Zakitó: overheid knipt project op om toetsing te omzeilen?

· - leestijd 1 minuut
De juridische strijd rond het Zakitó-project raakt volgens de auteur aan bredere vragen over participatie, vertrouwen en goed bestuur
De juridische strijd rond het Zakitó-project raakt volgens de auteur aan bredere vragen over participatie, vertrouwen en goed bestuur Foto: Archief

WILLEMSTAD - Wie de rechtszaak rond het bouwproject in Zakitó volgt, zou gemakkelijk kunnen denken dat het draait om een ontbrekende vergunning of een milieueffectrapportage. Maar dat is slechts de juridische verpakking. De werkelijke vraag is veel fundamenteler: heeft de overheid één groot project kunstmatig opgeknipt om een integrale beoordeling te vermijden?


Precies daar ligt de kern van het geschil.

Redactioneel commentaar | Dick Drayer

Movimentu Save Zakitó stelt dat de woontorens, de baggerwerkzaamheden, de kustontwikkeling en de bijbehorende infrastructuur feitelijk één samenhangend project vormen. Volgens de bewoners had de overheid daarom niet naar losse onderdelen moeten kijken, maar naar het geheel en de gezamenlijke gevolgen voor milieu, leefomgeving en volksgezondheid.

De overheid ziet dat anders. In het verweerschrift stelt zij dat de verschillende vergunningen weliswaar afzonderlijk zijn verleend, maar dat de plannen achter de schermen wél integraal zijn beoordeeld door een werkgroep van verschillende overheidsdiensten. Juridisch is dat een verdedigbare redenering.

Juist daarom zal de rechter zich waarschijnlijk over deze vraag moeten buigen. Niet of er een vergunning ontbreekt, maar of de overheid terecht heeft gekozen voor een reeks afzonderlijke besluiten of dat sprake is van één project dat ook als zodanig beoordeeld had moeten worden.

Dat maakt de zaak veel belangrijker dan alleen Zakitó.

Want zelfs als de overheid op alle juridische punten gelijk krijgt, blijft een ongemakkelijke constatering overeind. Bewoners trekken al jaren aan de bel over geluidsoverlast, stof, zwaar bouwverkeer en de gevolgen voor hun leefomgeving. Toch hebben velen het gevoel dat zij pas in de rechtszaal serieus worden genomen.

Daar wringt het.

Goed bestuur gaat niet alleen over het correct toepassen van wetten en procedures. Het gaat ook over het creëren van draagvlak en vertrouwen. Juist bij projecten die een woonwijk ingrijpend veranderen, mag van de overheid worden verwacht dat zij niet alleen uitlegt wat juridisch mag, maar ook waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en welke gevolgen die hebben voor de omgeving.

In Zakitó lijkt de overheid vooral te hebben geredeneerd vanuit het wettelijk minimum. Voor reguliere bouwwerkzaamheden is volgens haar geen hindervergunning nodig. Een milieueffectrapportage zou niet verplicht zijn. De verschillende onderdelen zouden intern voldoende zijn afgestemd. Dat kan allemaal waar zijn.

Maar burgers ervaren hun leefomgeving niet in losse vergunningen.

Zij horen één geluid, zien één bouwplaats, ademen één stofwolk in en ondervinden de gevolgen van één ontwikkeling die hun buurt ingrijpend verandert. Juist daarom voelen zij zich niet gehoord wanneer de overheid elk onderdeel afzonderlijk blijft verdedigen.

Misschien oordeelt de rechter op 10 juli dat de overheid juridisch juist heeft gehandeld. Maar daarmee is de maatschappelijke discussie niet beslecht.

Een overheid die haar inwoners pas in de rechtszaal uitlegt waarom zij geen gelijk hebben, is eigenlijk al te laat. Vertrouwen ontstaat niet uit een gewonnen procedure, maar uit het gevoel dat bewoners vanaf het begin zijn meegenomen in besluiten die hun woonomgeving blijvend veranderen.

Dat is misschien wel de belangrijkste les die Zakitó de overheid kan leren.


165 keer gelezen

Deel dit artikel: