Beatrix zette Den Haag onder druk om monumentenzorg Curaçao te blijven steunen

WILLEMSTAD – Koningin Beatrix heeft achter de schermen geprobeerd te voorkomen dat Nederland de steun aan de monumentenzorg op Curaçao zou stopzetten. Toen beëindiging van die steun aan de orde kwam, noteerde zij volgens historicus Gert Oostindie: „Zou heel dom zijn!”. Vervolgens oefende zij druk uit op de verantwoordelijke Nederlandse staatssecretaris. De steun werd uiteindelijk niet gestaakt.
Dat blijkt uit het hoofdstuk Beatrix, koningin van postkoloniaal Nederland in het nieuwe onderzoek naar de koloniale geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau.
Oostindie beschrijft hoe Beatrix zich tijdens haar regeerperiode intensief liet informeren over Curaçao en de andere Caribische eilanden. Ze beperkte zich daarbij niet altijd tot belangstelling of kritische kanttekeningen. In het geval van de Curaçaose monumentenzorg probeerde zij volgens hem daadwerkelijk invloed uit te oefenen op het Nederlandse beleid.
De koningin zette achter de schermen druk op staatssecretaris Gijs de Vries om de Nederlandse steun aan de monumentenzorg op Curaçao te hervatten. De Vries was van 1998 tot 2002 staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en specifiek belast met Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken.
Oostindie schrijft niet hoe zwaar de interventie van Beatrix uiteindelijk heeft gewogen in het Nederlandse besluit. Wel stelt hij vast dat de steun vervolgens niet werd stopgezet. Het is daarom niet vast te stellen dat haar bemoeienis doorslaggevend was.
Miljoenen uit Nederland
De kwestie speelde in een periode waarin Nederland een belangrijke financier was van de restauratie van Curaçaose monumenten. Volgens een publicatie van de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg kwam voor een eerste periode van vijf jaar ongeveer zestien miljoen euro beschikbaar voor het Monumentenfonds Curaçao, voor het grootste deel afkomstig uit Nederland. Daarmee werden in Willemstad verschillende historische panden gerestaureerd.
Nederland was sinds eind jaren tachtig opnieuw actief betrokken bij de opbouw van het Curaçaose monumentenbeleid. Dat leidde onder meer tot de inrichting van een Monumentenbureau, een Monumentenfonds en procedures om gebouwen als beschermd monument aan te wijzen.
De inzet kreeg extra betekenis nadat de historische binnenstad en haven van Willemstad in 1997 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO waren geplaatst. Het werelderfgoed omvat onder meer Punda, Otrobanda, Pietermaai en Scharloo.
Monumenten in verval
Juist rond 2000 waren er grote zorgen over het behoud van monumentale gebouwen. Door verwaarlozing en zware regenval stortten destijds meerdere historische panden in. Monumentenorganisaties klaagden dat geld en bestuurlijke steun ontbraken om eigenaren tot onderhoud te dwingen.
Tegen die achtergrond krijgt de korte notitie van Beatrix extra gewicht. Waar de Nederlandse overheid kennelijk overwoog de ondersteuning te beëindigen, vond de koningin dat onverstandig.
Het voorval past volgens Oostindie in een breder patroon. Uit haar persoonlijke aantekeningen blijkt dat Beatrix zich uitvoerig in de Koninkrijksrelaties verdiepte en Nederlandse bewindslieden geregeld kritisch bevroeg. Soms, zo schrijft hij, zocht zij daarbij achter de schermen de grenzen op van wat haar constitutionele positie toeliet.
De bemoeienis met de monumentenzorg laat daarvan een concreet voorbeeld zien: een koningin die niet alleen belangstelling had voor het Curaçaose erfgoed, maar zich in Den Haag persoonlijk inzette om Nederlandse financiële betrokkenheid overeind te houden.



































