Juristen: Caribische eilanden kunnen Nederland rechtstreeks aanspreken bij mensenrechtenschendingen

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – Maatschappelijke organisaties op Curaçao, Aruba en Sint Maarten kunnen volgens juristen Jeffrey Sybesma en Rob van Gestel in bepaalde gevallen rechtstreeks de Nederlandse Staat voor de civiele rechter aanspreken wanneer fundamentele rechten van inwoners worden geschonden. Nederland kan zich daarbij volgens hen niet zonder meer beroepen op de autonomie van de Caribische landen.


De twee juristen schrijven dat in het septembernummer van juridisch tijdschrift Ars Aequi. Hun analyse bouwt voort op de Greenpeace-klimaatzaak over Bonaire, waarin de rechtbank Den Haag begin dit jaar oordeelde dat de Nederlandse Staat verplicht is inwoners van Bonaire effectief te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De rechtbank stelde bovendien vast dat Bonaire op dat gebied ongelijk wordt behandeld ten opzichte van Europees Nederland.

Volgens Sybesma en Van Gestel kan die redenering verder reiken dan Bonaire en verder dan klimaatbeleid. Zij stellen dat ook inwoners van Curaçao, Aruba en Sint Maarten een beroep kunnen doen op mensenrechtenverdragen waarbij het Koninkrijk partij is, wanneer zij binnen het Koninkrijk ongelijk worden beschermd.

Niet eerst alleen naar eigen regering

Dat kan volgens de auteurs betekenen dat maatschappelijke organisaties niet per se jarenlang tegen hun eigen landsregering hoeven te procederen. Wanneer sprake is van onvoldoende bescherming van rechten uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, kan een stichting of vereniging mogelijk rechtstreeks een collectieve civiele procedure tegen de Nederlandse Staat beginnen.

Als voorbeelden noemen de auteurs onder meer illegale afvalverbranding op Aruba en Bonaire en tekortschietende bescherming tegen milieuschade. Wanneer inwoners daardoor minder bescherming krijgen dan burgers in Europees Nederland, kan volgens hen sprake zijn van ongelijke behandeling die onder het EVRM valt.

Voor Curaçao wijzen zij ook op de vroegere automatische detentie van Venezolaanse migranten. Het Gemeenschappelijk Hof oordeelde eerder dat voor die vrijheidsontneming een toereikende wettelijke grondslag ontbrak. Als een dergelijke praktijk opnieuw zou worden ingevoerd, zou volgens de auteurs ook de Nederlandse Staat daarop rechtstreeks kunnen worden aangesproken.

Isla als voorbeeld

Sybesma en Van Gestel verwijzen daarnaast naar de procedure van Clean Air Everywhere tegen Curaçao over luchtverontreiniging door de Isla-raffinaderij. Volgens hen laat die zaak zien hoe langdurig procedures tegen lokale overheden kunnen worden.

In vergelijkbare toekomstige zaken kan het daarom effectiever zijn de Nederlandse Staat rechtstreeks voor de burgerlijke rechter te dagen. Nederland kan zich volgens de auteurs bij de naleving van EVRM-rechten niet verschuilen achter de autonome positie van Curaçao, Aruba of Sint Maarten.

De auteurs benadrukken dat de ontwikkeling grote gevolgen kan hebben voor de rechtspositie van inwoners van de drie Caribische landen. In hun analyse kan het mensenrechtenrecht daarmee door de interne staatkundige verhoudingen van het Koninkrijk heen breken.


125 keer gelezen

Deel dit artikel: