
WILLEMSTAD – Ongedocumenteerde sekswerkers op Curaçao zouden worden bedreigd en seksueel misbruikt door een groep jonge mannen die hun illegale verblijfsstatus tegen hen gebruikt. Dat meldt Vigilante. De mannen zouden vrouwen via escortwebsites en apps benaderen en dreigen de politie in te schakelen wanneer zij niet op hun seksuele eisen ingaan.
In ten minste één beschreven geval zou een vrouw zijn gedrogeerd en daarna seksueel zijn misbruikt. De politie heeft de meldingen vooralsnog niet bevestigd.
Volgens Vigilante maken de mannen bewust gebruik van de angst van de vrouwen om vanwege hun verblijfsstatus met politie of immigratie in aanraking te komen. Vrouwen zouden worden bedreigd met aangifte, maar ook met geweld wanneer zij weigeren seks te hebben.
De krant beschrijft daarnaast een geval waarbij een sekswerker tijdens een afspraak drugs in haar drankje zou hebben gekregen. Vigilante noemt daarbij molly, een benaming voor MDMA, en tusi. Dat laatste is doorgaans geen specifieke drug, maar een mengsel waarvan de samenstelling sterk kan verschillen. Nadat de vrouw onder invloed was geraakt, zou zij seksueel zijn misbruikt en vervolgens zijn teruggebracht naar haar verblijfadres.
Sekswerk verspreid over eiland
Het verhaal speelt tegen de achtergrond van een seksindustrie die sinds de sluiting van Campo Alegre veel minder zichtbaar is geworden. Het gereguleerde bordeel sloot in 2020. Sekswerk was toen al aan het verschuiven naar snèks, bars, appartementen en andere locaties verspreid over Curaçao.
Fundashon Famia Plania, dat gezondheidszorg aan sekswerkers biedt, zei vorig jaar dat bij eerder onderzoek al ongeveer tweehonderd informele locaties waren gevonden waar sekswerk plaatsvond. Volgens de organisatie is het aantal verkapte bordelen daarna vermoedelijk verder gegroeid. De vrouwen komen onder meer uit Venezuela, Colombia en de Dominicaanse Republiek.
Vigilante noemt in het huidige bericht onder meer Scharloo, Ser’i Kandela, Dein en Sun Valley als gebieden waar vrouwen verblijven en vanuit appartementen afspraken maken. Niet al die locaties zijn onafhankelijk gedocumenteerd als concentratiegebied van sekswerk.
Voor Scharloo en Fleur de Marie zijn de problemen wel eerder gemeld. Bewoners waarschuwden eind 2024 dat woningen in Fleur de Marie waren verbouwd tot kleine bordelen, soms met meerdere kamers voor sekswerkers. In 2025 werd opnieuw melding gemaakt van prostitutie, mensenhandel en geweld in Scharloo en Fleur de Marie.
De overheid beschikt desondanks niet over een volledig actueel beeld van de omvang en locaties van sekswerk. Statenlid Maria Nita vroeg Justitie vorig jaar daarom om cijfers, registraties en duidelijkheid over het toezicht. Zij wees daarbij op de risico’s van het groeiende informele circuit voor gezondheid, uitbuiting en bescherming van sekswerkers.
Dertien vrouwelijke slachtoffers
Dat buitenlandse vrouwen op Curaçao kwetsbaar zijn voor uitbuiting blijkt ook uit de officiële mensenhandelcijfers. In 2025 werden dertien slachtoffers van mensenhandel geïdentificeerd, allemaal vrouwen. Het ging om elf Colombiaanse, één Venezolaanse en één Braziliaanse vrouw.
In totaal werden vier mensenhandelzaken onderzocht. Twee betroffen zowel arbeids- als seksuele uitbuiting en twee uitsluitend arbeidsuitbuiting. Daarnaast onderzochten de autoriteiten zeven dossiers rond mensensmokkel en illegale migratie.
Het Openbaar Ministerie schreef eerder dat in 2024 geen nieuw strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandel was begonnen, maar dat verschillende signalen wel werden nagelopen. Mede daardoor begonnen in 2025 drie onderzoeken. Het OM noemt mensenhandel en mensensmokkel prioriteiten, maar wijst tegelijkertijd op tekorten aan gespecialiseerd personeel en middelen binnen de justitiële keten.
Dat de risico’s niet alleen theoretisch zijn, bleek vorig jaar in de strafzaak rond Amorcito. Twee exploitanten werden veroordeeld wegens mensenhandel van vijf Colombiaanse vrouwen die onder valse voorwendselen naar Curaçao waren gehaald en onder druk seksuele diensten moesten verlenen. De vrouwen arriveerden zonder geld, kregen schulden opgelegd en waren sterk afhankelijk van hun exploitanten.
Verblijfsstatus mag bescherming niet blokkeren
Juist de dreiging om de politie of immigratie in te schakelen, zoals Vigilante die beschrijft, raakt aan een probleem dat de regering zelf in haar mensenhandelbeleid erkent.
Volgens het Landelijk Beleid Mensenhandel 2024-2026 zijn ongedocumenteerde slachtoffers sterk afhankelijk van opsporingsdiensten om als slachtoffer te worden erkend. De regering constateert dat slachtoffers geregeld denken dat aangifte doen geen zin heeft en daardoor buiten beeld blijven.
Een ongedocumenteerd slachtoffer dat mogelijk slachtoffer is van mensenhandel kan een zogenoemde bedenktijd krijgen. Gedurende die periode hoeft die persoon Curaçao niet te verlaten. Wanneer het slachtoffer daarna aangifte doet of anderszins meewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek, kan een tijdelijke verblijfsvergunning worden verstrekt voor de duur van het onderzoek en strafproces.
De regering erkent tegelijk dat juist die koppeling tussen bescherming en medewerking aan een strafzaak kwetsbaarheden veroorzaakt. In het beleid staat daarom dat de positie en opvang van ongedocumenteerde slachtoffers moet worden verbeterd.





































