Koloniale overheid overwoog rosse buurt in Punda

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – De koloniale overheid op Curaçao heeft in de jaren veertig serieus overwogen om van Punda een gereguleerd prostitutiegebied te maken. De gouverneur stemde met het voorstel in, maar het plan werd uiteindelijk niet uitgevoerd omdat Punda juist moest worden ‘opgeschoond’ en ontwikkeld als handelscentrum.


Dat blijkt uit de nieuwe wetenschappelijke studie Doing sexual risk in the Dutch Navy in colonial Curaçao van socioloog Marie-Louise Janssen en historicus Diede Schaap van de Universiteit van Amsterdam. Zij baseerden zich onder meer op stukken uit het Nederlandse Nationaal Archief.

Aanleiding voor het voorstel was de zichtbare prostitutie in Willemstad. Rond die tijd verbleven volgens de door de onderzoekers aangehaalde overheidsstukken ongeveer honderd buitenlandse sekswerkers, voornamelijk afkomstig uit de Dominicaanse Republiek en Colombia, in hotels in Punda. Omdat zij daar geen mannen mochten ontvangen, vond een deel van de prostitutie volgens de stukken overdag op straat plaats.

In een politierapport uit 1945 werd voorgesteld een beperkt aantal buitenlandse vrouwen voor langere tijd toe te laten en hen huizen in Punda te laten huren. Op die manier zou de prostitutie uit het zicht van de straat verdwijnen en zou Punda feitelijk een gereguleerd prostitutiegebied krijgen. Het plan werd desondanks niet uitgevoerd, vanwege andere plannen voor Punda.

Angst voor homoseksualiteit

Opvallend is ook de redenering waarmee de autoriteiten destijds de aanwezigheid van buitenlandse sekswerkers verdedigden. Het politierapport waarschuwde dat een sterke vermindering van het aantal zogenoemde ‘public women’ op een eiland met zoveel alleenstaande mannen volgens de opstellers zou leiden tot een toename van homoseksualiteit.

Die opvatting paste volgens Janssen en Schaap binnen het toenmalige koloniale beleid waarin prostitutie werd gezien als een ‘noodzakelijk kwaad’. De autoriteiten wilden sekswerk enerzijds tegengaan en uit het straatbeeld verwijderen, maar probeerden het anderzijds te reguleren vanwege zorgen over openbare orde, geslachtsziekten en het grote aantal alleenstaande mannen op Curaçao.

Uiteindelijk werd gekozen voor een afzonderlijke locatie buiten Willemstad. Buitenlandse sekswerkers werden daar samengebracht in Campo Alegre, dat in 1949 opende. Volgens de onderzoekers maakte die oplossing het mogelijk de prostitutie uit de binnenstad te verwijderen en tegelijkertijd onder politie- en medisch toezicht te plaatsen.

De studie plaatst deze keuzes in de bredere koloniale context. De Nederlandse overheid probeerde prostitutie formeel als ongewenst te behandelen, maar organiseerde en reguleerde tegelijkertijd een systeem waarin buitenlandse vrouwen sekswerk konden verrichten voor onder anderen zeelieden, oliearbeiders en militairen.


513 keer gelezen

Deel dit artikel: