen die hoofdlijn niet.

Wat de Woo-stukken nu scherper laten zien

Wat nu vooral zichtbaar wordt, is de financiële mechaniek achter die politieke afspraken. De Nederlandse interne stukken zetten de volgorde nadrukkelijk naast elkaar: instemmen met de voorwaarden, het landspakket ondertekenen en vervolgens toegang krijgen tot de volgende delen van de liquiditeitssteun.

Daarmee was het landspakket niet alleen een programma voor hervormingen op langere termijn, maar in de praktijk ook een voorwaarde om op zeer korte termijn over geld te kunnen beschikken.

Dat speelde op een moment dat Curaçao sterk afhankelijk was van Nederlandse liquiditeitssteun. Volgens de Cft-berekening liep de benodigde steun in 2020 uiteindelijk op tot 668 miljoen gulden. Eind dat jaar bestond de derde tranche uit 105 miljoen gulden in november en 181 miljoen gulden in december.

Ook 30 miljoen euro voor scholen gekoppeld aan instemming

De nieuwe stukken laten bovendien zien dat de koppeling verder ging dan alleen de liquiditeitsleningen.

In een Nederlands besluitvormingsdocument staat dat Curaçao zodra het onvoorwaardelijk met de voorwaarden voor de derde tranche had ingestemd, ook aanspraak kon maken op een eenmalig bedrag van 30 miljoen euro voor onderwijshuisvesting.

De besteding daarvan moest plaatsvinden onder regie en toezicht van COHO, of zolang dat orgaan nog niet bestond de tijdelijke werkorganisatie, in samenwerking met het Nederlandse ministerie van Onderwijs en Curaçao. Van het bedrag zou 500.000 euro vooruitlopend worden ingezet voor acute problemen zoals lekkende schooldaken en veiligheidsproblemen.

Ook verdere Nederlandse ondersteuning op terreinen als rechtsstaat, zorg en onderwijs werd in de stukken gekoppeld aan de uitvoering van het hervormingsprogramma. Tegelijkertijd stelde Nederland als uitgangspunt dat Curaçao de financiering van hervormingen in beginsel op de eigen begroting moest vinden.

Financiële sector onderdeel van voorwaarden

Voordat Curaçao voor de derde tranche in aanmerking kwam, beoordeelde Nederland ook of het land voldoende uitvoering had gegeven aan eerdere voorwaarden.

Daarbij speelde onder meer de financiële sector een rol. In de stukken staat dat Curaçao informatie had verstrekt over probleeminstellingen, het Cft had betrokken vanwege mogelijke gevolgen voor de overheidsfinanciën en ervoor had gezorgd dat het bestuur van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten weer uit ten minste drie bestuurders bestond. Nederland concludeerde daarop dat Curaçao in voldoende mate aan de voorwaarden van de tweede tranche had voldaan.

De Woo-publicatie levert daarmee geen nieuw bewijs dat er voorwaarden aan de Nederlandse coronasteun zaten — dat was bekend. De nieuwe waarde zit in de reconstructie van hoe nauw de financiële noodhulp en het hervormingstraject in de interne besluitvorming met elkaar waren verweven: de ondertekening van het landspakket gaf direct toegang tot honderden miljoenen gulden aan liquiditeit en opende tegelijkertijd de deur naar aanvullende Nederlandse investeringen.


96 keer gelezen

Deel dit artikel: