Nergens in het Koninkrijk gaat er meer van je inkomen naar de overheid dan op Curaçao

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding
Foto: Dick Drayer

WILLEMSTAD – Wie kijkt naar belastingen en verplichte sociale premies samen, ziet dat Curaçao binnen het Koninkrijk bovenaan staat. De zogenoemde collectieve lastendruk ligt op het eiland rond 42 procent van het bruto binnenlands product. Nederland volgt met 38,8 procent en Aruba met ongeveer 38 procent. Sint Maarten zit met ongeveer 23 à 24 procent ver daaronder. Ook Caribisch Nederland komt lager uit.


Dat betekent niet dat iedere Curaçaoënaar 42 procent van zijn salaris aan de overheid betaalt. Het percentage zegt iets anders: hoeveel belastingen en verplichte premies overheid en sociale fondsen gezamenlijk innen, vergeleken met de omvang van de hele economie.

Omgerekend staan tegenover iedere honderd gulden die de Curaçaose economie voortbrengt ongeveer 42 gulden aan belastingen en sociale premies. Daaronder vallen niet alleen loonbelasting en premies die werknemers op hun salarisstrook zien, maar bijvoorbeeld ook winstbelasting, omzetbelasting, invoerrechten en premies die werkgevers betalen.

Toch raakt die lastendruk uiteindelijk wel de portemonnee. Belastingen en premies op het loon bepalen rechtstreeks hoeveel een werknemer netto overhoudt. Belastingen die bedrijven, winkels of importeurs betalen kunnen bovendien terugkomen in de prijzen van producten en diensten.

Curaçao boven Nederland en Aruba

De meest recente vergelijking van het College financieel toezicht laat voor Curaçao over 2025 een collectieve lastendruk van ongeveer 42 procent zien. Het gaat daarbij om begrotingscijfers. Daarvan bestaat ongeveer 28 procentpunt uit belastingen en ongeveer veertien procentpunt uit sociale premies.

Nederland komt volgens deze maatstaf iets lager uit. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekende dat de Nederlandse overheid in 2025 voor 461 miljard euro aan belastingen en sociale premies ontving. Dat was bijna 39 procent van het Nederlandse bbp.

Aruba volgt daar vlak achter. Het financieel toezicht komt voor 2025 uit op ongeveer 38 procent van het bbp. De gewone belastingdruk is daar opvallend genoeg ongeveer even hoog als op Curaçao, rond 28 procent. Het verschil zit vooral in de sociale premies: ongeveer tien procent van het bbp op Aruba tegenover circa veertien procent op Curaçao.

Curaçao heft dus niet in de eerste plaats veel meer gewone belastingen dan Aruba. Vooral de financiering van AOV, gezondheidszorg en andere sociale verzekeringen tilt de totale lastendruk omhoog.

Gebied

Belasting- en premiedruk

Jaar / basis

Curaçao

ca. 42% van bbp

2025, begrotingscijfer

Nederland

38,8% van bbp

2025, voorlopige realisatie

Aruba

ca. 38% van bbp

2025, begrotingscijfer

Caribisch Nederland (Bonaire, Statia, Saba)

ca. 29% van bbp

2023, rijksbelastingen en premies; lokale belastingen niet volledig inbegrepen

Sint Maarten

ca. 23–24% van bbp

2025, begrotingscijfer

Sint Maarten veel lager

Sint Maarten bevindt zich aan de andere kant van de ranglijst. Daar ligt de totale belasting- en premiedruk volgens dezelfde Cft-rapportage rond 23 à 24 procent van het bbp.

Daarvan bestaat ongeveer negen procentpunt uit premies en veertien à vijftien procentpunt uit belastingen. De collectieve lastendruk ligt daarmee bijna twintig procentpunt onder die op Curaçao.

Een lagere lastendruk betekent overigens niet automatisch dat inwoners ook beter af zijn. Een overheid die minder belasting en premies int, kan bijvoorbeeld ook minder voorzieningen betalen, waardoor inwoners bepaalde kosten vaker zelf moeten dragen.

Bonaire, Statia en Saba

Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba samen bestaat geen even recent officieel cijfer dat op precies dezelfde manier is berekend. Wel kan een benadering worden gemaakt voor Caribisch Nederland als geheel.

Het gezamenlijke bbp van de drie eilanden bedroeg in 2023 871 miljoen dollar. In datzelfde jaar inde het Rijk 231 miljoen euro aan belastingen en premies in Caribisch Nederland.

Na omrekening komt dat neer op ongeveer 29 procent van het bbp. Lokale belastingen van de drie openbare lichamen zitten daar niet volledig in, zodat de werkelijke totale lastendruk iets hoger ligt. Ook dan blijft Caribisch Nederland duidelijk onder Curaçao, Nederland en Aruba.

De vergelijking is bovendien minder precies omdat voor de BES-eilanden cijfers uit 2023 moeten worden gebruikt, terwijl voor de andere delen van het Koninkrijk cijfers over 2025 beschikbaar zijn.

Waarom Curaçao zo hoog uitkomt

Voor Curaçao speelt vooral de sociale zekerheid een grote rol. Het Cft wees eerder al op de uitzonderlijk hoge kosten van de gezondheidszorg. In 2023 gaf Curaçao ongeveer vijftien procent van zijn bbp aan zorg uit. Het toezichtcollege zegt expliciet dat die hoge zorgkosten bijdragen aan de hoge belasting- en premiedruk.

Dat probleem wordt de komende jaren belangrijker. De bevolking vergrijst, de AOV is verhoogd naar 1.000 gulden per maand en het Schommelfonds, dat tekorten bij de sociale verzekeringen opvangt, raakt volgens de nieuwe begrotingsramingen vrijwel leeg.

Daarmee komt ook de vraag op tafel hoe die hogere uitgaven moeten worden betaald. De overheid kan meer belastinggeld gebruiken, premies verhogen, elders bezuinigen of het stelsel hervormen.

Juist een verhoging van belastingen of premies ligt gevoelig, omdat Curaçao binnen het Koninkrijk al aan de bovenkant zit.

Wat merkt een huishouden hiervan?

De collectieve lastendruk is geen percentage dat rechtstreeks op een salarisstrook staat. Twee mensen met verschillende inkomens kunnen heel verschillende bedragen aan belasting en premies betalen.

Maar de lastendruk zegt wel iets over hoeveel ruimte overheid, burgers en bedrijven samen hebben. Als een groter deel van het nationale inkomen via belastingen en premies naar de collectieve sector gaat, blijft er in beginsel minder over voor particuliere bestedingen, sparen en investeren.

Voor een werknemer gebeurt dat bijvoorbeeld rechtstreeks via inhoudingen op het salaris. Een deel merkt hij of zij pas later, doordat belastingen en heffingen in de prijs van boodschappen, brandstof of andere producten terechtkomen.

Op basis van de meest recente beschikbare cijfers is de volgorde binnen het Koninkrijk daarmee duidelijk: Curaçao heeft de hoogste collectieve belasting- en premiedruk, gevolgd door Nederland en Aruba. Caribisch Nederland ligt daaronder en Sint Maarten heeft veruit de laagste druk.



333 keer gelezen

Deel dit artikel: