Statenlid wil officiële erkenning Ser’i Neger als herdenkingsplaats slavernij

WILLEMSTAD – De discussie over de toekomst van Ser’i Neger als historische herdenkingsplaats krijgt een vervolg in het parlement. MFK-Statenlid Benito Desroches heeft minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport Sithree van Heydoorn gevraagd te onderzoeken of de plek officieel kan worden erkend als plaats van herinnering aan de slavernij en het verzet daartegen.
Desroches heeft acht schriftelijke vragen ingediend over de historische betekenis, bescherming en mogelijke ontwikkeling van Ser’i Neger. De vragen zijn gedateerd 14 augustus en zijn op 21 augustus door het parlement officieel doorgestuurd naar de minister.
De vragen sluiten aan bij de discussie over de historische betekenis van Ser’i Neger, een locatie die in verband wordt gebracht met de geschiedenis van de slavernij en het verzet op Curaçao. Eerder pleitte de Monumentenraad ervoor het terrein waar tijdens de opstand van Tula in 1795 werd gevochten te beschermen en te ontwikkelen tot een nationale herdenkingsplek.
Desroches wil onder meer weten over welke historische documentatie de regering beschikt en of zij bereid is een uitgebreider historisch en archeologisch onderzoek naar Ser’i Neger te laten uitvoeren. Zo’n onderzoek zou volgens het Statenlid moeten vaststellen wat de historische, culturele en patrimoniale betekenis van de locatie is.
Als uit dat onderzoek blijkt dat Ser’i Neger inderdaad van groot historisch belang is, vraagt Desroches of de regering bereid is de plek officieel de status van plaats van herinnering en herdenking te geven. Ook wil hij weten welke juridische en bestuurlijke stappen daarvoor nodig zijn.
Het Statenlid vraagt daarnaast om historici, archeologen, erfgoeddeskundigen, culturele organisaties en vertegenwoordigers uit de gemeenschap bij het onderzoek en de verdere ontwikkeling van het gebied te betrekken.
Onderwijs en monument
Desroches ziet ook een mogelijke educatieve functie voor Ser’i Neger. Scholen en jongeren zouden de locatie volgens hem moeten kunnen bezoeken om meer te leren over slavernij, verzet, vrijheid en de ontwikkeling van de Curaçaose samenleving.
Ook vraagt hij of de regering bereid is de plek in te richten met informatiepanelen, bewegwijzering of een monument. Daarbij moet volgens hem worden voorkomen dat een eventuele erkenning alleen een symbolisch gebaar blijft. Hij vraagt daarom ook naar structurele bescherming, onderhoud en financiering van de locatie.
De vragen vormen een politiek vervolg op het eerdere pleidooi van de Monumentenraad om Ser’i Neger als historische locatie veilig te stellen. Een besluit over officiële erkenning is nog niet genomen. De minister moet de vragen van het parlement nog beantwoorden.Desroches ziet ook een mogelijke educatieve functie voor Ser’i Neger. Scholen en jongeren zouden de locatie volgens hem moeten kunnen bezoeken om meer te leren over slavernij, verzet, vrijheid en de ontwikkeling van de Curaçaose samenleving.
Ook vraagt hij of de regering bereid is de plek in te richten met informatiepanelen, bewegwijzering of een monument. Daarbij moet volgens hem worden voorkomen dat een eventuele erkenning alleen een symbolisch gebaar blijft. Hij vraagt daarom ook naar structurele bescherming, onderhoud en financiering van de locatie.





































